Impact van militaire waanzin

IMPACT VAN MILITAIRE WAANZIN OP DE DENKENDE ENKELING IN 1914

Waar het leven van Nicolaas Theelen, Camille Huysmans en Rosa Luxemburg elkaar raakte

Zondag 26 januari 2014,

Als Hans Achterhuis het heeft over een feest van de geest in het Zoekend Hert kan ik dat volmondig bijtreden. Na twee dagen hout uitdragen, blokken klieven, de dunne takken handmatig verzagen en klassen ben ik blij na zoveel aarding mijn bovenste vijf centimeter te mogen voeden.

In de goed verzorgde inleiding situeert Eddy Strauven deze lezing in de reeks ‘De groote oorlog in ons hoofd’ die tot het einde van het jaar in het Zoekend Hert doorloopt. Het tijdperk vanaf 1914 wordt volgens de inleider wel eens de grote verhalenmachine genoemd, het gaat om een ‘nieuw tijdperk van machinale oorlogsvoering’ en ‘het einde van de sociale utopieën’ . Er is niet alleen een ‘hurricane of poetry’ , deze lezingenreeks focust op de impact van de militaire waanzin op de psyche van de mens. De verhouding is er één waarbij de denker wellicht veel kon leren van de oorlog. Maar zoals de geschiedenis heeft getoond trokken de massa’s weinig lering uit de gruwel van het eerste mondiale conflict. Het ontlokte Peter Sloterdijk de woorden ‘Wie viele Katastrophe braucht die Mens?’ (hoeveel rampen heeft de mens nodig?) . Marcel Grauls, de spreker van vandaag wordt door Eddy journalist en lexicoloog genoemd, een man ‘met een warm hart en een koele kop’.

Marcel Grauls is ook Limburger, en het is dus niet eens zo vreemd dat hij in eerste instantie focust op Nicolaas Theelen, stichter van het Belang van Limburg. Op de achtergrond de schoolstrijd met Katholieken en de eerste staatsscholen, Theelen is actief betrokken bij een krantje in Bilzen, later Tongeren waar in die tijd amper negenduizend inwoners wonen. Theelen wou Limburg op de wereld en op ‘Brussel’ aansluiten.

Tijdens de eerste wereldoorlog schrijft Theelen zijn bevindingen op hele kleine boekjes die in het huis worden verstopt, zo goed dat ze bijna niet meer terug te vinden zijn. De geschriften bevatten immers zoveel bezwarend materiaal voor de Duitsers dat bij ontdekking door de vijand onmiddellijke executie zou volgen. De dagboekgeschriften bevatten vaste items als het weer, de impact van het geluid van de kanonnen, dat er vandaag geen NRC-handelsblad uit Nederland kwam (een goed teken, want dit impliceerde dat er slecht nieuws voor de Duitsers in te lezen was), de treinen die reden en de dode militairen die vervoerd werden, de prijs van eieren, boter en brood. Welke affiches de Duitsers ophingen en wat ze vermelden. Ondanks dat het zeer moeilijk was om informatie te verkrijgen (laat staan deze te checken) schreef Theelen een indrukwekkende hoeveelheid oorlogsinformatie op die in zijn ruwe onbewerkte vorm werd gebundeld. Hij stierf immers nog tijdens de groote oorlog. Veertig jaar journalistieke ervaring en de vele netwerken hebben hem ontzettend geholpen in het verzamelen van informatie. Er werden 36 bronnen van internationale kranten in kaart gebracht tijdens zijn leven. Theelen blijkt ook in 1914 ontzettend geïnformeerd , zeker gezien de moeilijke context van die dagen.

Economisch overleefde hij met het drukken van partituren voor , o ironie, … Duitsland. Marcel voegt daaraan toe dat Nicholaas’ teleurstelling daarover eindeloos was.  

De Duitse bezetter is vanaf augustus 1914 een harde realiteit. Op 18,19 en 20 augustus krijgen de inwoners van Tongeren vijf minuten om de stad te verlaten en alles achter te laten. Tongeren wordt in brand gestoken. Daarvoor zijn in Dinant al zeshonderd mensen gefusilleerd; ook Aarschot en Leuven (de boekenverbranding) delen zwaar in de klappen.

Een vraag die Marcel Grauls en wellicht vele Limburgers en Walen zich in die fase in de oorlog stelt luidt : Wat heeft de Duitsers toch bezield voor deze wansmakelijke daden? Want daarvoor bleek het bijna allemaal nog mee te vallen, de Duitse invaller bleek best wel vriendelijk, pijprokend reden ze de dorpen binnen en groetten vriendelijk de inwoners. Het grote gezin van Theelen valt aan het begin van de oorlog uiteen, een deel dochters zoekt onderdak in Maastricht, één van de zonen trekt naar de Ijzer.

De haat tegen de Duitsers is enorm, ‘verdoemd zij het ras van rovers’. Er volgen idiote richtlijnen van de bezetter zoals het verbod om aardappelen te schillen. De ‘augustuservaring’ gaat zeer diep. De kleine man wordt getekend door honger en door haat tegen de keizer.

Binnen het Duitse militaire apparaat zijn er bovendien veel onderlinge vechtpartijen, Duitsland is nog niet zo lang één geheel. Er waren ook Duitsers die de lokale bevolking verwittigden van de komst van ‘woeste soldaten binnen de vier dagen’.

Grauls gaat in op het kleine verzet, op kardinaal Mercier, op de kombinatie van nieuws en sentiment in de dagboeken van Theelen. Zijn centrale stelling : in een kleine provinciestad ver van het slagveld kun je ook langzaam ten onder gaan. Theelen is er de personificatie van: de man wordt gesloopt, wordt zenuwziek, sterft zonder te worden beschoten …

De spreker maakt de brug naar Camille Huysmans, 29 jaar jonger dan Theelen. Over Huysmans valt meer dan één boek te schrijven maar enkele adjectieven over de man luisteren als ‘zeer intelligent’, zeer anti-klerikaal, pacifist, behept met een spotgeest in de lijn van Uilenspiegel en Reinaert de Vos. Ernest Mandel typeerde hem als ‘intelligent maar ook hoogmoedig’. Hij studeert Germaanse talen en wordt in Bree op een verkiezingsmeeting bijna gelyncht, een vliegende tegel had hem in 1900 al het leven kunnen kosten. Hij verkast naar Brussel en wil iets voor het socialisme doen. Hij komt op in Tongeren en haalt in het begin van zijn carrière slechts 800 op 40.000 inwoners. Huysmans sticht een coöperatie (in de trein naar Berchem las ik nog een verslag van de persconferentie van Dirk Barrez die een pleidooi houdt voor meer coöperaties) en is gemeenteraadslid tijdens de oorlog. Hij smokkelt voedsel, brieven en mensen over de grens. Hij is dermate inventief en beduveld den Duits voortdurend dat zelfs mensen binnen de socialistische beweging dachten dat hij een spion was omdat hij zoveel geregeld kreeg.

Camille

In de internationale beweging is Huysmans zeer actief. De spreker benadrukt dat in tegenstelling tot veel slaapwandelaars (een verwijzing naar het boek Slaapwandelaars van Christopher Clark dat me uitstekend begeleidde op mijn recente fietsreis vanaf Sarajevo) de Internationale de eerste wereldoorlog wel degelijk zag aankomen. Ondanks tien grote congressen om de oorlog te voorkomen. De internationale stelde het internationalisme en het marxisme boven het patriottisme dat naar de afgrond leidde.

Meteen is de brug naar de derde persoon in de lezing gemaakt: Rosa Luxemburg.

Voor of tegen de oorlogskredieten, een hamvraag in de parlementen in Europa. Veel leden van de grote socialistische partijen stemden (uiteindelijk) voor. Huysmans bleef erg ontgoocheld achter. Hij wilde nog een nieuw congres in Kopenhagen laten samenkomen, maar slaagde er niet meer in. Jaurès werd intussen vermoord. Luxemburg radicaliseerde door … pacifist te blijven en maakte de wereldoorlog door in de gevangenis. Grouls zegt daarover dat ze ‘in de radicaliteit werd geduwd’. Samen met Huysmans was Luxemburg lid van het ‘Internationaal Bureau’. De meeste jaren dat ze moeten samenwerken denkt Rosa dat Camille een hekel aan haar heeft omdat ze een politiek actieve vrouw is. Er zijn echter ook momenten van innige vriendschap. Bij momenten voelt ze zichzelf bijna ‘als een zuigeling’ behandeld. En literair weten we van deze moedige Duitse vrouw dat hoe scherp ideologisch de kleine Luxemburg ook uit de hoek kon komen, ze was tegelijk een zeer lieve vrouw. Attent voor het kleine in het leven.

Rosa

Waarom heeft Marcel Grauls deze drie figuren gekozen in deze lezing? Het zijn drie mensenlevens die verschrikkelijk door de oorlog zijn beïnvloedt. Oorlog heeft een diepe destructie in zich die je niet kunt zien. De woorden van Sloterdijk worden passend herhaald in een slotzin. Rosa Luxemburg en Nicolaas Theelen sterven letterlijk aan de oorlog, Huysmans wordt 97 maar zal op latere leeftijd vooral landen bezoeken die het kapitalisme verworpen hadden zoals Cuba en China.

Luid en lang applaus van veertig actieve opeengepakte toehoorders. Terecht. Er is niets tegen de serie In Vlaamse Velden op Eén maar met deze lezing heb je het idee een veelvoud van educatieve input te hebben gekregen.

In een laatste vragenronde wordt de Frontpartij gesitueerd, Paul Van Ostaijen, de Spartacisten, de mooie ontroerende brieven van Luxemburg aan de vrouw van Karl Liebknecht , de Vlaamse emancipatiestrijd zonder kwalijke geurtjes, de marxisten die de stapsgewijze strijd van de socialisten veel te reformistisch vonden (en dus te weinig radicaal).

Wie freelancers kent die op een bevattelijke manier zowel Huysmans en/of Luxemburg kunnen schetsen voor het najaar mag tips doorgeven aan stefaan.segaert@vormingplus.be . Met veel dank!

Dinsdag staan we stil bij het conflict in Syrië in Lokeren. Wat kunnen mensen van honderd jaar geleden ons leren voor een uitdijende oorlog in het Midden-Oosten vandaag. In februari 2015 gaan we in alle geval met vzw Vrede focussen op de wereldwijde wapenhandel en wat wij daar mee te maken hebben.

Stefaan Segaert , educatief medewerker van Vormingplus Waas-en-dender.

Meer info over het Zoekend Hert op www.hetzoekendhert.be

Meer info over het aanbod filosofie van Vormingplus op www.vormingplus.be/waas-en-dender