27 juli 2014 Golven in Picardië

Golven in Picardië

Heerlijk uitzicht rechtover ‘La Maison de Myriabelle’ en als ik mijn nek wat uitschuif vang ik een glimp op van de prachtige Notre Dame in het hart van de middeleeuwse versterkte vesting van Boulogne-sur-mer. De stad verdient duidelijk beter dan het vluchtig voorbijrijden naar huis of naar het zuiden.
Wie denkt dat dochters van acht het kirren als peuters zijn verleerd, dwaalt. Ik was een dankbare getuige dat Mara deze morgen zich haast verslikte in haar ontwapenend gelach toen ze samen met haar opgeblazen krokodil met haar lichte lijfje zich liet begeleiden over de iets wildere golven dan ‘onze’ Noordzee doorgaans aanbiedt.
Ook de dagen dobberen voorbij. We maken ons lijf nat in de zilte zee en pendelen literair tussen ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum en ‘De club van ik’ van Mark Nelissen. Ik herinner me dat Paule uit Lokeren en Daniël van Destelbergen verrukt reageerden op het bijzondere hoog-ontwikkelde spirituele dagboek van deze joodse vrouw met de dreigende deportatie naar Westerbork en daarna de dood in de kampen van Polen. Het moet één van mijn eerste LETS-transacties zijn geweest.
Nogal wat passages plakken echt aan je. Op de achter- maar vaak ook op de voorgrond is een voortdurende worsteling bezig van de schrijfster. Tussen het innerlijke en het uitwendige, het lichamelijke, de erotiek bijvoorbeeld en haar liefde voor Julius Spier, haar psychochiroloog met wie ze intense en diepe gesprekken voert. Ik ben pas zestig bladzijden ver maar centraal staat een voortdurende zoektocht naar ‘zuiverheid’ (in een verrottende omgeving) en een constant kritisch gesprek met zichzelf. Getuige van die worsteling op pagina 39: “Ik heb nog geen grondmelodie. Er is nog niet één vaste onderstroom, de innerlijke bron waaruit ik gevoed word, slibt altijd weer dicht en bovendien denk ik te veel”. En even daarvoor getuigend van een rijke filosofische houding: “Het leven moet steeds de oerbron blijven, nooit een ander mens. Veel mensen, vrouwen vooral, putten uit hem hun kracht, in plaats van regelrecht uit het leven, hij is hun bron en niet het leven. Dat is zo verdraaid en onnatuurlijk als het maar kan” (p34). De realiteit ‘buiten’ is gruwelijk: “Weer arrestaties, terreur, concentratiekampen, willekeurig weghalen van vaders, zussen, broers” (p.32). Uiteindelijk zal Etty Hillesum zich niet aan haar opdracht onttrekken: “meegaan met het joodse proletariaat naar Polen, naar wat zij wist dat op de dood zou uitlopen” (achterflap). Ik vraag me af hoeveel Nederlanders dit rijke oevre kennen.

Ik waag me niet te ver van onze derde camping in Wimereux. De bracquet van mijn koersfiets staat op instorten;  als ik nog wil investeren in de herstelling dreig ik meer te betalen dan de volledige aankoopprijs van de fiets, nl. 50 euro.

Van Joachim kregen we een geruststellende sms geheel in de stijl van zijn ongecompliceerde leven: “Ne nog nie gewest. En goe me mij. Uk warm.” Daaruit leren we af te leiden dat de cavia’s niet meteen op gevulde waterbidons moeten rekenen en we dus derden moeten inschakelen. Nathan is immers op scoutskamp en Anna in trance op een festival van de dance in Zador, Kroatië. De context van een fysiek gefragmenteerd gezin hoeft niet eens pijn te doen.
Thuisgekomen. De tuin lijkt een prettige wildernis, mijn vader zou zeggen een chaotisch oerwoud. Nog even en we kunnen courgetten LETSen. Straks treinen naar Brussel voor de vredesbetoging en het geweld in het Midden Oosten.

Stefaan Segaert, zondag 27 juli 2014