Hans Achterhuis toont Camus

Met een andere geweldige Hollander op zak , ‘Toen God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak , een briljant boek over het teloorgaan van het platteland op een manier zoals alleen Mak dat kan , begeef ik me voor het eerst naar Het Zoekend Hert dat zich als huis in het filosofische landschap op haar folder positioneert als een plek waar het ‘geenszins de bedoeling is de wereld te verbeteren maar een bescheiden, inspirerend en ietwat feestelijk universum te creëren. Aarzelend en doordacht, maar vastbesloten- met een stevig gewei op het hoofd’.

In de ruimte waar we straks Hans Achterhuis zullen ontmoeten prijkt een helemaal passend citaat van Sartre op de muur, “l’homme est condamné à être libre”. Passend om het over een tijdsgenoot en vriend te hebben : Albert Camus. Thuis heb ik zowel van Achterhuis enkele maar lang niet alle meesterwerken in de kasten staan. Ook zo voor Camus.

Van Achterhuis ben ik razend enthousiast over ‘De Utopie van de vrije markt’ en woonde de man niet zo ver, ik had al pogingen gedaan hem te programmeren bij Vormingplus. Het hoofdstuk over de ware toedracht van Chili in 1973 is nog altijd beklijvend en ontnuchterend. Van Camus moest ik als vijftienjarige verplicht La Peste lezen in het Frans en zeer recent vond ik De Vreemdeling op een rommelmarkt in Waardamme. Nog recenter las ik stukken uit ‘l’ Homme Révolté’. Waarover het vandaag vooral zal gaan.

De inleider is bijzonder beslagen bij het tonen van de persoon Achterhuis. Hij schetst enkele recente werken die er toe doen: ‘Tegendenken’ en ‘Zonder vrienden geen filosofie’. Achterhuis is een monument, zoveel is duidelijk. Niet voor niets was ik verbaasd dat er nog plaats was voor deze lezing toen ik me emailsgewijze aanbood. Bij de inleiding vallen termen als ‘de precisie van het leren’, ‘de moed om mens te zijn’, de zachte en gepassioneerde kracht van Achterhuis, de linkse oriëntatie van de professor, de arbeid van Camus op één lijn met die van Sisyphus en die van Achterhuis.

In de beginwoorden van Achterhuis worden meteen twee monumenten genoemd: Camus maar ook Hannah Arendt. In de studeerkamer van Achterhuis prijken ze ostentatief aan de muur en zijn ‘richtinggevend, ze begeleiden en scherpen mijn denken’ . Sinds Achterhuis ze ontdekte. Door toeval belandde Achterhuis in 1965 in Straatsburg en niet in Praag, waaraan hij bij nog meer toeval zijn kennismaking met Camus te danken had.

Camus autobiografisch duiden is verweven met het werk en het denken van de man. Achterhuis noemt hem een waanzinnig groot stylist, getuige de bijzondere beschrijvingen van Algerije in de Vreemdeling. Gerard Reve had voor Achterhuis die hem met de studentenvereniging uitnodigde al een grote aantrekkingskracht op Achterhuis die een heel goed leven zonder God schetste, een heel goed leven in de relativiteit, een wonderlijke schok voor de jonge student die theologie studeerde. Het was een andere professor , Van Hennep als mijn notities correct zijn die Hans Achterhuis met Camus in contact bracht. Eén van de eerste ontdekkingen: Camus valt niet samen met de diepe wanhoop van het existentialisme (de brede stroming rond Sartre) maar meer met het geluk van Sisyphus. De Griekse God die rotsblok na rotsblok op de berg tilt.

Camus werd op zeven november 2013 geboren, honderd jaar geleden dus. Hij groeide op in een doodarm milieu in de Elzas. Zijn moeder was Spaanse wat zijn fascinatie voor Spanje duidt. Zijn vader ging als jonge soldaat zeer vlug sneuvelen in de Groote Oorlog. Op school bleef het genie Camus niet onopgemerkt. Ook niet aan de universiteit. Een dissertatie over Augustinus was zijn eerste grote studie, de parallellen met de klassiek geschoolde Arendt is tekenend die op hetzelfde onderwerp studeerde. Hij speelt toneel, bekwaamt zich als journalist, kampt met een zwakke gezondheid en is van nature maatschappelijk actief. Engagement is zijn eerste natuur. Camus gaat bijvoorbeeld in het verzet in Parijs in de tweede wereldoorlog en schrijft daarvoor enkele kritische artikels over het fascisme van Mussolini. Het is de censuur in Algerije die hem doet uitwijken naar Europa, hij is onder andere actief in de verzetskrant ‘Le Combat’. Hij is als het ware de reïncarnatie van ‘la résistence’, werkt veel samen met Sartre, een plezierige tijd. Als Sartre in de Koude Oorlog zich duidelijk pro-communistisch oriënteert ontstaat een breuk, gelet op de diepe vriendschap ongetwijfeld een lastige breuk. Camus zoekt naar een derde weg naast het kapitalisme en zijn tegenhanger maar het boek ‘l’ Homme Révolté” valt niet in goede aarde. De recensenten kraken hem. Een auto-ongeluk in 1957 kost Camus het leven, er zouden wellicht nog vele meesterwerken zijn gevolgd als dit fatale accident niet had plaatsgevonden. Want academisch was Camus zeker niet uitgepraat.

Het oevre van Camus dan. Zijn werk bestaat volgens Achterhuis uit drie mythen, alleen al omwille van het duiden van grote lijnen zijn dit soort lezingen een geschenk. Als gewone stervelingen zou het ons een veelvoud aan tijd kosten om zoveel overzichtelijkheid te vinden in dit rijke denken.

De eerste mythe is die van Sisyphus. Het absurde staat daarbij centraal en wordt onder andere in De Vreemdeling geïllustreerd. Een tweede mythe is die van Prometheus waar de opstand centraal staat. La Peste kennen we allemaal maar La Chute (de val) behoort minder tot het collectief geheugen. De Val gaat over de hel, het mistige Noorden van Holland met Amsterdam als hel van de hel. In La Chute gaat het onder andere over zijn ruzie met Sartre. Een derde mythe is Nemesis: minder uitgewerkt maar toch aanwezig, grenzen en de mens zonder mate zijn zeer hedendaagse vraagstukken (ik denk bvb aan Tim Jackson’s Welvaart zonder groei die dan weer door Dirk Holemans in Lokeren werd getoond, wat daar een hele transitiedynamiek op gang bracht).  

Bij Sisyphus is er een fundamentele botsing tussen de mens die helderheid in de wereld wil en deze zoekt en de wereld die geen antwoord geeft. Camus wil die toestand vasthouden en wijst bijvoorbeeld daarom de zelfmoord af. Hij zet zich nog meer af tegen de filosofische zelfmoord die hij bij Kierkegaard en Jaspers terugvindt. Als symbolisch beeld roept hij de toneelspeler op die verschillende rollen speelt. Rotsblokken naar boven dragen is dus zinvol op zich (il faut imaginer Sisyphus heureux) en bovendien corrigeert hij het beeld van de god die niet anders zou doen dan rotsblokken tillen zonder rust. Er zijn ook momenten waarop de rots niet naar boven wordt gesleept en er naar de muziek van Orpheus wordt geluisterd of ‘de geluiden van de wereld’. Het kan voor mij gesymboliseerd worden in de zin om zich af en toe in koffiehuizen terug te trekken of lange treintochten naar het Oosten te ondernemen met een gewicht aan boeken die dat van ondergoed en hemden vele malen overtreft.

Hoe moeten we Prometheus dan begrijpen en de essentie van vandaag, de mens in opstand?

Enkele elementen vooraf. Als je filosoof wil zijn moet je romans schrijven en in beelden denken om publiek te bereiken. Op dat vlak was Camus een betere romancier dan Sartre maar Sartre volgens Achterhuis een grotere filosoof. In La Peste dat zich in Oran afspeelt staan vier hoofdpersonages en twee bijpersonages centraal. Ik val van mijn sokkel als ik nu pas op mijn bijna vierenveertigste voor het eerst iemand hoor zeggen dat de pest eigenlijk een allegorie is voor het nazisme en bij uitbreiding alle vormen van onderdrukking. Waarom heeft niemand dat in het derde middelbaar erbij verteld? Waarom hebben we Camus zonder duiding moeten lezen? Kwaadheid en meteen een stuk illustratie van een gedeeltelijk failliet van het onderwijs grijpt me nu vast. Viel ik op de verkeerde leraars? Of is er meer aan de hand en waren we makke papegaaien die onvoldoende verbanden leerden maken? Waarom werden we niet geoefend in het begrijpen van die rijke beeldspraak?

De dokter is het eerste hoofdpersonage. Hij vecht tegen de pest. Tegen het lijden. Zijn positie is tragisch want hij verliest altijd, de dood wint vroeg of laat immers altijd. Op het einde is de pest dan wel overwonnen, maar in het volle besef dat ze weer zal terugkomen, dat er niet zoiets als een gouden toekomst aanbreekt.

De filosoof is geëngageerd. Maakt politieke keuzes. Vecht voor een betere toekomst. Maar beseft dat iemand moet geliquideerd worden. Van de weeromstuit trekt hij zich volledig terug. En de pest is een manier om dan toch weer in de politiek te komen. De filosoof en zijn positie toont eigenlijk de politieke eenzaamheid van Camus, links in Frankrijk droeg in de jaren zestig immers Sartre op handen.

De journalist is bij toeval in Oran en kiest toch voor solidariteit. Hij sluit zich tegen eerdere plannen in aan bij de strijd. Naar het leven van Camus vertaald is hij de verzinnebeelding van het afgesneden zijn van zijn geliefde “Méditerrannée”.

De romanschrijver tenslotte die misschien wel het dichtst bij Camus zelf staat. Hij wil een grote roman schrijven maar komt nooit verder dan de eerste zin. Hij sterft zelf aan de pest. In zijn drang om alle bijvoeglijke naamwoorden te schrappen ziet Achterhuis een hang naar het absolute, wat in de Kunst nog wel mogelijk is maar niet in de politiek. Zoiets leidt immers tot de goelag.

Nog boeiender wordt het als Achterhuis twee bijpersonages schetst. De misdadiger die zijn brood verdient toont dat niet “alle Menschen Brüder sind”, dat er altijd mensen profiteren van de situatie. Solidariteit is nooit totaal en wie het boek ‘De Mythe van de groene economie’ van Lievens en Kennis kent weet dat er grote machtsblokken veel en verderfelijk geld verdienen aan de klimaatopwarming. Mensen die van het gevaar , van de ellende gaan profiteren; van alle tijden volgens Achterhuis. Tot slot is er ook de priester die in een eerste preek de pest de schuld van God noemt. In een tweede preek roept hij op om ons te schikken, in La Peste staat het dan ook vol van citaten van Augustinus.

Wat toont “l’ Homme Révolté” nog? De klassieke Prometheus. De god die zich verzoent met Zeus. De moderne mens die mateloos is geworden en de natuurlijke grenzen niet meer kent. Het kan bijna niet anders of Achterhuis moet ook Ton Lemaire kennen? Ik had het beter in het vragenrondje kunnen bevragen. De oude Griekse goden kenden de grenzen nog wel.

In enkele uitweidende beschouwingen vertelt Achterhuis over een omvattend werk rond geweld waaraan hij samen met Nico Koning werkt. Heb ik het goed begrepen dat de professor zegt “we leven in de meest vreedzame tijden van de wereldgeschiedenis” ? Achterhuis illustreert ook het zondebokverhaal (dat zich zowel in de Griekse verhalen zoals bij de figuur van Oedipus, bij de Romeinen bij de stichters van Rome en in de Joods-Christelijke traditie bij de figuur van Jezus) en linkt het met denken van Camus. Het is zondermeer het meest vernuftige intellectuele staaltje van de lezing. In La Chute is Jezus dan het symbool van de onschuldige schuld zoals Meursault in de Vreemdeling als een schuldeloze moordenaar wordt gezien door Camus. Jezus kenmerkt zich ook daardoor door een soort droefheid en verzet zich niet tegen zijn aanhouding. Hij draagt immers ook de vele kindermoorden van Bethlehem op bevel van Herodus op zijn schouders. Ook Meursault die veroordeeld wordt door de officier van justitie en nog erger is dan de vadermoordenoor van daags nadien heeft kenmerken van Jezus. Met een zekere zelfkritiek op Camus vindt ook Achterhuis dat de Nobelprijswinnaar er niet helemaal in geslaagd is om de onschuld van Meursault neer te zetten.

De publieke laatste ronde is even boeiend dan de uiteenzetting . De kwaliteit van de vragen en de eruditie waarmee Achterhuis ze ontvangt heeft daar veel mee te maken.

Hoe kunnen we het meest exact ‘l’homme révolté’ vertalen stelt de inleider de eerste vraag? Achterhuis plaatst twee begrippen tegen elkaar : de revolutie versus de revolte. Camus wil aan de eerste impuls van de revolutie namelijk de revolte vasthouden. Het is de fase van de slaaf die neen zegt, waarbij in de neen ook een ja zit verstopt. De solidariteit die boven komt, het “nous sommes”, opkomen voor de groep. Camus wil immers niet moorden voor de ideale toekomst. De revolte bevindt zich op het snijpunt van de politiek en de ehtiek.

Camus bij een tweede vraag over de menselijke konditie (bemerk weeral de parallel met Arendt en haar meesterwerk Vita Activa, maar hoeveel filosofen hebben zich niet over die kwestie gebogen) die geen dwingende filosofische redenering oplegt maar meer met beelden toont, in die zin is Camus duidelijk meer romancier dan filosoof. Het menselijk geluk (zoals Meursault die op de avond voor zijn terechtstelling die ervaart in zijn cel) vinden we ook bij Nietzche (de filosoof met de hamer) terug , de gedachte van ‘Ja zum Leben’ in Also Sprach Zarathustra. Maar naast het geluk die Camus zo dierbaar was heeft hij ook wanhoop gekend, in Praag bijvoorbeeld toen zijn vrienden niet kwamen opdagen en in een belendende kamer een zelfmoord plaatsvond.

Afsluitende vragen zijn er over de band van Camus met Dostojevski en iemand peilt of de stelling van Arendt ‘het is beter onrecht te ondergaan dan onrecht te plegen’ ook voor Camus zou opgaan. De professor schat in van wel. Arendt en Camus zouden elkaar maar één keer ontmoet hebben, in 1938 wat Arendt de uitspraak ontlokte dat Albert Camus de beste mens van Frankrijk is. We eindigen met de groene denker Illich die zich ook op de godin Nemesis beroept. De maat der dingen, we zijn alle maat verloren en Illich die geen verklaring vindt maar probeert te begrijpen door oude Griekse verhalen te vertellen.

Het zoekend hert wil enkelingen laten samenkomen voor een verademend denken, voor onderzoek en overleg. In een huiselijke (wat een prachtig premodernistisch huis uit 1924) en beschuttende omgeving. Waar we waarheden en zekerheden kunnen loslaten. Of minstens in vraag stellen. Bij mijn eerste bezoek zijn ze daar met glans in geslaagd. In 2014 is er een reeks rond ‘wereldoorlog I en de denkende enkeling’. Ik ga zeker nog bijtanken in de toekomst. Kijk gerust op www.hetzoekendhert.be voor meer info.

’s Avonds de lokale partijkrant bussen met een ademzieke vriend. De lezing delen van deze ochtend. Plannen koesteren voor een leesgroep rond Camus. Blij zijn met de programmatie van Arendt in maart 2014.

Stefaan Segaert, educatief medewerker Vormingplus Waas-en-Dender