8 okt 2014 zelf denken en handelen met Harold Welzer

Uitdagend gesprek voor de transitiebeweging in de Vooruit

In een korte inleiding op Harold Welzer noemt redacteur Karel Verhoeven van De Standaard verzet en verbeelding de politieke kwesties van deze eeuw. Of in vraagvorm gesteld: Hebben we genoeg verbeelding om de weg naar verandering in te slaan?

Tussen Peter-Tom Jones, Joris  Luyendijk, Vera Dua en Welzer in ga ik wat opdrogen en uitrusten in de nabije bibliotheek. Op de afdeling filosofie schrijf ik een passend stukje van Hannah Arendt over uit een lofrede voor haar geestgenoot en inspirator Karl Jaspers. Het zijn woorden die helemaal passen bij dit transitiefestival Grand Cru: ‘In het openbaar zeggen wat ieder afzonderlijk in gesloten kring weet , is van grote betekenis: het feit zelf dat iets door allen gehoord wordt, verleent het een uitstralingskracht en bekrachtigt het verschijnen ervan in de werkelijkheid’.

De toon is gezet voor een zoveelste Oikos-debat dat er toe doet, een bomvolle Vooruit-zaal en een panel verrassende sprekers voor een tweede deel.

Welzer valt met de deur in huis en knoopt aan bij wat ik eerder las in ‘De toekomst veroveren’: schuld is geen goede strategie om op in te zetten om iets aan klimaatverandering te doen. Het is zinvoller om in de lijn van Ivan Illich en André Gorz in te zetten op de boodschap van een goed leven. De klimaatbeweging heeft een depolitiserend effect op burgers die onheilspellende boodschappen krijgen en op die manier ook hun verantwoordelijkheid worden afgenomen. Burgers worden lamgelegd door onheilsrapporten.

De centrale analyse van Welzer luidt dat er geen relatie bestaat tussen de kennis die mensen hebben over de naderende ondergang van de wereld en een verandering van gedrag dat minder verwoestend is voor de planeet en haar bewoners (eerder deze dag had Peter Tom Jones komaf gemaakt met de brave tekening waarbij people-planet-profit in overlappende circeltjes voorgesteld worden, maar had een leefbare economie IN een leefbare aarde geplaatst)

In het dunne boekje ‘De toekomst veroveren’ heette het dat ‘het spreken van de redding van de wereld niet alleen arrogant is, maar ook volkomen nutteloos om mensen te motiveren zich zelfs maar om de wereld te bekommeren’.

Welzer stelt vast dat we sinds de val van de muur niets anders meer hebben en kennen dan het kapitalisme. Een beetje verrassend voor een publiek waar kapitalisme-bashing eerder gangbaar is bij sprekers noemt Welzer tal van weldaden van dit systeem: in vergelijking met 200 jaar geleden is onze levensverwachting spectaculair gestegen en stelt onze levensstandaard ons in staat om te genieten van veel geneugten van het leven. Voor een deel is kapitalisme dus een succesverhaal. De hamvraag luidt dan hoe we de immateriële hoge standaard in een kapitalistisch systeem kunnen behouden maar daarnaast ons met slechts twintig procent van het huidige grondstoffenverbruik kunnen organiseren.

Karel Verhoeven stelt vragen aan Welzer over onze groeiobsessie. Het antwoord is gevat en snel:  al duizenden jaren bestaat er een beschaving die zonder noemenswaardige groei bestaat. Waarom zijn we dan zo angstig dat we zonder groei een slechter leven zouden hebben? Is het net geen gebrek aan fantasie dat alle politici alleen maar ‘we need growth’ herhalen? En is het BNP, samengesteld uit parameters van zieke mensen door een ziekmakend systeem, zijn maffia, zijn criminelen, zijn prostitutiesector … dan zo’n fantastische korf?  Nog belangrijker is de vraag die haast nooit gesteld wordt : wat doen we met onze extreem hoge materiële levensstandaard? Velen van ons verzuipen nu al in teveel ‘stuff’.

Van waar moet de verandering komen?

Voor Welzer heb je drie à vijf procent mensen nodig die verandering wensen, zij zijn net als in de feministische en burgerrechtenbeweging sociologisch een cruciale voorhoede. Veranderingen gebeuren immers altijd vanuit minderheden. Daarenboven moeten we vertrekken vanuit positieve verhalen zoals Martin Luther King de massa kon mobiliseren met zijn droom. Dokter King zei toch ook niet: ‘Deze morgen had ik een enorme nachtmerrie’ ?

Voor Welzer heeft iedereen een maneuvreerruimte en dit gaat niet enkel over individuen maar vooral over toekomstvaardige groepen die elkaar aansteken. Daarmee zit Welzer mijns inziens pal in het hart van de transitiebeweging en haar enthousiasme.

Innovatie heeft voor Welzer maar een magere klank. Deze term heeft immers geen referentiepunt, de vraag is alleen of iets nieuw is en hoe relevant is die vraag?

Waarom is delen zo belangrijk?

Delen staat niet op zich maar is verbonden met geliefd willen worden door anderen. De delende mens is ook op zoek naar waardering, delen is nu juist een werkwoord waar appreciatie sterk aanwezig is. Via goede relaties is er ook directe actie mogelijk wat sterk het DNA van de nieuwe maatschappelijke beweging in zich draagt.

Is delen ook een politiek project?

Nauwelijks zegt Welzer. Je kan het hoogstens een nieuw economisch model noemen. We hebben wel degelijk nood aan een politiek raamwerk. Dit raamwerk zal vorm krijgen via verhalen. Het zijn klanken die ontzettend centraal staan in het boek ‘Politieke Emoties’ van Martha Nussbaum. Filosofie die inhaakt op nieuwe maatschappelijke bewegingen.

Hoe verhoudt dit zich tot ideologie?

Welzer geeft toe dat hij dit stelt binnen een Duitse context van een weinig divers partijen-landschap. Alle politieke partijen verschillen voor Harold weinig van elkaar. En als je iets wil promoten is het veel sterker dit te doen via de boodschap dat ‘zoiets zin heeft’ of ‘dit is rationeel gewoon beter’ dan ideologische argumenten. Wie het politieke bedrijf gadeslaat merkt dat veel politici zo weinig bezig zijn met de politieke thema’s die er wezenlijk toe doen en wel met bagatellen.

Waarom is je boek zo populair?

Met enige trots kan Welzer vertellen dat het in openbare bibliotheken een ware bestseller is en dat mensen het boek massaal aan elkaar doorgeven. Kan het nog symbolischer? De deeleconomie ten voeten uit. Burgers die niet per se gericht zijn op het bezitten van het boek en via waardevolle verworvenheden als bibliotheken een boek lezen. Nog leuker is dat allerlei mensen in Duitsland allerlei ideeën en projecten koppelen aan dit boek en aan de stichting Futurzwei 2.0. doorgeven. Een kapster las het boek en zou voortaan minder over Brad Pitt en Jolie uitweiden maar de thema’s uit het boek ter sprake brengen. Al kappend kunnen mensen toch niet weg. De sterkte van het boek is dat het niet alleen over denken maar ook over handelen gaat. Daarin zit meteen zijn grote aantrekkingskracht. Andrew Simms van de New Economics Foundation had het twee jaar geleden over ‘het hoofd, hart en handen’ van de transitiebeweging.

Het panel wordt erbij gehaald.

Chris Serruyen werkt op de studiedienst van het ACV. We willen onze militanten en mensen in het bedrijf stimuleren om aan de slag te gaan. Wacht niet is de boodschap van het ACV! Loods uw bedrijf binnen in de context van de 21°ste eeuw: een eeuw waarin de olie duurder wordt en de klimaatopwarming een harde en allesbehalve vrijblijvende realiteit. Chris geeft toe dat deze oefening zeer moeilijk is. De vakbeweging is immers groot geworden in de groeieconomie. Recessie of de-growth betekent vandaag dan ook dat een harde kern van jongeren geen werk vindt en in Griekenland staan de zaken nog veel meer op scherp. De vakbond wil mee zoeken naar een nieuw ontwikkelingsmodel maar heeft geen passende antwoorden of schema’s liggen.  Heeft de transitiebeweging die liggen? Ivan C. uit Lokeren stelde zich ooit de vraag na een lezing van Dirk Holemans in Lokeren in 2012: ‘Kunt u ons vertellen hoe ons leven er dan concreet zal uitzien? Zal het zich lokaler afspelen? Zal het meer vrije tijd kennen? Zullen we andere dingen doen dan we vandaag doen? Zullen we meer samenwerken? ‘ De vragen zijn voor mij vandaag weer brandend actueel als ik naar iemand luister wiens vakbond 1.700.000 leden telt en die van het ABVV 1.400.000. Chris stelt ook in alle eerlijkheid dat mensen in onzekere tijden zich meer dan ooit aan hun job vastklampen en dat dit de discussies nog lastiger maakt.

Het jonge geweld dan. Maar wel in de weeral verrassende vorm van een jonge onderneemster. Oikos weet met zijn panels vaak te verrassen. Tine Tomme is oprichtster van het veggie-vegan-resto Avalon. Ze stelt dat ondernemingen in deze bonte transitiebeweging een instrument kunnen zijn. Ze stelde aan de lijve vast en met haar ook de medewerkers dat groeien van het restaurant tot kwaliteitsverlies zou leiden en op termijn ook de mentale en fysieke gezondheid van de werknemers zou aantasten. Avalon is echter veel meer dan zomaar een restaurant. Ze wil mensen in een actiemodus brengen. Avalon doet dingen in gemeenschap omdat het voor sfeer zorgt, het werkt motiverend en delen is gewoon ook efficiënter.

Als kleine ondernemer krijgt Tine een aantal vrijheden en de kans om in actie te gaan met zeer zichtbare motiverende resultaten.  Een belendende samentuin is eerder een positief alternatief van rust in een drukke stad, van aarding dan te kaderen binnen een commerciële logica  van goedkope productie van eigen groenten.

Karel Verhoeven stelt goede vragen, Dirk weet ook zijn moderatoren te kiezen. Wanneer zijn al die kleine verhalen in staat om het Grote Verhaal te beïnvloeden? Voor Chris blijft het nodig om naast de ‘duizend lokale bloeiende bloemen’ ook te blijven beuken op het Vlaamse, federale en Europese verhaal. Zij die de bovenlokale knoppen besturen gaan we toch niet helemaal laten verder doen, gerustlaten en de planeet helemaal naar de verdoemenis laten gaan?

Er komen pittige vragen uit de zaal.

Heeft het nog zin om Milleniumdoelen door de Verenigde Naties te laten opstellen? Voor Welzer is het inspirerender om naar het lokale niveau te kijken.

Iemand vraagt de micro én stelt: we zijn te laat. Voor Tine en Harold is de vraag zelfs geen optie. Er is geen alternatief buiten opgeven misschien? We moeten ook veel meer de voordelen benadrukken van een ‘leven in transitie’ : er komt tijd vrij, we nemen weer meer zorg op voor elkaar, onze kinderen krijgen meer aandacht, … hoeveel mensen hunkeren niet ten diepste naar deze voordelen. In Totnes maakten we kennis met de Chileense econoom Manfred Max-Neef die de ‘Barefoot economics’ toepaste. De echte behoeften in het leven konden worden geordend in negen categoriën : creatie, vrijheid, bescherming, ontspanning, affectie, participatie, begrip, materie en identiteit. Dit alles binnen een ‘leefbare planeet’, de eco-logische kat op de koord.  Harold toont bijvoorbeeld dat de praktijk van ‘urban gardening’ het meest succesvolle antwoord op de klimaatsopwarming is tot nu toe. Het biedt naast de vele sociale voordelen ook milieuwinst op en maakt ons veerkrachtig tegen onzekere tijden.

Voor Welzer zitten we hier in het rijke westen ook in een gepriviligieerde situatie die ons niet toelaat om niets te doen en de zaken af te wachten. Doe iets goed met je eigen mogelijkheden, geloof niet de doemdenkers die stellen dat het ‘too little too late’ is.

Karel krijgt ook een vraag. Hoe ziet hij de rol van de media? Wat zijn de ervaringen binnen zijn krant? Er is een grote huiver tegenover het nieuwe, een grote behoudsgezindheid onder lezers. Karel stelt ook vast dat er binnen het vele nieuwe ook veel onzin is. We hebben wel degelijk een verantwoordelijkheid maar abstracte verhalen over klimaatrampen werken niet meer, lees: ze worden niet meer gelezen.

Hierop inpikkend: Futurzwei 2.0., de stichting rond Welzer wil zoveel mogelijk concrete positieve verhalen oplijsten. Ik herinner me uit een interview met Alma de Malsche in Mo* dat de Duitser ze ‘wil verbinden als een lappendeken’.  Ik gebruikte dit beeld ook in mijn eigen powerpoint rond transitie waarin ik Welzer nog meer in de eregallerij der visionairen ga opnemen.

Het is al over tienen. Arbeidsherverdeling en de vakbonden. Hoe bedreigend is een groeiende wereldbevolking? Gent mag trots zijn op zijn vinnige burgers. Een student krijgt een veeg uit Welzer’s pan: Talk about yourself, not about African people. Een Noord-Amerikaan legt immers twintig keer zo veel besla g op de aarde dan een bewoner van Mali of Nigeria. Goed dat Welzer dit nog even scherp stelt. Ook om 22u15.

Voor het aanvatten van mijn fietsreis naar Lokeren krijgen we nog enkele eenvoudige regels mee.

Regel 1: alles is veranderbaar. In de toekomst veroveren herinner ik me de uitsmijter:

De vele succesverhalen geven stilaan vorm aan wat een nieuwe geschiedenis van onszelf zou kunnen zijn.

Slotregel: have fun in a changing World. Stefaan Segaert