17 aug 2014 Tarntastiche week in de Aveyron

Tarntastische week in de Aveyron !

Onze eerste wildkampeerervaring is een feit. Aan de groene rand van Parijs, aan de rand van een voetbalplein, in een slaapdorp , een voorschoot van Bourdon blijkt ook de lokale bakker nog lang op vakantie. Even daarvoor:  Nathan heeft zijn  ene sandaal in een enorme stront geplant, meteen na de ontdekking in de wagen een dwingende reden om ons noodkampement op te slaan. ‘Ieder die ons ziet kijkt raar, wat niet kon dat wordt hier waar, we zijn weer op bivak’.

Onderweg: collectief herten spotten, Mara leert Nathan loombandjes maken, een klop, een scheldpartij, een lief woord, plaspauzes. Er gebeurt niet veel, zoals in ‘De Avonden’ van Gerard Reve. Ik lees verder.

Martha Nussbaum, Amerikaans filosofe, leerlinge van Hannah Arendt weidt zich in een lijvig boek aan een moeilijke kwestie: die van politieke emoties. Bij de stelling ‘Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan’ mengt ze vele wetenschapsdisciplines: ze duikt uitgebreid in de geschiedenis , vooral die van India en de Verenigde Staten, maar ook in de psychologie (ook in de gedragsbiologie) en ze illustreert meesterlijk haar inzichten met een analyse van patriottische  symbolen (volksliederen, gedichten van nationale waarde, toespraken …).

Camping ‘La Tacherie’ in Saint-Beauzély is prachtig gelegen. De eigenaar is ook boer van 300 schapen, hun melk is voor de biologische Roquefort bestemd, een topproduct van de streek. ’s Nachts worden we opnieuw getrakteerd op donder en bliksem, even heftig als in Tsjechië. Kinderen worden deze keer wel wakker (maar minder angstig dan de mama).

We ontvangen af en toe enthousiaste berichten van onze oudste dochter. Anna wandelt richting Compostella. Daarnet een sms dat ze morgenvroeg om 5 uur vanaf Najera haar tocht verderzet. We zijn zeer benieuwd naar haar sportieve ervaringen maar vooral spirituele surplus.

De eigenaars van onze volgende camping zijn Lidi en Carli , twee Nederlanders waarvan Lidi 25 jaar geleden (Carli iets later) op zoek ging ‘naar een bestaan dat beter bij ze paste’. Er zijn zeven tenten, de meest kleinschalige camping waar we ooit verbleven. De Aveyron wordt omschreven als ‘een heuvelachtig nog vrijwel ongeschonden departement in Zuid-Frankrijk’. Daar is als buitenstaander in alle geval niets van gelogen. Je hoort er enkel krekels en het eeuwige ruisen van de lagergelegen Tarn waar je vanop een terrasje heerlijk kunt zwemmen. De rivier is hier net iets onstuimiger dan op de meeste andere plaatsen. Nathan vindt (in het begin, dat zal wonderwel keren)  soms moeilijk z’n draai maar Mara heeft aangeknoopt met het meisje van de buren, Madelief, later met Jorien.

We willen deze week graag naar Albi, zowel voor de kathedraal als voor het museum van de excentrieke Toulouse-Lautrec die er geboren is. Zijn leven en werk leest intrigerend.

Sofie, Mara en Nathan ergeren zich aan mijn te talrijke winden maar bij Nussbaum vind ik tegen-gas: “De kwetsbaarheid wordt omarmd als iets wat we allemaal gemeen hebben, wat gewoon bij het leven hoort en een bron van vreugde is. De komedies verheerlijken die fragiele vreugde, terwijl ze tegelijkertijd de maar al te normale pretentie van onkwetsbaarheid van de hand wijzen. De hele komedie is een pleidooi voor vrede, want alleen in vredestijd kun je van eten, drinken en seks genieten (en zelfs van winden laten en poepen). Oorlog brengt dat alles in gevaar- en vaak zonder goede reden”.

De beenhouwer van BROQUES is een merkwaardig figuur. Zijn winkel is al 25 jaar onafgebroken open, ‘parce que je suis seul’. Hij kan niet op vakantie omdat hij dan al zijn vlees moet weggooien. Verder wil hij zeker niet aftellen tot aan zijn pensioen binnen drie jaar omdat hij dan … zou kunnen beslissen om door te doen. Het superetje draait op een vriendelijke zestiger uit de streek van Doornik, veel bio in de rekken, je drinkt er heerlijke koffie voor 1 euro.

Heerlijke doch pittige fietstocht naar Brousse le Chateau. Groots landschap, pikdonkere tunnel, geen tomaten gevonden. ‘De Avonden’ is een zeer sobere en sombere roman. Psychiater Dirk De Wachter zou zeggen: ‘Lezen! Het houdt de gelukshysterie op afstand’. Nussbaum boeit me toch meer.

Maandag

Een tarntastische dag, de vondst is van Ward uit Gent. Ons gezin geraakt prima ingespeeld op elkaar. ’s Morgens rijden we naar St-Afrique dat zijn naam aan de Heilige Africanus te danken heeft. Er is hevige strijd geleverd met de Wisigoten die het niet op de katholieken hadden begrepen. We nemen uitgebreid foto’s van de oude brug uit de veertiende eeuw over de rivier Dourdou, en mijn eerste zenmoment van de dag beleef ik in de neogotische kerk waar een 15° eeuwse Madonna van verguld hout is te bewonderen. In een sfeervolle biowinkel bevestigen ze het natte seizoen waardoor bvb. de tomaten kleiner zijn dan anders en pas half juli rijp, een maand later dan gewoonlijk. We slaan look, heerlijke ‘coeur du beuf’ en rode ajuin in. De perziken zijn overrijp  en smelten in de mond.

’s Middags bezoek ik een ‘onduidelijke’ menhir, waar deze streek dik mee bezaaid is. De stenen stammen uit het neolithicum (3000 voor Christus), het zijn geen graftombes maar vermoedelijk zijn ze gemaakt ter adoratie van een bijzonder iemand uit de gemeenschap. Dicht bij Saint-Lazare staan een viertal copies in het blote veld. Ze beelden deels mannelijke, vrouwelijke personen en soms een mix van beide. Het is gissen en vaak dus hypothetisch wat de stenen inscripties betekenen. 

Terwijl ik me aan deze oude tijden vergaap peddelt Sofie met Mara met haar bootje van de Action net als in de Dordogne vijf kilometer  stroomafwaarts. Enthousiast pik ik ze op ter hoogte van camping ‘La Butut’, de kinderen hebben er heerlijke appeltaart gebakken. Een dame uit Bretagne helpt Sofie en Mara het krachtige water uit. Ze komt naar deze streek omdat de rivier niet vervuild is en vluchtte daarom weg van de streek van de Gers (volgens haar zijn de pesticiden van de landbouw daar de hoofdverantwoordelijke voor). Blijkbaar zijn de agro-boeren er die streek aan het vergiftigen  en de meren zijn er duur te betalen.  Bijna alle groenten in deze streek zijn bio, weten ze in de biowinkel te zeggen. We lijken wel in Tarntransistan belandt.

De fiets gaat van de oude verroeste haken aan de auto, en terwijl Sofie snel opdroogt in een oververhitte wagen met een voortdurend gezellig-kwebbelende Mara ga ik klimmen, dalen, maar vooral intens genieten van een heerlijk eenzame tocht naar Saint-Lazare. Onderweg pluk ik wat braambessen, en sta voortdurend in bewondering voor deze pikgroene glooiende horizonten, de aarde is donkerrood. Het dorp heeft een kasteel uit de veertiende eeuw, in de extreem smalle stegen van het stadje is er net genoeg plaats voor een fiets. Dorpsbewoners zitten per drie, of per 5 te kaarten of zomaar van de herfst van hun oude dag te genieten. De malle Belg krijgt overal ‘bonjours’ en ‘ça va’s’ toegeworpen. Ik word elk uur verliefder op de streek. Op de terugweg –er wacht me nog een hele pittige klim naar Brouques- vul ik mijn reeds overvolle rugzak met nog eens twee kilo wilde appelen die zomaar langs de D45 hangen.  Het lijkt wel een toelatingsproef voor de para’s van Tielen: ‘Laad je rugzak met stenen (appelen) en ga als een gek klimmen met een oude koersfiets met een veel te slappe ketting’. Afgepeigerd, doornat van het zweet maar in een roes arriveer ik voor koude rijst met tomaat en wat kaas van de streek in de camping. Meer moet dat niet zijn … het is reeds alles.

Dinsdagochtend.

Opstaan met stukje Nussbaum. Boeiende passages over architectuur in de VS en India. Gesneden koek voor een inleiding op Maarten Loopmans die de Laatste Dinsdag van september (maandelijks debat in Lokeren) inleidt. Loopmans is sociaal geograaf en bezint zich over de impact van de inrichting van de stad op de sociale interactie van haar gebruikers. ‘Een stad brengt mensen met uiteenlopende etnische, raciale, economische en religieuze achtergronden bij elkaar. Vaak koesteren ze een diepgewortelde argwaan jegens elkaar, die door de inrichting van de openbare ruimte kan worden verminderd of versterkt. De stedelijke architectuur schept leefstijlen die soms bevorderlijk zijn voor vriendschap, soms bijdragen tot angst. In de stad zijn er altijd redenen om bang te zijn: misdaad, de kans op werkloosheid, de diversiteit van groepen en talen. Maar de architectuur kan een belangrijke rol spelen; ze kan ertoe bijdragen dat angst in openlijke vijandschap ontaardt, of dat problemen in een vriendschappelijke geest worden opgelost’. Omdat ‘goede oplossingen altijd plaatselijk zijn’ is er ‘inzicht nodig in de plaatselijke geschiedenis en problematiek’ (p.320). Prima dus (en sterk benieuwd) dat we Groen!-raadslid  Björn Rzoska  en CD&V-schepen Liebaut laten reageren op Loopmans. U komt toch ook en ‘spreekt’ toch mee zoals Arendt het bedoeld heeft? Welkom op 30 september 2014 om 20 uur in het Cultureel Centrum van Lokeren.

In de natte nevel, het is nog altijd pas zeven uur ga ik braambessen en pruimen plukken. Sofie kijkt bedenkelijk als ze me twee uur later met de overrijpe diepblauwe pruimen en een jerrycan vol zwarte bramen ziet arriveren. De confiturenslag kan beginnen. Wat volgt is een creatieve zoektocht naar bokaaltjes met afsluitdeksel. Misschien bieden enkele glasbollen in de omgeving wel soelaas?

Doodservaring

Gisteren een doodservaring, vandaag weer springlevend. Bij het overzwemmen van de Tarn mankeer ik vaste  grond op het einde van de gezwollen rivier, ik geraak in paniek en kan me pas na een vreselijk geploeter aan de kant vastklampen. Deze rivier is me te wild, mijn schrik zo groot dat ik ternauwernood terug durf. Het trauma zit in mijn kop gebeiteld en Gerard Reve geeft me in ‘De Avonden’  op pagina 168 ook niet veel therapeutisch plezier: ‘Dan was je verzopen’, zei Frits. ‘Gruwelijk. Dat lijkt me een vreselijke dood’.  ‘Welnee’, zei Jaap, ‘je hoort klokken, klokgelui. En je spoelt vanzelf weer aan, het is een kwestie van geduld’.  De rest van de dag blijf ik veilig aan land.

Woensdag

Is het hoogtepunt van de reis. Een briljante  tocht leidt me tussen acht en elf uur in de ochtend naar Albi, ik hoef me maar op de Tarn te oriënteren. Ik start in een druilerig weertje maar halfweg priemt nu en dan de zon door het grijze wolkendek. Er is nauwelijks verkeer en de tocht is sprookjesachtig . Zelfs twee fikse tunnels van een halve en een hele kilometer  zijn wegens ‘goed verlicht’ geen obstakels. Ons halve gezin verenigt zich rond de enorme kathedraal van Albi,het pronkstuk van de stad. Het interieur en plafond is overweldigend alsook de buitenkant. Als symbool van macht en onverdraagzaamheid –een statement tegen de Katharen- vormt het werk van de schilder Toulouse-Lautrec een prima tegengif. Hij schilderde vaak prostituees in Parijs op een zo menselijk mogelijke manier. De waardin van Ambialet bevestigt: ‘Ce sont des antipodes’. Heerlijk,   een cafébazin met een mooie rugzak aan cultuur die me ook over het orgel uitvraagt. Nog 40 kilometer te gaan, de teller staat op 85. Hoe stapelverliefd kun je zijn op een streek?

Donderdag = luierdag.

Ik vat post voor mijn dagelijkse ‘petit café’ dat de kruidenier ter beschikking stelt via een machine die in het voorgeborchte van zijn winkel staat. Het ergste wat dit dorp volgens mij kan overkomen –en de ervaring van Totnes heeft me erg gesterkt in deze mening- is dat aan de rand een grote supermarkt zou worden neergepoot. Dit kleine maar volledige dorpswinkeltje vervult enkele unieke functies voor de lokale gemeenschap: iedereen spreekt er elkaar persoonlijk aan, een cd van een lokale papa ligt op de toonbank, in de rekken vind je tal van regionale producten met de nodige uitleg en foto’s, het personeel bestaat uit lokale meisjes, ik zag ze alle twee  met de fiets om 8u30 toekomen. Als de eieren uitgeput zijn verwijst Maurice (de eigenaar) naar de beenhouwer enkele huizen verderop. Er worden in houten kratjes voedselpakketten rondgereden, ik vermoed voor mensen die minder goed uit de voeten kunnen. Al deze functies kunnen nooit door een supermarkt worden vervuld, waarbij  de winsten  naar de aandeelhouders gaan en niet terugvloeien naar de lokale gemeenschap zoals in het document ‘Economic Blueprint of Totnes’ overtuigend wordt aangetoond. Bovendien legt de eigenaar van ‘Multi-Services’ enkele eigenzinnige accenten. Bijna al zijn fruit en groenten zijn bio en ook voor pasta, honing en jam kun je bio terecht. De logica van ‘zo goedkoop mogelijk voedsel’ en de prijzenslag die grote molochs als Albert Hein en LIDL kenmerkt is hier niet aan de orde. Toegegeven dat ik één en ander wellicht al te rooskleurig en in zwart-wit perspectief plaats, ik ben dan ook benieuwd naar uw repliek. Ik weet niet bvb. of de meisjes deftig betaald worden.

Het weer is in alle gesprekken van de lokale bevolking gespreksonderwerp nummer één. Ze lijken in een lichte schok door het aanhoudende vocht, ook deze morgen. Carli vertelde dat de garagist in zijn lokaal accent spreekt van een ‘peneu crevée ‘. Ze spreken vertraagd met leuke bruggen, ook het accent van de bakkersvrouw klinkt erg kleurrijk. Haar ‘r’ rolt vrij hard uit haar mond, tegelijk heeft het erg geprononceerde expressieve van haar klanken iets zangerig.

Een man uit Avignon vergezelt me aan mijn tafeltje. Hij geeft duiding bij het conflict tussen de theaterproducenten en de artistieke sector en werknemers. De balans is verstoord, het draait eigenlijk om eerlijkheid, zijn analyse is eerder links. Hij komt hier voor de vierde keer en wel om twee redenen:  het kameraadschappelijke (gisteren werd hij opgenomen in de club van jeux de boules)  vriendelijk -gastvrije van de bewoners en de aangename temperatuur, Avignon is hem in de zomer te heet.

Kortverhalen lezen van Hafid Bouazza, Hatice Tokgöz, Abdelkader Benali, Emine Gönen en Naima El Bezaz, soms ontroerend, soms sterk erotisch, één enkele keer ontzettend tragisch. Mara’s tand belandt in een wild spel tegen de enkel van Jorien. ‘Nu heb een tandtekening’, zegt het bovenbuitenmeisje van twaalf. (Dat komt er zomaar uit. Sta versteld van zoveel taalspitstechnologie). Dit alles terwijl ik in de spaghetti staat te roeren  en teveel look zelfs de open ruimte van de tent vult. Daarna brief naar Olga en Serge geschreven.

Prachtige passage van dichtend schrijver Bouazza correspondeert met mijn zen-toestand: ‘Hier in de taveerne begint het feest. Ter gelegenheid van niets. Het zal wel de zuidelijke vreugde zijn. Elk samenzijn lijkt op een viering. Je moet ledigheid opsmukken, versieren met slingers’ (hoe verschrikkelijk en schandelijk is dit leven in Gaza en op zovele andere plaatsen nu niet verstoord ?). Passage uit het kortverhaal ‘Een ver gelag’.  

Donderdagavond organiseert de al even Tarntastische Carli een bier gelag. We gaan muzieknummers uitwisselen.

Op de terugweg repeteren we ‘Amsterdam’ van Kris de Bruyne. Zo’n 100 keer na elkaar. De CD gloeit.  Mara wil dit op de dia-avond van Wit-Rusland en Polen op 26 november in zaal Spoele zelf zingen. Haar vriendinnetjes uitnodigen. Dat wordt een meesterlijke mix van publiek. Slavofielen en K3-meiden. Moet kunnen !

Nog iets over de politieke emoties van Nussbaum

Politieke emoties, vaderlandsliefde … het lijkt geen thema voor een uitgesproken linkse filosofe. En net daarom leest dit werk zo fascinerend!  Op pagina 361 schrijft ze: ‘Dit boek gaat ook over beweging en strijd en het is geworteld in de geschiedenis’.

Nussbaum gaat uitgebreid tanken bij filosofen als Rawls, Mill, Habermas en overal is de geest van Arendt aanwezig. Haar diepe maar immer kritische bewondering voor historische figuren als  Gandhi, ML King, Lincoln, Nehroe (ze noemt ze haar ‘helden’, het boek is dan ook vanuit een persoonlijke bewogenheid geschreven naast een indrukwekkende academische bagage) steekt ze niet onder stoelen of banken. In ‘Politieke Emoties’ maak je ook uitgebreid kennis met Rabindranath Tagore, één van India’s toonaangevende dichters, pedagogen, musici, filosofen …

Veel van haar aanbevelingen –de parallel met ‘Why democracy needs the humanities?’ is groot – gaan over de rol van kritisch onderwijs in de beste socratische geest. Een inhoudelijk hoogtepunt (ze volgen elkaar werkelijk in snel tempo op) vinden we in het hoofdstuk ‘Patriottisme op school’ (p. 243-247). Er volgen vijf vakinhoudelijke en pedagogische richtlijnen:

  1. Begin met liefde. Kinderen worden geen echte dissidenten of critici van het beleid als ze niet eerst om de natie en haar geschiedenis zijn gaan geven.
  2. Introduceer het kritische denken vroeg en blijf erop hameren.
  3. Vestig bij de inleving in andermans positie ook de aandacht op de verschillen.
  4. Vertel waarom er oorlog is gevoerd, zonder te demoniseren.
  5. Breng liefde bij voor de historische waarheid en voor de natie zoals die werkelijk is. Nussbaum noemt hierbij duidelijk stigmatisering van minderheden en onkritische homogeniteit het najagen van verkeerde waarden.

Stefaan Segaert, zondag 17 augustus 2014