1 april 2015 Marokko in zicht

Op zoek naar de ziel van Abdelkrim  van woensdag 1 april  tot zaterdag 18 april 2015 : Wat vooraf ging:

Vrijdag 7 maart 2014

We waren deze week zalig aan het genieten in Malmédy, meer bepaald in de vallei van Arimont. Het heerlijke lenteweer, de mooie pittige én platte fietstochten, de babbels over dingen die er toe doen met vrienden die er al dertig jaar toe doen, hebben daar zwaar aan bijgedragen. Maar ook het boek ‘Het volk van Abdelkrim’ van Sietske de Boer heeft me helemaal gegrepen. De ondertitel is een perfecte samenvatting: ‘actualiteit en geschiedenis van de Marokkaanse Rif’. Ik griste het boek bij de afdeling ‘traditionele volken’ mee in de bieb van Lokeren. Doorslag om juist dit boek te kiezen was dat de schrijfster vooral de streek rond Al Hoceima en Nador beschreef, enkele plaatsen die prioritair op mijn tocht door Noord-Marokko in 2015 staan.

Het is me ontzettend opgevallen hoe weinig ik eigenlijk van Marokko weet. Toch leest ‘Het volk van Abdelkrim’ als een uitstekende inleiding om meer te weten op een zeer toegankelijke doch degelijke manier over het Berbervolk in Marokko. De schrijfster verweeft oude en nieuwe geschiedenis met huidige knelpunten waar de Riffijnen (de Berbers noemen zichzelf geen Berbers) in het bijzonder en Marokko in het algemeen voor staan. Het bloedige bewind van Hassan II, de voorzichtige culturele en sociaal-economische herwaardering onder de huidige koning, je wordt als lezer en als leek meegenomen op een fascinerende tocht door een land waarvan je niet wist dat het zo complex was. Vooral de gespannen verhouding met het centrale gezag in Rabat -aangeduid als de makhzen- is een rode draad die voortdurend terugkomt. Er is ook een apart hoofdstuk gewijd aan het kweken van de kif (marihuana) waarbij je de situatie van tienduizenden boeren beter begrijpt.

Met het oog op een babbel met een groep vrouwen uit Marokko woonachtig in Temse nu woensdag kon de timing niet beter zijn.  Binnen de LETS-groep is Marokko in alle geval veel sterker bereisd dan Wit-Rusland, dat was voorspelbaar. Vanaf nu hou ik de kaart die ik van Gert LETSte permanent op rugzak. Het boek van Sietske de Boer belandde vandaag terug in de inleverbus, ik kopieerde het fascinerende studiemateriaal in de Kerkstraat. Als een boek er bovenuit steekt (ver boven het maaiveld) kan ik het vermenigvuldigen niet laten. 

Wat me het meest interesseert is om hier en daar te peilen bij de jonge Changemakers, bij Big Mo bijvoorbeeld, bij de groentenwinkel als ik olijven ga inkopen, bij de bakker in de Molenstraat, bij de collega’s van ODice …. in hoeverre Abdelkrim el-Khattabi voor hen inderdaad de status heeft van ‘Che’ in Cuba. Ik prijs mezelf dat ik niet langer in de monoculturele woestijn van Hertsberge woon.  

Woensdag 19 maart 2014

Reis naar Marokko nog zeer ver weg en toch kwam Marokko de laatste weken ontzettend dichtbij.

Via ‘Yemma’ van Tahar Ben Yelloun bijvoorbeeld. Ik stak een post-it vooraan om intrigerende pagina’s op te lijsten en kopieerde passages over het ritueel van de eerste huwelijksnacht, de liefde voor de ouders, bejaardenhuizen, de ramadan, de schrijver die zelf onder traditioneel vuur ligt met zijn literatuur, over de medina van Fez, de donkere jaren van het thuisland, het Europees karakter van Tanger, de verschillen tussen Zwitserland en Marokko, het bloed van de schapen, Alzheimer, over zijn zieke moeder …

Ook via een babbel met Tourkia bijvoorbeeld. Tourkia is een vrouwenorganisatie uit Temse. Touria en Rkia leiden er de dans. Het zijn moedige en strijdlustige dames met een ontzettend temperament. Het gesprek met Karima (die de dingen nochtans graag gestructureerd houdt) gaat in alle mogelijke richtingen;  de kaart van Marokko zorgt af en toe voor focus. We stippelen routes uit, dan weer een uitweiding over een couscousfeest, de sfeer is erg openhartig.  Strijden voor een plek in de moskee. Overwinningskreet. We hebben toch ook rechten, kloppen ze haast op tafel. De tocht krijgt tussen veel decibels en handgebaren verder vorm. Namen van Belgen waar ze goede relaties mee hebben worden uitgewisseld. Ook schrijvers. Fikri El Azzouzi van Temse. Later zal Karima me ‘De voeten van Abdullah’ van Hafid Bouazza aanprijzen.  We plannen een gesloten activiteit nog voor de zomer van 2015 en een open evenement na de zomer. Bij het afscheid worden foto’s met een tiental kinderen genomen alsof ik straks al vertrek. Tienermeisjes, getrouwde dochters, jongetjes van acht stellen me vertrouwvol allerlei vragen. Ze lijken het spannend te vinden. Hier groeit iets mooi. Ik koersfiets naar Lokeren terug. Denken aan Brel. ‘La vie ne donne pas des cadeaux’, maar bij Vormingplus toch wel vaak.

Ik verkas meteen na ‘Yemma’ op ‘De stem van mijn moeder’ van Abdelkader Benali, een andere moederroman.  Ik waardeer de humor (ze kwam met een mes waarmee je net zo makkelijk sushi als zaadkanalen doorsnijdt- bij zijn sterilisatie door de gyneacologe, nvdr), de uitstapjes over Darwin (Moslims kunnen niet tegen Darwin. Je bent een uitzondering. De afkeer van Darwin onder gelovigen is groot. En gelijk hebben ze. We zijn niet geboren om zoveel realiteit te dragen.)  , de intrigerende passages over een oude telefoon (Het lichtgrijze toestel met de ronde kiesschijf waarmee we tegen torenhoge kosten een minuut of twee naar Marokko belden,is inmiddels weggeborgen in een plastic zak. Hoeveel sentiment is er door dat ding gestroomd, genoeg om een smartlap of dertig mee te voeden.)   

Vrijdag 21 maart 2014

Gisteren naar docu-film ‘Triq Salama- Reis in vrede’ gekeken.  Net zoals in ‘De schreeuw van mijn moeder’ een mengeling van veel tristesse, veel melancholie. De bittere armoede van Marokko in de jaren zestig, de zwartwitte beelden van jonge mannen die door Duitse dokters worden onderzocht en gekeurd in 1964. Mohamed het hoofdpersonage die na de Duitse mijnen in Belgisch Limburg belandt. Hoe alleen kun je zijn op de wereld?

Het daagt me meer en meer dat mensen in Marokko in de jaren zestig echt de armoede zijn ontvlucht. De uitzichtloosheid wordt in ‘Reis in vrede’ schokkend in beeld gebracht. Als kindwees heeft Mohammed  verdomd veel zwarte sneeuw gezien. Als schoenpoetserof lotjesverkoper in eigen land. Kort als mijnwerker, als bouwvakker, werkzaam in een failliete glasfabriek in Europa. Over zijn paar vierkante meter volkstuin aan de spoorwegbedding zegt hij ‘daar kan ik mij concentreren op mijn eigen ziel, op mijn eigen hart’. Maar telkens als hij een trein ziet passeren, zet hem dat aan het denken.

Mijn eigen vader wordt tachtig. Schoffelt en harkt zich ook door het leven. Er zijn verschillen met Mohamed, maar ook veel gelijkenissen.   

Zondag 23 maart 2014

Oude artikels van Rudi Rottier gevonden over de Koranroute uit De Morgen van 2002. Tijdsopnames uit Marokko na de aanslagen van 11/09. Ook artikels van Mieke Vogels en Eddy Boutmans. Agalev-ministers die Marokko bezoeken. Hafid Bouazza’s  “Paravion” in rugzak gestoken.   

Dinsdag 22 april 2014

Pittig bericht van Khalid Mansour uit Vrasene ontvangen over Marokko. Voelt aan als een kijk 2.0, voorbij de facade, de reisbrochures.

“Tijdens het schrijven van dit hoofdstuk bevond ik mij toevallig in Marokko. Om goed te kunnen doorwerken zonderde ik me af op een leuke hotelkamer met zicht op zee: heel mooi allemaal, maar toch had ik tijdens mijn verblijf een wrang gevoel. Ten eerste over het personeel: allemaal beleefd, maar ik voelde een grote afstand. Ze gedroegen zich niet als gelijke, de hiërarchie was duidelijk voelbaar. Onderhuids ook ontevredenheid, me dunkt, al hielden ze wat dat betreft de lippen stijf op elkaar. Ik praatte met diverse mensen. Mo, een Belgisch-Marokkaanse zakenman die voor zijn job regelmatig in Marokko is, vertelde me dat de holding van de koning – u leest het goed! – dit jaar een winst van 6,7 miljard euro had geboekt. Een erg dierbare jeugdvriend van me, Younes, kwam ook op bezoek. Hij is sportleraar, net als zijn echtgenote, zij behoren tot de middenklasse. Hij bouwde enkele jaren geleden een huis in een bepaalde wijk, hij heeft nu veel spijt. Diverse wijken zijn ten prooi aan bendes en drugshandel. Younes heeft 2 zonen, die veel moeite hebben zich in zulke wijk staande te houden. Laatst was zijn zoon het slachtoffer van een aanvaring met een jongere uit de wijk. Die liet een arts tegen betaling een valse verklaring afleggen in verband met vermeende verwondingen en ook de politie verdraaide de feiten, waardoor Younes’ zoon, amper 18, geheel onterecht in de gevangenis terechtkwam. Een drama voor beide ouders, de moeder was ontroostbaar. Younes vertelde me dat Marokko een typische standenmaatschappij is. Uit het gros van de bevolking kunnen enkel superbegaafde jongeren het barslechte onderwijssysteem overleven voor een betere toekomst. De grote hoop normaal begaafde jongeren heeft geen perspectieven, enkel die uit de toplagen krijgen kansen. Dat er in verschillende wijken drugs circuleert is dus geen toeval. Ook de gezondheidszorg voor de gewone bevolking is belabberd, maar als je veel centen hebt krijg je toegang tot hoogstaande geneeskunde. Woningbouw? De koning heeft een winstgevend immobiliën imperium, dat zegt genoeg. Younes: ,,Er is geen overheid, tenminste niet voor de gewone mens. We worden totaal in de steek gelaten.’’ En dit tekent de verhouding tussen mensen, je voelt dit zelfs in het verkeer: iedereen probeert de andere voor te zijn, Mo vergelijkt dit met een krabbenmand waar de ene krab naar boven probeert te kruipen over het lijf van de andere waardoor deze weer naar beneden tuimelt. ‘Homo homini lupus est’: de spreuk is geldig in een land waar de overheid niet voor een minimum aan rechtvaardigheid zorgt. En dit alles vernam ik terwijl ik tegelijk aan het lezen was over moedige verlichtingsdenkers die met hun vurig pleidooi voor gelijkheid, solidariteit en degelijk onderwijs mee aan de wieg stonden van onze huidig democratisch systeem! Marokko daarentegen doet meer aan de Middeleeuwse standenmaatschappij denken: ik zag de koning het vrijdaggebed doen op TV en er is geen vrije meningsuiting.”

Vrijdag 25 april 2014

De Botanique toont vijftig jaar Marokkaanse arbeidsmigratie in een boeiende expositie. Na een bezoek aan de ‘Jardins collectifs de Koekelberg’ en een inspirerend gesprek met Kathleen van de Brusselse Velt-afdeling fiets ik door naar de tentoonstelling ‘Nass Belgica’. De expositie is een mix van kunstwerken, officiële documenten en persoonlijke archieven. Voor beide wereldoorlogen worden Marokkaanse migranten door het Franse leger gerekruteerd. De Marokkaanse aanwezigheid is dus veel ouder dan de arbeidsmigratie van de jaren zestig.

Op het gelijkvloers zijn er zowel sterk indringende als luchtiger kunstwerken zoals ‘Voitures cathédrales’ van Thomas Mailaender. 

Maandag 16 juni 2014

 

Zeer interessante wandeling met team in de Brusselse kanaalzone. Sociaal geograaf Tim Casiers van de KUL vertelt aan de achterkant van het station Brussel-Noord over het verschil in migratie tussen Turken en Marokkanen die in de jaren zestig in de hoofdstad zijn gearriveerd. Als jongeren van de Turkse gemeenschap op straat komen heeft dat sterke linken met het politieke leven in Turkije, het samenleven met de Koerden bijvoorbeeld. Als Marokkanen op straat komen gaat dat veel meer over hun sociaal-economische verzuchtingen hier in onze samenleving. In een bijlage bezorgt Tim me een uitgebreide ‘Demografische studie over de populatie van Marokkaanse herkomst in België’, een eindwerk van Schoonvaere Quentin (juni 2014).   De conclusies op pagina 81 vertellen:

Dinsdag 24 juni 2014

Zondag 22 juni. Mara naar de Chiro, Nathan naar Louis, Sofie op of rond de Mont Ventoux. 25°, klein pikzwart koffietje, Marokkaans notengebak, tijd om benen te strekken en de draad van de trip naar het Rif op te nemen.

Geïntrigeerd door ‘Morisco’s’ van Lucas Catherine een eerste schema gemaakt van hoofdstukken voor de powerpoint.

Inleidend

Oostwaarts?  Over het toeval van BESA en Tourkia

Marokkaanse migratie in de wereld

Marokkaanse migratie in België (nav Nass Belgica)

Marokkaanse migratie in Brussel

Marokkaanse migratie in Lokeren à 10 keer Marokko in Lokeren (moskee, slager, café, viswinkel, bakker, kapper, café Nador, jeugdhuis El Jadid Schoolstraat …) Wat zijn belangrijke plekken voor ons?

Marokkaanse migratie in Temse à 10 keer Marokko in Temse ….

Op tocht !

Op reis (kunstfoto’s Nass Belgica)

Trein,boot , fiets

Aankomst Nador

Aankomst Al Hoceima

Rifgebergte

Fez

Meknez

Tanger

Gibraltar

Granada

Cordoba

Madrid

Naar huis !

Uitlopers 

Bescheiden greep uit ‘Marokkaanse’ Literatuur à fictie en non-fictie

Berbers, Riffijnen, Imazighen … ? een korte geschiedenis

Sfeerbeelden

Munt , koekjes , muziek 

Het daagt me dat ik voldoende tijd moet inbouwen om in Granada en Cordoba meer dan alleen maar een korte stop te houden.

Lucas Catherine schrijft op pagina 102: “In 1085 leefden er meer dan 7 miljoen moslims op het Iberische schiereiland, waarvan er 5,6 miljoen in het huidige Spanje (de rest in het huidige Portugal). Maar naarmate de christelijke vorsten oprukten, werd de bevolking bekeerd tot het christendom.” Even verder, zelfde bladzijde: “De conquista voltrok zich in een gestaag tempo: in 1147 viel Lissabon, in 1235 Cordoba, in 1248 Sevilla, een jaar later Faro. Toen verscheen het edict over de limpieza de sangre, de zuiverheid van het bloed. Van toen af streefden de katholieke vorsten naar één land, één vorst, één godsdienst (…)”.

In het hoofdstuk over The Morisco Experience beschrijft de auteur dat bijna een millennium lang –negenhonderd jaar, van 711 tot 1614- er in christelijk West-Europa een moslimminderheid woonde die zich daar thuisvoelde en er met alle mogelijke middelen wou blijven.

In welke mate is deze geschiedenis gekend en wordt ze onderwezen in de geschiedenisboeken bij middelbare scholieren? Zijn deze inzichten van dien aard dat ze negatieve gevoelens tussen verschillende geloofsgroepen kunnen milderen? Kan de geschiedenis voor nuance zorgen, kan ze polarisatie en vooroordelen tegengaan? Catherine windt er geen doekjes om op pagina 178: “De huidige Europese samenleving zou uit wat met de Morisco’s in Spanje is gebeurd, kunnen leren dat de oude droom van de Spaanse christelijke koningen (één godsdienst, één taal en één cultuur) een waanvoorstelling is die slechts kan leiden tot gruwelijke repressie en tot verstarring en verkramping binnen de lokale islam”. 

De gigantische parallel met de oproep van Avraham Burg in ‘De Holocaust is voorbij’ is opmerkelijk:

“In mijn ontwakende Israël zullen daarom de dagen van de zomervakantie worden gebruikt voor een veel zinvollere reis. In plaats van een enkele reis naar een tijd en een plaats van pijn, vernedering en vernietiging, wil ik een multidimensionale reis naar hoop en vertrouwen voorstellen. Groepen Israëlische scholieren; Joden en Arabieren, zullen Spanje bezoeken. Ze gaan naar Aragon, Castilië en Andalusië. Daar zullen ze vertrouwd raken met het Gouden Tijdperk, toen islam en judaïsme een relatie hadden waar beiden van profiteerden. Ieder van hen zal zien en begrijpen dat er ooit een tijd was waarin er spirituele ervaringen waren voor militaire dienst, zelfmoordaanslagen en terreur. Van Spanje zullen ze naar Duitsland en Oost-Europa reizen, om het Europees-Joodse millennium te bestuderen, waarvan alleen de laatste twaalf  jaar zo verschrikkelijk waren. Ze zullen een bezoek brengen aan Islamitische gemeenschappen in het hart van Europa, waar geprobeerd wordt een nieuwe Europese islam vorm te geven. Vandaar zullen ze terugkeren naar Israël en een rondreis maken langs de conflictueuze geschiedenis van joden en Arabieren. Op het eind zullen ze uit deze historische rondreis hun eigen conclusies trekken. Ik hoop en geloof dat de ondubbelzinnige conclusie van veel van deze kinderen zal zijn dat geweld, racisme en uitroeiing geen alternatief zijn. Uitroeiing is niet constructief en getuigt van gebrek aan verbeeldingskracht en creativiteit. Ze zullen uit zichzelf begrijpen dat alleen culturele samenwerking, waarbij de ander wordt geaccepteerd als gelijke, kan bijdragen aan een optimistische toekomst en een tweede Gouden Tijdperk, ten bate en ter ere van de gehele wereld. Het Israëlische onderwijsstelsel zou voor zijn scholieren en studenten nog een reis moeten organiseren: een verblijf bij de Joodse gemeenschappen in het Westen, en vooral in de VS. Daar kunnen we leren wat het wil zeggen om een leven te leiden dat vrij is van bedreigingen. We kunnen er leren over solidariteit, en hoe men als nationale gemeenschap kan leven zonder vijand van buitenaf, en hoe Joden en de niet-Joodse gemeenschap elkaar kunnen vertrouwen.” (p283) 

Woensdag 25 juni 2014

Kip gekocht met Mara op de Groentemarkt. De jongen die me bedient is van Tanger. Hij vertelt in het Frans over de sardines en de kippenkramen in zijn thuisland. Ik vraag of hij berber of Arabier is. ‘Les berbères sont des barbares’, laat hij vallen. De tweespalt is niet verdwenen blijkbaar. Zijn chef vraagt –goed geheugen blijkbaar- of ik intussen al met de fiets in Marokko ben geweest.

Enkele dagen later bots ik via het uitstekende boek van Sietske de Boer op achtergrond voor deze moeizame relatie: “Al vanaf het begin van de islamitische veroveringen was de harmonie tussen de Imazighen en de Arabieren broos. Zowel Arabieren als Imazighen deden dienst als huurling in de legers van de kalief, maar de Imazighen hadden altijd het gevoel dat de Arabieren een streepje voor hadden bij de –Arabische- kalief (…). De Berbers die zich bekeerd hadden tot de islam, voelden zich als tweederangs onderdanen behandeld en sommige zwakkere Berberstammen werden door de veroveraars in opdracht van de kalief zelfs tot slaven gemaakt. De Arabieren verafschuwden de Imazighen, die ze onbeschaafd vonden, terwijl de Imazighen op hun beurt de Arabieren maar arrogant vonden, ook onbeschaafd en bovendien geldbelust, erop uit zoveel mogelijk belastingen te innen.” (p.48)

Hevig debat met enkele mensen op de mail nav dit stukje.

Maandag 28 juli 2014

Stukjes Marokko in Picardië tegengekomen. Een Ierse zwerver woonde lange tijd in Almeria en nippend van zijn cognacje (ik van mijn petit café op een buitenterrasje) in Wimereux geraken we aan de praat. Over Nador en Al Hoceima, over Cordoba en Sevilla.

De dag ervoor: in het hart van de middeleeuwse ‘Ville fortifiée’ in Boulogne sur Mer zijn twee Islamitische tuinen aangelegd met een miniatuur Alhambra als wand. De geuren en geluiden en de rust zijn essentieel. Het klaterende fonteintje is een metafoor voor een mindful moment. Een koppel zit vredig naast elkaar, zalig te zijn. Wat een levenskunst!

In de schaduw van het Belfort lees ik ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum: “De enige zekerheid hoe je moet leven en wat je moet doen, kan toch alleen maar opstijgen uit die bronnen die daar bij jezelf in de diepte borrelen” (p.72). Er is veel boeddhistisch in haar dagboek terwijl haar joods zijn haar jonge leven dra zal vernietigen: “Beluisteren wat er opstijgt uit jezelf” (p71)

Woensdag 17 september 2014

Twee uur en drie kwartier gebabbeld met Abdel. Meest interessante contact met Marokko tot nu toe. Hij schetst me een compleet nieuw beeld. Al zeer vlug is duidelijk dat hij ‘nee, ook geen beetje moslim’ is (en dat dat voor zijn omgeving vaak ook onbegrijpelijk is).

Vooral zijn analyse als militante ‘berber’ (het woord dat de Grieken aan de niet-Grieken gaven) of ‘Imazighen’ doet me verstommen en beseffen hoe sterk ik aan de oppervlakte van Marokko surfte tot nu toe. We drinken koffie aan de Waalse kaai in Antwerpen, dichtbij zijn huis.

Echte vrije identiteitsontwikkeling is voor Abdel nauwelijks mogelijk door de dominantie van het religieuze in de islam. De verstrengeling tussen Marokko en de immigranten van België, Duitsland, Nederland en zelfs Zweden wordt ondersteund door een enorme machinerie waarbij veel machtstouwtjes in handen zijn van de huidige koning en een apparaat van gezagsgetrouwen. Marokko is voor Abdel dan ook de grootste schijndemocratie ter wereld, er zijn bvb. twee politieke families in het parlement die innig verweven zijn met elkaar.

Abdel legt zijn irritaties breed en open op tafel. Hij ergert zich onder andere aan het feit dat je nauwelijks afstand kunt doen van je Marokkaanse identiteit.

Hij raadt me aan om ‘Le Roi Prédateur’ van twee Franse onderzoeksjournalisten te lezen die de hele koninklijke santeboetiek onverbloemd in kaart brengen. Daarin valt veel te lezen. De koning is de zevende rijkste man ter wereld. 65% van alle economie (variërend van landbouw tot cement tot toerisme) is in handen van Mohamed VI. De koning heeft zich ook voor 49% ingekocht in de AXA-bank en de ex-Franse president Chirac fungeert als de rechterhand van hem. In Marokko zijn er niet minder dan vijf politiesystemen die allemaal sterk in de houdgreep van Mohamed staan. De macht en meteen ook het machtsmisbruik , zelfs van de kleine politieman, gaat veel verder dan een democratie kan verdragen. De kleinste vergrijpen leiden tot disproportioneel geweld en gevangenisstraf. Voor een cartoon van de koning moest de tekenaar drie jaar brommen. Dat negentig procent van de uitgeweken Marokkanen naar Europa Berbers zijn heeft sterk politieke redenen. In de woelige jaren ’50 en ’60 had de koning niets liever dan dat een leger verarmde maar politiek ontvlambare Imazighen zijn heil in het buitenland zocht.

De kontrole van de Marokkaanse staat, ook tot op de dag van vandaag, is totaal. Hannah Arendt, where art thou?

Via moskeeën, via de bedrijfswereld, via pionnen in de bedrijfswereld op de werkvloer, tot en met mannetjes bij de VRT. Totaal. Abdel staaft zijn verhaal met zeer concrete voorbeelden.

Met Bert Anciaux had Abdel vurige discussies over zin en onzin van eigen parallelle circuits voor allochtonen. Jeugdbewegingen, scholen, sportclubs … binnen een eigen zuil, voor Abdel is dit horror en absoluut niet de richting waarin we verder moeten evolueren.

Nog over de koning: veel grond is in zijn handen, onmetelijk veel. Mijn gesprekspartner schildert de man af als een norse leider, die er niet voor terugdeinst zijn ministers een klap op hun kaken te geven bij slecht nieuws.

Ik interpelleer Abdel naar schrijvers van Marokkaanse origine. Hij raadt me om “L’Enfant du sable” van Taleb Ben Younes te lezen, die nadat hij werd uitgespuwd, tegenwoordig weer omarmd wordt in zijn thuisland. In een ouder interview in Mo* van februari 2012 zegt de gerenommeerde schrijver: ‘Egypte heeft een grote traditie in schrijven en uitgeven en blijkbaar telt het land heel wat jonge schrijvers. Ze zijn niet bekend- laat staan vertaald- maar ze zijn goed. De Maghreb daarentegen is een culturele woestijn en de Golfstaten nog veel meer’.  Hafid Bouazza kent Abdel persoonlijk, van hem heeft hij een hoge pet op, zijn talent is onmiskenbaar. Hij schrijft parels in twee maanden.

Ook over de band met Saoudi-Arabië doet mijn gesprekskompaan meer dan één doekje open. Saoudi’s zitten met tonnen geld in Marokko en beheersen bijvoorbeeld de hele prostitutiesector. Veel Belgische zaken dienen dan ook weer als witwassers van drugsgelden.

Naast deze ellende, corruptie, machtsconcentratie,machtsmisbruik, religieuze intolerantie vergeet Abdel niet te melden dat rond Nador ontzettend vriendelijke mensen wonen, dat Marokko een prachtig land is, maar ook dat ik als fietser toch wel wat kwetsbaar kan zijn voor aftroggelarij. Hij raadt me aan contact op te nemen met de Marokkaanse ambassade in Brussel, mijn plannen uiteen te doen, een document te vragen die mijn doorgang langs enkele heikele punten kan bespoedigen. ‘Je kan er zelfs wat pers mee krijgen en het kan voor beide partijen interessante publiciteit opleveren’, voegt Albdel er aan toe.

Over de wetten. Hoe armer de streek, hoe aanweziger de sharia als rechtssysteem. Hoe rijker of welvarender, hoe meer justitie onder de wetten van Napoleon valt.

Ook over de Fransen als kolonisatoren heeft Abdel een opmerkelijke visie: de Fransen zijn gekomen op vraag van de centrale macht om de opstandige berberse burgers onder de knoet te krijgen. Het komt overeen met wat ik lees in ‘Marokko – Landenreeks’ van Wout Lentjens: ‘Toen de sultan tenslotte in 1911 zelf in Fès, de hoofdstad, bedreigd werd door opstandige stammen uit de Bled el-Siba (Rif, het land van de wilde beesten), riep hij de militaire hulp van de Fransen in’ (pagina 13) .

De onwetendheid van veel jongeren rond de geschiedenis van Marokko,het feit dat berbers veel oorspronkelijker waren dan de Arabieren, dat er een sterke joodse aanwezigheid was in Marokko en dat al deze sporen doelbewust zijn uitgegomd verbouwereerd Abdel keer op keer. Het maakt hem ook strijdlustig denk ik. Hij raadt me aan de proef op  de som te nemen en de gasten van El Jadid in Lokeren uit te vragen over het Koningshuis. Van wanneer dateert de eerste Marokkaanse koning? De meeste jongeren hebben geen flauw benul van hun eigen geschiedenis.

Na het wervelend gesprek verlaat ik Abdel met de woorden ‘we houden contact’ en ‘ik zal af en toe een vraag om verduidelijking mailen’. Hij is benieuwd naar mijn indrukken van het boek over de koning en mijn impressies van het land dat ik in april wil in-fietsen.

Intussen in Dendermonde. Ben nog sterk in de ban van het gesprek. Als de religieuze greep via de islam zo groot is moeten we ons niet verbazen dat er ook jongeren in België zich bij IS aansluiten, stelt Abdel.

Binnen zijn familie-of vriendenkring stuit Abdel op veel scepsis als hij de koning alvast bij een aantal mensen wil ont-tronen, hem tot zijn machtswellustige dimensie wil herleiden. Ik vraag me af in hoeverre ik deze analyse met de jongeren van Lokeren kan delen, dit aan hun realiteit kan toevoegen of dit gewoon ter sprake kan brengen. Er zitten er trouwens bij zoals de Nederlandse protestzanger Armand het lyrisch zingt ‘met een akelig heldere kop’. Is Abdel één van die intellectuelen die samenvalt met een groep die ja-knikken associeert met het vervolg van Armand’s nummer : “alleen door hun overtuiging neemt men hen niet op, in een maatschappij van rijtjeslopers en hogeboordenslijmers waar alleen plaats is voor meewaaiers en eigenheimers en strooplikkers”. Abdel blijft in alle geval ‘niet mager van het denken’.     

Een Arabische lente in Marokko is voor Abdel ondenkbaar, daarvoor zijn de touwtjes veel te strak in handen van een veel te omvangrijk maar ingenieus apparaat. Ik moet denken aan het woord dat we in Totnes in Engeland leerden: ‘bouncebackability’, over de veerkracht om vanuit een verloren gewaande positie terug te knokken. Hoe kan een immens land als Marokko evolueren naar een samenleving met meer gelijkheid, meer rechtvaardigheid, minder macht in handen van enkelen en meer machtsdeling? En hoe kunnen we vanuit Vormingplus dit gesprek ondersteunen?

Vrijdag 19 september 2014

‘Weggaan’ van Tahar Ben Jelloun gelezen en ‘Duivelse liefdes’ ligt klaar van dezelfde schrijver. De achterflap spreekt duidelijke taal: ‘Van de dertig boeken die Tahar heeft geschreven is Weggaan ongetwijfeld het radicaalste en het dapperste’. Weggaan gaat dus over illegale migratie, en alle uitbuiting en ellende die daar komt bij kijken. Het gaat over perspectieven zoeken en veel gevaar voor eigen leven trotseren. Weggaan zit vol pakkende passages (de schrijver dwingt je in het vel te kruipen van zijn personages die tussen Spanje, Turkije en Marokko circuleren en doorgaans een zeer triest leven leiden). De schrijver kluisterde me deze week ook aan mijn tuinstoel en treinzetel met rake zinnen die nazinderen.

Over het leven van Kenza op pagina 275: ‘Het leven van Kenza heeft schokken gekend en die hebben herinneringen achtergelaten. Goede en slechte. Ze had geen kracht om ze te sorteren.’

Over de liefde van Kenza op pagina 266: ’Zo had ze zich tevens gerealiseerd dat ze die liefde niet in Marokko zou vinden, niet omdat de Marokkaanse mannen daar niet toe in staat zouden zijn, maar omdat de openbare mening en het dagelijks leven uiteindelijk elke ware liefde om zeep hielpen’.    

Over Siham tenslotte en zijn vastgekleefd zijn aan zijn land op pagina 83: ‘Aan Marokko hecht je je heel sterk, je kunt het onmogelijk helemaal vergeten, je zit er letterlijk aan vastgekleefd als aan een koekenpan, je kunt het niet vergeten. Ik heb aardig wat gereisd in mijn jeugd, want geld was geen probleem, mijn ouders stelden geen vragen, ik ben heel ver weg geweest en overal miste ik Marokko, merkwaardig hé?’

Zaterdag 20 september 2014

Sofie maakt zich zorgen over het prijskaartje van mijn reis naar Marokko.

Vrijdag 3 oktober 2014

Tekst van Abdel weekt veel reacties los. Marokko schrijft zichzelf.

Rachida uit Dendermonde mailt:

“Marokko is voor mij in de eerste plaats mijn vaderland en een land waar ik graag naartoe ga om op bezoek te gaan bij mijn familie. Ik hou mij ver van de Marokkaanse politiek, vooral omdat ik niet het gevoel heb dat deze relevant is in mijn leven. Ik probeer een deel van de geschiedenis te ontwaren door boeken te lezen en vooral dan de Berber geschiedenis, maar ik zou mij nooit engageren om ‘de strijd aan te gaan’. Wat er wordt gezegd over de koning klopt, in die zin dat deze heel wat macht in handen heeft. Dat is algemeen geweten. Hij wordt hierbij ook bijgestaan door heel wat Europese leiders. Marokko is geen democratie. Dat zijn macht reikt tot ver in Europa is dan ook niet zo verwonderlijk, maar het is zeker niet zo dat elke moskee, elke vereniging, banden heeft met het koningshuis. Ik heb het gevoel (het blijft een gevoel) dat de controle in België sterk verminderd is. Ten tijde van Koning Hassan was dit veel meer voelbaar. In Marokko, vooral in de Rif, blijft de controle groot. Er staat niet voor niets aan bijna elke hoek een politiecontrole. Dat Marokkaanse jongeren de geschiedenis van Marokko niet kennen klopt ook. De jongeren die hier geboren zijn, zijn daar ook niet mee bezig. Ze leven vooral in het hier. Ik geloof wel dat de interesse kan worden aangewakkerd, maar het is niet zo dat ze actief op zoek zullen gaan naar hun roots. Dit wordt ons ook niet meegeven. Onze ouders kennen zelf heel weinig van de Marokkaanse geschiedenis en in de moskee leren we vooral Arabisch en soera’s. Dit is anders dan bij onze Turkse medeburgers, waar wel zwaar (door de Turkse overheid) wordt geïnvesteerd in het meegeven van geschiedenis en cultuur”.

Ilias uit Lokeren mailt scherpe passages over zijn moederland :

“ Le Roi prédateur benoemt zeer scherp de Marokkaanse problematiek: schijndemocratie en ongelimiteerde verrijking van een koning die de grootste business man van Marokko is. Laatst was er in Tanger een immobiliënproject, waarvan hij eigenaar is: geen sociale woningen maar luxewoningen die met zoveel mogelijk winst verkocht worden! Hoe verzoen je koningschap met maximale verrijking? Beats me.”

“Toen mijn vader nog in Marokko woonde -tussen 1943 en 1963- was het gebruikelijk dat er overal in de straten luistervinken zaten. De haast panische angst bij de bevolking om over de koning te praten heb ik tijdens mijn jeugd heel dikwijls aan den lijve ondervonden. Geregeld verdwenen mensen zonder boe of ba, deze terreur verlamde en verlamt nog steeds elke weerstand. Volgens wat ik weet, heeft de Marokkaanse apparatski veel geleerd van de Franse inlichtingendiensten tijdens de kolonisatie: hoe houd je een bevolking onder de knoet? “

En dan nog zeer bijzondere waargebeurde verhalen van Alain uit Beveren:

“Toen ikzelf op doortocht was in het Atlas gebergte, dat was in 2004, vanuit Marrakech doorkruisten we de Atlas tot in Fez, maakte ik mooie momenten van gastvrijheid mee, samen met een Belgische vriend Peter. Zo kwamen we op een bepaald moment aan een kleine waterloop, ergens middenin de Hoge Atlas. Opeens klopten twee kleine jongetjes, ik schat 8-9 jaar, op het raam. Of we zin hadden in een glaasje muntthee? Ik keek op mijn horloge: 14u, en wierp op, kijkende naar een klein huisje wat verder bovenop de berg: ,,Ziet jullie mama het zitten om voor ons een lunch te bereiden?'' Ze gingen het effie vragen en kwamen bevestigend terug. Naast het huisje bevonden zich een beminnelijke ezel die graag geaaid werd en enkele tamme geitjes en kippen  (ik heb er prachtige foto's van, bij gelegenheid een aanrader, ik heb een fotoreportage over Marokko die ik destijds met Luc Spiessens vaak heb vertoond tijdens de Marokkaanse stadswandelingen in Antwerpen). Thuis was er nog een jonge zus en een erg lieve mama. Vers geplukte groenten uit de tuin werden in een ovenschotel gedaan en zo in de oven geschoven, samen met wat kip, mmm...heerlijk. Eerst kwamen de jongetjes met een kan warm water en een schotel, zo konden we -bediend als koningen- onze handen wassen. Ik was best ontroerd door deze natuurlijke warmte en gastvrijheid, maar toch ook niet verwonderd, aangezien ik deze heel mijn jeugd tijdens vakanties al ontelbare keren had ervaren (oorspronkelijk wèl met het nodige wantrouwen, 'wat willen die van mij?').  “

Zaterdag 4 oktober 2014

Zeer interessante tekst van Wouter Smets in Oikos 70. ‘Gelukzoekers. 2000 jaar tussen Europa en Marokko.’

Een stukje uit het besluit op pagina 64: “Wie bereid is om twee millenia Marokkaanse geschiedenis met enige aandacht te bestuderen, kan niet anders dan vaststellen dat het land al eeuwenlang een kruispunt is van de Afrikaanse en Arabische culturen met die van Europa. Marokko is al die eeuwen beïnvloed door haar contacten met Europa. Van die eerste contacten onder het Romeinse rijk, tot de huidige stroom van toeristen die met goedkope vliegtuigen het land bezoeken, telkens weer lieten de Europeanen een stukje Europa achter in het land. En ook het omgekeerde geldt. De gastarbeiders die sinds de jaren 60 naar Europa kwamen, waren lang niet de eerste Marokkaanse migranten in Europa. Eeuwen voordien hadden hun voorgangers al een rijke bloeiende beschaving voortgebracht op het Europese vasteland, waarvan het erfgoed behoort tot het meest fundamentele erfgoed van de Europese geschiedenis. Wie dus vandaag terugblikt op 50 jaar migratie blikt slechts terug op een heel beperkt stukje van de rijke interactie tussen Marokko en Europa.”

Wouter is historicus. Hij raadt me aan om ook de tijd te nemen om het nieuwe stuk van de stad Fez te bezoeken: “Fez is een knappe stad, maar wel echt toeristisch. Het nieuwe Fez staat in schitterend contrast met de oude stad, en is volgens mij even Marokkaans als het stuk dat ze zo graag aan de toeristen willen laten zien. Die spanning die in Fez hangt tussen oud en nieuw, traditie en moderniteit, is volgens mij echt typisch voor het huidige Marokko. In Fez vond ik dat het meest zichtbaar en voelbaar”.

Maandag 6 oktober 2014

Hilarisch perscontact tussen Yannick van het Laatste Nieuws en Joachim en Cin die woensdag oa. naar Marokko vertrekken met een tandem … verkleed als piraten. Karima komt even vergaderen. Op de vraag ‘hoe denk je dat de Marokkaanse bevolking zal reageren op twee piraten op een tandem’ moet ze niet lang zoeken naar een antwoord: ‘vergelijkbaar als hier in Lokeren zeker?’. Kwestie van niet tot het oneindige alles te interculturaliseren. Raar is raar. 

Dinsdag 7 oktober 2014

Reisadvies. Veiligheidstips. Niet ’s nachts reizen. Blijf op drukke wegen. Zoek tijdig onderdak. Onderhandel maar laat je niet aftroggelen. Geen fietspaden. Drukke wegen geven ook garantie op onderhouden wegen.

Route van Nador naar Al Hoceima langs de zee, zeker stoppen in Trougout, bijna alle Lokerse Marokkanen zijn daar geboren of hebben daar roots.

Van Al Hoceima de drukkere weg kiezen naar Kassita, eerste stuk zeer steil. Vanaf de S312 is het makkelijker richting Taza. Weg naar Fez mag normaal geen problemen opleveren.

Woensdag 8 oktober 2014

Bespreking rond ‘the big trip’ gepland met jongeren van El Jadid. Nadenken over creatieve sociaal-culturele praktijken. Tournees met rapfragmenten in culturele centra. Foto-reportages, tentoonstellingen, creatief schrijven. Sociaal-culturele innovatie vindt plaats buiten de gesettelde structuren en verbanden leerde Gie van den Eeckhout ons al.  Fotograaf Johan de Vos daagde Vormingplus uit ‘om zo dicht mogelijk bij de verhalen van mensen te blijven’.

Vrijdag 10 oktober 2014

De babbel met enkele jongeren ten huize van Suleyman Harrouch heeft me ontzettend deugd gedaan. Er waren twee Younessen, en ook Ilias. Ook al zijn we relatieve vreemden voor elkaar, er werd meteen honderduit uitgewisseld. De vormingswerker werd gevormd. Over het tekort aan melk, de vegetarische keuken, de niet ongevaarlijke kif-route, koude nachten op het strand en loslopende honden,  over Nador en Fez.

Voor het eerst komen ook spoorlijnen ter sprake waarvan ik niet vermoedde dat ze er waren. Suleyman raadt me aan op Al Hoceima te varen en van daaruit mijn tocht te starten. Intussen drinken we koffie. Er rijpen lichte ideeën, ik trek hen wat mee in de droomkamer van Walt Disney. ‘We kunnen het Cultureel Centrum laten vollopen als we willen’, gooi ik hen voor de voeten. Younes en Suleyman hebben zin om naar de Poolse en Wit-Russische avond te komen. Zoiets kan het creatief nadenken over een eigen project wellicht stimuleren.

Het valt me op hoe ontzettend clever die gasten zijn en hoe ze tegelijk trots, betrokken en relativerend over het land van hun vaders, moeders en grootouders info delen. We raken de politieke thema’s (nog) niet aan, maar dat wil ik op termijn wel doen. Kennen ze het boek ‘Le Roi Prédateur’ ?

Zaterdag 11 oktober 2014

In ‘Duivelse liefdes’ van Tahar Ben Yelloun ontmoet ik in deel drie ‘Verraad en politiek’ een zeer politieke schrijver. Zijn pen is voortdurend in de vitriool van verontwaardiging gedoopt.

Over Razik die uit de gevangenis komt op pagina 239:

Het feit dat hij gevangen was gezet om politieke redenen verleende hem het brevet van onaantastbaarheid. Het syndroom van het slachtoffer dat meent recht te hebben op de status van heilige  komt veel voor in landen waar het verkondigen van je mening tot gevangenisstraf kan leiden. “

Over dokter Malek die door het regime gezocht wordt en op een subtiele manier al zijn patiënten verliest, alleen omdat hij de moed heeft om te praten, pagina 247:

Malek was niet eens verbaasd. Hij zei tegen zichzelf dat alles mogelijk was in een land waar de rechtsstaat niet goed verankerd is, waar corruptie algemeen voorkomt, waar vervalsing mogelijk is, waar rechtvaardige, integere mensen elke moment vervolgd kunnen worden en van hun bezittingen beroofd. Hij dacht weer aan de ‘loden jaren’ en zocht een uitdrukking om het tijdperk waarin hij leefde te omschrijven: ‘Het is een tijd van hout dat van binnenuit vermolmt, wordt corruptie niet zo omschreven in het Arabisch?’

Een meesterlijk visioen, bijna de kracht van de klacht van Emile Zola in het pamflet “ J’accuse”  op pagina 253 :

We wachten nog steeds op de overwinning van recht over onrecht, van deugd over zonde, van eerlijkheid over gesjoemel, van integriteit over corruptie, kortom van goed over kwaad. Dat zou te mooi zijn. Die kijk op de wereld is comfortabel; dan hoeven we de laagheid, het bedrog en de onwaardigheid van mensen niet onder ogen te zien. Maar in deze geschiedenis, die is geïnspireerd op ware, zij het geromantiseerde en getransformeerde gebeurtenissen,is het de  zonde die over de moraal en de waarheid heeft getriomfeerd”.

Suleyman raadt me aan om ‘De Vreemdeling’ van Yelloun te lezen, een boek waarin een volwassene het woord racisme aan een dertienjarig meisje tracht uit te leggen.

Zaterdag 18 oktober 2014

Een buurman van de Beekstraat met zijn zoon Said op Repair Café in Lokeren. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Fez. Diploma had weinig betekenis in België. Komt voor de tweede keer met kapot toestel. We beloven contact met elkaar te houden. Zoon lijkt me een hele verstandige kerel.

Dinsdag 21 oktober 2014

Prettige koffiehoek in Destelbergen. Net daarvoor: Turkse kapper van ‘Es Es’ neemt me onder handen. Hij herkent me van de vorige keer, nochtans minstens een jaar geleden. Van een visueel geheugen gesproken. Ik gaf toen blijkbaar dezelfde ‘richtlijnen’ rond ‘het staartje’: niet afknippen.

‘De volgende keer zal ik je haar knippen’, zegt Leila na de vergadering. In de werkgroep van de Vrijwilligersakademie –we zijn maar met vijf- zijn twee vrouwen met berberse roots actief. ‘Van de Imazighen’, zou Leila steeds weer benadrukken. Aan de hand van een krantenartikel van mijn zoon die naar Marokko fietst, komt er een razend interessant en enthousiast gesprek op gang. Naima en Leila reageren en reflecteren op mijn eerdere schrijfsels en de gesprekken met Said, Alain en Karima. De zus van Naima is actief aan een Franse talenuniversiteit in Parijs, ze is sterk gespecialiseerd in de berberse taal. Stelde al een woordenboek samen van berbers vocabularium en is een grote autoriteit in haar vak. De strijd voor culturele erkenning van de Imazighen is vooral in Nederland bezig, in veel mindere mate in België en in Marokko hoogstens onder de radar. Een congres die Leila in Al Hoceima volgde over belangrijke berberse vrouwen doorheen de geschiedenis was uitsluitend … in het Arabisch.

Dat komt omdat de taal van de Imazighen ontoereikend is voor een academische uiteenzetting. Het berbers is vooral een orale taal, bestaat in de lagere scholen, maar niet in het middelbaar noch aan de universiteiten. Marokko heeft geen enkel belang in een versnippering van talen, het kan haar positie economische en aansluiting bij de (Arabische) wereld alleen maar verzwakken’, stelt Leila.

We praten over de koning, over de ontwikkelingsgraad van Marokko, over de graad van analfabetisatie die ooit tachtig procent bedroeg. Leila en Naima bedelven me onder de educatieve en artistieke tips. Docu die ik moet zien, boeken die ik moet lezen. Ik meen me één uur na het gesprek ‘Drie vrouwen’ te herinneren, en het boek ‘Le Pain Nu’ van Mohammed Choukri.

Voor de arabisering was er een vorm van animisme, een natuurgodsdienst, rituelen en bijgeloof die je in de boeken van Taleb Ben Younes veelvuldig aantreft. Deze is nooit verdwenen . Leila werd als baby met amuletten die het kwade moesten afweren bedekt.

Er is discussie over tot waar het Romeinse rijk heeft bestaan. Volubilis, dat zijn we zeker. En dat Tunesië (Carthago) veel feller beïnvloed was dan Marokko. Op de vraag of er ook Romeinse restanten lager dan Fez liggen moeten we het antwoord schuldig blijven.

Leila en Naima willen me wel eens een weekendje onderdompelen en rondleiden in de Rifstreek. Nu kan Sofie zich echt financiële zorgen beginnen maken.

We spreken af dat ik na mijn terugkeer in april een proefpresentatie van mijn reispowerpoint organiseer. Enkel voor hen tweeën. Als ik hen overleef kan ik de hele wereld aan denk ik bij mezelf.

Woensdag 22 oktober 2014

Nog herinneringen aan babbel van gisteren. Met je lok en je sjaal zul je meteen een sterk vermoeden van hasj-toerist op je nek halen. Kif kif betekent ‘allemaal hetzelfde’ , rkif betekent hasj. In Tanger wordt inderdaad aardig wat verhandeld.

Vrijdag 31 oktober 2014

Als bij toeval belandden Nathan en ik in de bibliotheek van Lokeren, eerst even samen, daarna hij op het eerste en ik op het tweede verdiep. Ik zoek ander werk van Ben Yelloun maar omdat Benali in de buurt staat pak ik ‘Oost = West’ vast. De kroketten in de fietstas zullen niet tijdig in de vriezer thuis geraken. Benali reist door de Arabische wereld en het Westen. Ik zoek naar de stukjes die over Marokko gaan. Het valt me (net als bij Ben Yelloun) op hoe vlijmscherp zijn maatschappij-analyse gaat.

De terugkeer van het Westen in de Arabische wereld sinds twintig jaar is er één in de vorm van neoliberale initiatieven: “Het agressieve bouwkapitalisme dat in het Westen gemeengoed is, heeft ook Mekka en Dubai bereikt. Het einde van de geschiedenis ontdeed de ideologieën van hun gewicht, en de ideologie van het geld kwam als enige houdbare bovendrijven. Op dit moment geloven de Arabische regimes nog even, hoelang het zal duren mag Allah weten, dat agressieve, economische groei de manier is om een voorheen traditionele, conservatieve cultuur een plek te geven in de technologische interneteeuw”. (p. 10) . De bouwwoede rond Nador kan hier wellicht perfect worden toegevoegd.

 

Op dezelfde bladzijde een stukje over Nador waar Benali zijn kindertijd in de zomer doorbracht en die wrang leest: “In Nador (…) heerste een de facto- avondklok. De sfeer was er grimmig. Terug in Nederland vertelden klasgenoten en hun ouders me dat ik in het land van duizend-en-één-nacht was geweest, de plek van de sprookjes, en dat schokte me want het beeld dat ik had, eenmaal uit de warme omhelzing van mijn grootouders, was er één van grijskleuren, onzekerheid en diepe armoede.”

Er is slechts één en dan nog kort hoofdstukje dat explisciet over Benali’s moeders moederland gaat. Hij zoemt in op de dichter Mohammed Khaireddine, een goede vriend blijkbaar van die Mohammed Choukri die ik in het gesprek met Leila en Naima kreeg aangeboden op een literair Marokkaans tafeltje. Khaireddine is een kind van de Sous, schrijft Benali, hij roept in zijn korte en intense romans de streek rond Agadir op, (waar ik niet moet aan denken met de fiets te passeren). Zelf een Berberman schrijft hij bijzondere dingen over de Imazighen en over Khaireddine’s karakter : “De droom van elke aan eer en waarde gehechte Berberman: iemand die zich nergens voor hoeft te schamen, die zich kan laten voorstaan op wie hij is, en die van niemand een gunst hoeft te vragen, die op zichzelf kan staan en tegelijk een hele culturele wereld voedt, die de taak op zich heeft genomen, zonder franje, om de wereld te dienen met zijn poëzie en daar, ondanks alle tegenslagen en negatieve weerberichten, onafgebroken in slaagt”.  

Benali noemt Khaireddine en Choukri ‘trots’ en ‘onverzettelijk’ maar ook ‘de twee monsters van de Marokkaanse literatuur’.

Voorlopig leidt Benali me niet naar de monsters maar naar Edward Said’s meesterwerk ‘Oriëntalisten’ dat op de boekenplank van mijn dochter Anna staat. Voor het vak culturele antropologie moest ze deze moeilijke kluffer lezen in haar middelbaar. Papa kan niet achterblijven. Over dit werk zegt Benali dat het niet past om naar de Arabische lentes te kijken “door een gekleurde, Europese bril, waardoor we alleen zien wat we willen zien en bij voorbaat afkeuren wat we niet willen zien, (…) een visie op de Arabische wereld die op basis van slecht begrepen antropologische ideeën over de Arabische en niet-Arabische volkeren tot de conclusie is gekomen dat die regio niet in staat is tot de progressie die voor andere volkeren wel is weggelegd”. Hij voegt er kritisch aan toe : “Steeds weer wordt dat stokpaardje van stal gehaald om het eigen westerse ingrijpen in de regio te rechtvaardigen en zo het eigenbelang veilig te stellen. Olie is geen mensenrecht. Despoten hebben niet het eeuwige leven.” (p.12)   

Zaterdag 15 november 2014

Zeer interessante tentoonstelling ‘Heilige plaatsen , heilige boeken’ in het MAS in Antwerpen bezocht. Enkele topwerken hangen samen. De Klaagmuur van Marc Chagall, schilder met joodse Wit-Russische wortels en zelfs een Caravagio is naar de koekenstad gehaald. Volgens de site is dat ook alweer vierhonderd jaar geleden. Eigenlijk zouden leerkrachten islam, katholieke godsdienst en jodendom massaal moeten ijveren om met groepen leerlingen van het secundair onderwijs naar deze tentoonstelling te gaan. Al wandelend vallen vooral de vele gelijke bronnen op waaruit de drie godsdiensten van het boek putten. Veel aandacht voor Jeruzalem, maar ook voor Mekka, Rome en evengoed Scherpenheuvel. Hadden geluk met uitstekende gids.

In de winkel rechtover het MAS kan ik niet weerstaan om ‘Marokko. Levend Erfgoed’ aan te schaffen. Wil dit zeker laten inkijken door alle keramisten van LETS Durme. Prachtige en gedetailleerde informatie en beelden van keramiekkunst in Marokko. Apart hoofdstuk gewijd aan ‘Pottenbakkerskunst van plattelandsvrouwen in het Rifgebergte’.

In de inleiding van dit prachtige boek schrijft Halima Ferhat over onze kijk op de geschiedenis van de Berbers (Imazighen) : “Het wordt nog altijd vertroebeld door misleidende veralgemeningen en een gebrek aan historische methode. Er is veel inkt gevloeid over de herkomst van de Berbers: zijn zij autochtonen in de letterlijke zin van dat woord, komen ze uit de bodem en de stenen? Of komen ze uit het oosten? Misschien doet het er niet zoveel toe, maar men heeft er wel de gekste dingen over verteld. De kroniekschrijvers waren al verbaasd over het grote aantal Imazighen. Deze bevolkingsgroepen vormen slechts zelden homogene stammen en wonen verspreid over een gebied dat zich uitstrekt tot in Egypte. Ze hebben van meet af aan overal allochtone elementen opgenomen, wat de Maghreb uiteindelijk alleen maar verrijkt heeft. “

Bij het Colofon lees ik dat Chris De Lauwer, oa. gespecialiseerd in Jaïnisme bij de educatie en publiekswerking betrokken is.   

Op pagina 21 een bijzondere foto van Joodse begraafplaats te Fès. Hier werden in het begin van de negentiende eeuw de overblijfselen van de oudste joodse families uit Fès bijgezet; sommige graven zijn tot vierhonderd jaar oud.

Het is nu al zonneklaar dat onze luttele tijd in Fès te kort zal zijn.

Dinsdag 25 november 2014

Lange fietsrit naar Eeklo, maar de moeite waard. Vandaag cursusdag één van de drie over de cultuur van het Moorse Spanje in de Middeleeuwen. De reeks ‘Van Mezquita tot het Alhambra’ wordt verzorgd door Philippe Aloy. Na een carrière als bedrijfsleider studeerde hij islamitische kunst aan de School of Oriental and African Studies in London en begeleidde hij reizen naar Andalusië.

Een koran gaat rond. Een moeilijk boek, zegt Philippe. Weinig toegankelijk maar erg poëtisch. Hij legt het schisma uit tussen soennieten en sjiieten en schematiseert helder de belangrijke fasen na de profeet.

632-661

Vier kaliefen zijn de eerste opvolgers van Mohammed

662-750

Dynastie der Omajaden treedt aan, de 150 leden worden gruwelijk vermoord door de Abbassieden, enkel Abd al-Rahman overleeft de slachting en sticht een succesvolle dynastie tot 1031

750-1250

Abassieden aan de macht die de macht overnemen in Damascus en de hoofdstad verleggen naar Bagdad

Het publiek luistert gebiologeerd. Ik ben de jongste deelnemer en maak aantekeningen in de dunne maar overzichtelijke cursus.

Wellicht voor discussie vatbaar legt de lesgever uit dat veel van de huidige frustratie in de Arabische wereld te herleiden is tot :

  • Het gevoel dat men geen aansluiting vindt bij de economische welvaart in de rest van de wereld (men heeft de industriële revolutie gemist)
  • Het recente kolonialisme heeft diepe sporen nagelaten
  • De Arabische wereld leefde lange tijd heel erg gesloten, er werd in het dorp geleefd en een beweging als de Renaissance ging aan hen voorbij (de eerste drukpers in Turkije stond draaide pas in 1738, bij ons reeds in de zestiende eeuw).

De lesgever durft klare taal spreken. Er zijn 1,6 miljard moslims op de wereld. Daarvan is 4% fundamentalist maar bepaald via de media wel heel sterk onze beeldvorming. 96% zijn gewone gelovigen.

Ik spits extra mijn oren bij het laatste hoofdstuk dat Philippe Aloy aansnijdt: is het samenleven tussen de verschillende religieuze en etnische groepen gespreid over achthonderd jaar van vreedzaam samenleven afgewisseld met opstand, burgeroorlog en vervolging een succes te noemen?

Het antwoord onderaan het hoofdstuk is even genuanceerd als de geschiedenis complex is : ‘De convivencia heeft gezorgd voor een leefbare vorm van samenleven, zelfs al was ze gebaseerd op juridische en sociale ongelijkheid en achterstelling tussen bevolkingsgroepen. De geschiedenis toont aan dat ze haar beperkingen heeft, dat er zich tijden van vrede afwisselen met tijden van pogroms vervolging, geweld en burgeroorlog.’ (p.16 in de cursus).

Morgen 52 deelnemers voor avond over Wit-Rusland en Oost-Polen, een absoluut verbazingwekkend aantal. De schrijver Vasili Grossman brengt me met zijn meesterlijke “Alles stroomt” en “Leven en lot” moeiteloos in die post-Stalin-communistische sferen. 

Woensdag 26 november 2014

Heb een vraag aan Suleyman, Karima, Naima, Leila en Alain te stellen, maar ook aan Mohamed Achaibe : op welke dag varen de boten in april vanuit Almeria of Malaga naar Nador?

Vrijdag 28 november 2014

Ik zit deze week in mijn eigen “Rollercoaster van de diversiteit” en net daarom doet het lege huis zonder bewoners met enkel Tracy Chapman zo weldadig aan. (Her en der liggen postages, infokranten, oude magazines die ik uit elkaar sloop of waar ik na enkele laatste blikken definitief afscheid van neem. In het boeddhisme is het opruimen een zeer belangrijke bezigheid, het helpt om terug naar het centrum te komen)

Woensdagavond 62 aanwezigen in de oude parochiezaal gevuld met mensen uit zeer verschillende windstreken. Ingoesjetië, Marokko, Wit-Rusland, Polen, ook Belgen. Een jonge kerel van Congolese origine die Jake uit Ierland heeft geronseld doet de bar. Het grootste compliment over de bonte avond met beelden, gezangen en kwis, literatuur en getuigenissen over mensenrechten in de laatste dictatuur van Europa komt misschien wel van Panter (zijn bijnaam is makkelijker te onthouden) en Younes. Twee gasten uit het beroepsonderwijs. Dat we hen twee uur en een half hebben kunnen boeien met verhalen uit een deel van de wereld die toch ontzettend anders en onbekend is, voelt aan als een kleine educatieve overwinning.

Donderdagavond in Wetteren 83 aanwezigen in zaal de Poort. Een dialoogavond rond het thema ‘Feesten bij de boeren’. Getuigenissen van  katholieken, orthodoxen en moslims worden afgewisseld met koormuziek van het Sint-Martinuskoor uit Massemen, het reciteren van Islamteksten door Younes, de orthodoxen brengen een tiental hymnes. Jonge moslims komen net uit de moskee, in het avondgebed is vandaag Hassan voorgegaan. Ze stellen gretig vragen aan zowel vader Dominique als scheutist Wim. Ik pols bij enkele Armeniërs tijdens het hete munttheeslurpen hoe ze de avond hebben ervaren. Met bijzonder veel partners zijn we er in geslaagd in Wetteren een breed  draagvlak uit te bouwen voor dit soort dialoogavonden. Net omdat er nog zoveel stereotypen en onzin over elkaars ‘groep’ bestaat blijven deze avonden ontzettend de moeite waard. Het katholieke deel van de ‘cursisten’ bevraagt Younes over de maandkalender, over het effect van Mekka, over het offerfeest.  Ik voel diepe dankbaarheid een kleine schakel te mogen zijn van deze warme werkgroep.  

Zaterdagnamiddag zal het weer van jetje zijn. De vrouwen van de Albanese gewesten hebben grotendeels het heft in handen van hun culturele kennismakingsnamiddag naar aanleiding van 102 jaar Albanese onafhankelijkheid. Den Hof in Sint-Niklaas zal wellicht opnieuw tot de nok gevuld zijn. Poëzie, dans, aardrijkskunde, over Kosovo … het wordt één grote wervelstorm, onstuimig gedrapeerd in rood en zwart.

Maar dit reisverhaal ging toch over Marokko?

Gisteren. Voortreffelijke studiedag van CEMIS in Antwerpen over vijftig jaar Marokkaanse migratie: “Een terugblik, stand van zaken en onderzoeksagenda voor de toekomst”.

Onderzoekster Christiane Timmerman van CEMIS jongleert met facts and figures. And numbers. Geteld op personen met vreemde nationaliteit  zijn de Marokkanen met 276.587 en gaan daarmee de Italianen, Fransen, Turken en Nederlanders vooraf. De inleidster zoemt in op exogene redenen en individuele factoren waarom mensen hun thuisland verlaten. Vakkundig onderscheidt ze de verschillende migratiefasen van de Marokkanen in België. Van de Belgische wervingspolitiek vanaf 1956 over de kettingmigratie van 1964 tot 1974 tot de ‘bloei van de kettingmigratie’ die tot 1989 duurt. De opgang van extreem rechts, Paula D’Hondt, de uitbouw van een geprofessionaliseerde integratiesector … het is niet echt nieuw maar wel helder op een rijtje gezet. En zeker nuttig als ik zelf mijn powerpoint over Marokko ontwikkel in 2015. De huidige fase noemt Christiane de ‘late kettingmigratie’, ze wordt gekenmerkt door :

  • Huwelijksmigratie als dominante vorm
  • Toename van illegale migratie, onder andere via het statuut van studenten
  • Een sterke toename van een groep bejaarde Marokkanen
  • Een diversiteit in de Marokkaanse populatie, zowel sociaal-economisch, ideologisch als religieus.

De aantrekkingskracht of de aantrekkelijkheid van Europa voor mensen uit Marokko lijkt momenteel af te nemen. Hoogopgeleiden willen eerder naar Canada of de Verenigde Staten en kandidaat-migranten in het land van herkomst worden ontraden door zij die hier al zijn om te migreren. De economische crisis, het racisme en de discriminatie maar ook eigenbelang (huisvesten en zorgen voor overkomers wordt vaak door de gemeenschap zelf opgevangen) spelen mee.

Als we deze fase die van de ‘selectieve volgmigrant’ kunnen noemen is de toekomst dan die van ‘stagnatie en afname’, vraagt de onderzoekster zich afrondend af. De Vlaamse regering krijgt van Christiane nog een veeg uit de pan omdat ze niet langer in allerlei goedlopende samenwerkingen tussen verschillende universiteiten rond migratie wil investeren.  Als één van de macrolevel- of exogene factoren om de stagnatie van Marokkanen in België in de toekomst te voorspellen wordt geduid op de relatieve democratisering in Marokko. Ik vermoed dat enkele van mijn vorige confraters het daar eerder weinig mee eens zullen zijn.

De volgende presentaties gaan meer in de diepte en hebben minder het helikopterview. Er zijn boeiende bijdragen. Drie om precies te zijn.

  1. Bert Broeckaert schetst onderzoek over de manier waarop Marokkaanse moslims in België omgaan met sterven en dood
  2. Ik ben meest gebiologeerd door Philip Hermans van de KUL. Hij schetst een beeld van de Marokkaanse volksgeneeskunde en stelt zich de vraag naar de relevantie voor de Belgische situatie.
  3. Tenslotte focust onderzoekster Emilien Dupont van UGent op tijds-en contextuele trends in partnermigratie in de Marokkaanse gemeenschap.

Het is lastig samenvatten. Temeer omdat de bundels zelf al sterk gesynthetiseerd zijn. Uit de korte teksten die ik dubbel meegris (ik voorzie een pakketje voor Karima die ik hier ongetwijfeld mee zal verblijden, zeker nu ze sinds gisteren met autopech kampt) graag enkele passages die meteen een fluo jasje krijgen.

Bert Broeckaert : “De relatie met God blijft ook in momenten van lijden en dood van cruciaal belang. Uit een eigen analyse (uit onderzoek van Stef van den Branden) van de belangrijkste hadieth-collecties blijkt dat ziekte en genezing worden toegeschreven aan Allah. Bij ondraaglijk lijden is zelfdoding absoluut geen optie; geduld is hier de centrale deugd die de gelovige dan ook uitzicht geeft op het paradijs. Ten gevolge van wereldwijde migratie is er nu een nieuwe situatie ontstaan, waarbij grote groepen moslims hun leven hebben uitgebouwd in een niet-islamitisch gebied. De hieraan gekoppelde globalisatie en de steeds belangrijker rol van het internet leidt tot een geglobaliseerde islam, tot een virtuele oemma waar elke moslim deel van uitmaakt. Tekenend hierbij is dat lokale tradities uit het gezichtsveld verdwijnen en in een poging om een antwoord te formuleren op de ethische vragen van moslims vandaag vaak onmiddellijk naar Koran en hadieth wordt gegrepen (en dit dus zonder de vermiddeling van lokale geleerden, tradities en scholen).

   Philip Hermans: “Er staat in Marokko een heel leger traditionele genezers voor de mensen klaar. Hun praktijken kunnen begrepen worden vanuit twee verschillende opvattingen over de oorzaak van ziekte die in alle culturen blijken voor te komen. Ziekten worden volgens een naturalistische  of een personalistische etiologie verklaard. Dat gebeurt in termen van (vermeende) observeerbare oorzaak-en gevolg-relaties. Zo zijn er in de Marokkaanse volksgeneeskunde nog duidelijke sporen van de Grieks/Arabische  humorale theorie te vinden. Die zegt dat ziekte het gevolg is van een gestoord evenwicht tussen de lichaamsvochten. Aangepaste voeding, medicijnen en maatregelen kunnen dat evenwicht herstellen. Bij een personalistische etiologie gaat men ervan uit dat ziekte rechtstreeks wordt veroorzaakt door een andere persoon die bewust schade wil berokkenen. De ziekte wordt dus gezien als het slachtoffer van die persoon. Niet zozeer mensen maar vooral andere wezens zijn de boosdoeners. In Marokko zijn djinns, een soort geesten, in deze context de belangrijkste ziekteverwekkers. Dit moet geplaatst worden in de traditionele Marokkaanse leefwereld waarbij het dagelijks leven doordrongen wordt van bovennatuurlijke fenomenen die beleefd worden en betekenis krijgen vanuit een volkse Islam.”  (in de rest van zijn bijdrage behandelt de professor-psycholoog de djinns, de magie, het boze oog, de genezers als de fqih en de heiligen, religieuze broederschappen, waarzeggers en waarzegsters en kruidenverkopers).  Ik wil Philip nog vragen hoe makkelijk je als buitenstaander toegang krijgt om deze ‘magische gezondheidszorg’ in zijn werk te zien. Als buitenstaander met een fiets in april in de Rifstreek, in de dorpen en in de stad? Het zal via mail moeten.

Wat het onderzoek van Emilien Dupont (e.a.) betreft werden een aantal hypothesen rond partnermigratie op 24.389 eerste partnerkeuzes van Marokkaanse migranten getest. Op elk blad van de tekst staat in grote letters DRAFT waardoor ik meteen ‘jump into conclusions’: “Partnermigratie neemt af doorheen de jaren en over geboortecohorten heen. Ook al heeft de tussengeneratie een verhoogde kans op partnermigratie, toch opteert de tweede generatie meer voor een lokale partner. Structurele condities op gemeenteniveau werken in op de kansen om een lokale potentiële partner te vinden. Een lage diversiteitsgraad in etnische compositie en een onevenwicht in het aandeel Marokkaanse vrouwen op mannen dragen bij tot partnermigratie (…) Reeds voor 2011 is er een dalende trend merkbaar in de partnermigratie bij Marokkaanse migranten.”

Ik ontfutsel tijdens de middagpauze met fantastische broodjes nog het emailadres van Mohammed Chakkar. Wetteren wacht …

Woensdag 3 december 2014

Ik ben maar een amateur’, zegt Philippe Aloy. We praten nog even na in Eeklo. De tweede sessie van drie over de cultuur van het Moorse Spanje is net achter de rug. Het siert de man dat hij zich zo bescheiden opstelt. Voor mij verheft hij zich in één klap van uitstekende lesgever meteen tot mooie mens.

Als ik moet kiezen tussen Cordoba en Granada? Hoe compact is Cordoba? , vraag ik de spreker. ‘Ga je ernaartoe misschien?’, vraagt hij me terug. Ik doe kort mijn plannen uiteen, de man kijkt met grote belangstellende ogen en moedigt me aan. Dat veel jongeren met een Marokkaanse achtergrond hun eigen geschiedenis niet kennen, daarover zijn we het eens. En dat het opzetten van een educatief traject dus zinvol is. Philippe moedigt me aan om inderdaad ‘het rijke culturele erfgoed van Fez en Marakech en de rijke Moorse beschaving’ een plek te geven in de hoofden en harten van jonge moslims in Vlaanderen. Te beginnen met het Waasland.

Islamitische kunst staat centraal in deze bijeenkomst. Vanaf de komst van de profeet ontstaat er een eigen ‘vormentaal’. Omdat er in het Arabische rijk goede handelslijnen waren, dus ook een vlotte uitwisseling van mensen en ideeën, ontstaat er een proces van adapteren, adopteren en innoveren. In de cursusmap lees je het als volgt: ‘Dat verklaart waarom de Islam niet vernietigt’. Net zoals de islam zich religieus als een godsdienst ziet die verderbouwt om het jodendom en christendom respecteren architecten, kunstenaars en ambachtslui de cultuur die ze aantreffen.

Gelardeerd met schitterende dia’s illustreert Philippe de bijzondere architectuur van de Mezquita van Cordoba, de extreem verfijnde krullen en bogen en staartjes in de Arabische kalligrafie, ivoorsnijwerk en ceramiek. Textiel, juwelen, hout en metaal, de les is duidelijk te kort om overal gedetailleerd op in te gaan. Maar de lesgever laat wel een onvergelijkelijke indruk na met het tonen van de details op de pyxes, fijn bewerkte cylindrische dozen uit de tiende eeuw of te focussen op de mooie zijden creaties –lampas- bedoeld om in de huizen van de rijken en machtigen een illusie te creëren van het paradijs op aarde.

Op de flipover tekent Philippe de ontwikkeling van enkele moskeeën. Punten zijn palmbomen, later de bekende zuilen. Hij toont waar de privé-woningen van de profeet waren gelegen, waar het gebedsdeel zich bevindt en hoe en door wie de uitbreidingen plaatsvonden. We maken uitstappen naar de Medinat al-Zahra, de bekende paleisstad vlakbij Cordoba en Bab al-Mardum . Deze kleine privémoskee telt slechts acht maal acht vierkante meter en is vandaag de ingang van de christelijke kerk San Cristo de la Luz. Naast Cordoba trekken we ook naar Saragossa (jammer dat Jimmy Frey indertijd in zijn tekst geen ruimte liet voor de schoonheid van de Aljaferia) en Sevilla voor de Torre del Oro.

Mijn zoon nadert intussen Marokko. Hij is extreem karig met nieuws, het voelt regelmatig ongemakkelijk aan. Sofie en ik trokken gisteren naar Mechelen om hem op groot doek te zien figureren in de bijzondere film ‘Violet’.

Treinreiswinkel.nl heeft me intussen ook een reisroute gemaild, ze raden aan om via Luxemburg te reizen. Maar fietsreservaties in Spanje kunnen ze niet regelen. En zo blijft de hele onderneming een spannende constructie en zal er zeker het nodige leergeld moeten betaald worden.

Bob van Natuurpunt speelt me nog een artikel uit de Wereld Morgen door over een conferentie rond mensenrechten die in Marakech gepland staat, zeer tot ongenoegen van nogal wat organisaties die ijveren voor diezelfde mensenrechten in Marokko.

Deze nacht gedroomd dat ik mijn boot in Motril mis en een week moet wachten op de volgende. Mijn dochter Anna is er heilig van overtuigd dat je echter in je dromen kunt ingrijpen, maar die sleutel heb ik nog niet te pakken.

Zaterdag 6 december 2014

Kleine brokjes Marokko.

Murat, oude voetbalvriend van Joachim herkent me in het zwembad. ‘Ben jij niet de papa van Joachim?’ Hij zet grote ogen op als ik hem vertel dat zijn vroegere laatste man met de tandem Marokko al kan zien liggen (bij benadering, de laatste berichten signaleren hem ter hoogte van Sevilla). Als ik mijn eigen trip kort toelicht glinsteren zijn ogen. ‘Nador? Al Hoceima? Temsaman? Maar door komen wij vandaan!’              Murat was een uitstekende mid-mid, heroïsche jaren met de Congolese trainer Serge. Gedeeld verleden maar misschien kan Marokko ons drieën in de toekomst weer verenigen?

Dagje Gent met de dichtste vrienden. Twee CD’s van Oum Kalsoum gevonden. Omdat Abdelkader Benali zo’n “epische” stukjes proza over deze koningin van de Arabische klassieke muziek schrijft blijven enkele passages doorknetteren. Deze bijvoorbeeld:

In de prilste herinneringen van de schrijver blijkt hij (nog) een zeer koele fan te zijn :

Gedurende de zomers die we in Marokko doorbrachten in het lemen huis van mijn grootouders, stond de radio die mijn vader uit Nederland had meegenomen vroeg of laat op een lied van Oum Kalsoum. Je wist dat zij het was omdat een zware, wat mannelijke stem een lied zong waar geen einde leek aan te komen. Mijn vader luisterde op het binnenerf, terwijl ik nog sliep. Plotseling hoorde ik haar stem opklinken en moest ik wel opstaan. Buiten in de ochtendzon zag ik mijn vader op zijn matje in zijn wijde djellaba liggen. Hij ontspande bij haar. Ik vond het verschrikkelijk, dat getingeltangel van de kanun, het tokkelinstrument dat haar bij elk optreden begeleidde. Ik hoopte dat de batterijen snel op zouden raken (…). Ik begroef Oum Kalsoum in mijn hart. “ (p.241)

De langzame kentering op dezelfde bladzijde :

Weldra begon ik ook te oehen en te ahen bij haar uithalen waarmee ze het publiek uitzinnig kreeg. Van de tekst begreep ik niets, maar wel leerde ik de eerste zinnen van buiten, die me dan de rest van de dag begeleiden. Ik prevelde ze wanneer ik in de Albert Heijn stond af te rekenen.”

Over haar dood en politieke betekenis op pagina 243 in Oost = West :

In februari 1975 overleed Oum Kalsoum, de maand waarin ik verwekt ben. Haar staatsbegrafenis in Caïro mondde uit in een vorm van massahysterie. De kist werd langs een menigte van een miljoen mensen door de straten gedragen. De Egyptische natie zong haar laatste elegatie als dank voor wat ze had gegeven sinds haar opkomst in de jaren dertig. Je kunt zeggen dat met haar dood ook een Arabisch idee over vooruitgang en emancipatie werd begraven. De tentoonstelling ademt een nostalgisch verlangen naar de jaren waarin dit vooruitgangsdenken en optimisme over de toekomst nog iets betekenden in de Arabische wereld.”

Deze ochtend vier uur aaneen –heerlijke stilte op het tweede verdiep van de Boerenpoort in Melsele is mijn bondgenoot om efficiënt te kunnen schrijven- voortgangsrapport 2014 volgeschreven. Bij de laatste kolom dromerige warme plannen over Marokko gesmeed. Hoe miezeriger het weer hier en hoe meer avontuurlijke flarden ik op de Facebookpagina van Joachim en Cin lees (ze blijven extreem karig met nieuwtjes, Bancontact blijft ons belangrijkste contact op heden) , hoe meer goesting om mijn stalen ros op de trein te zetten en te verdwalen in de Rif (voorafgegaan door een rituele verbranding van allerlei voortgangsrapporten) .

Oum Kalsoum kan voor Mara totaal niet wedijveren met Avril Lavigne. Kleine zus luistert naar de CD’s waar grote zus pas op haar veertiende aan toe was. Een opschuivertje naast me in de gordel. Jongste spruit, tijd vooruit?

Rustgevende zaterdagavond. Ik plaats een zoekertje bij de LETS-groep voor wat extra gebrande hemelse klanken van Kalsoum.

Zaterdag 20 december 2014

Reactie van Alain Mahjoub op stukje over Oum Kalsoum: ‘Mijn vader heeft heel de collectie thuis. Naast Oum Kalsoum waren daar ook Abdelhalim Hafid (ook een echte topper), Farid El Atrach en Warda die ik als kind eindeloos moest aanhoren. Oum Kalsoum, het doet raar om het toe te geven, want ik had best wat weerstand tegen de muziek die, zo voelde het, mijn oren werd opgedrongen, dat klonk toch wel erg goed’.  

Opvallend , ik denk dat Alain een leeftijdsgenoot van Abdelkader is, ook sportief en qua lichaamsbouw lijken ze op elkaar. En hun Kalsoum-liefde is dus gelijkelijk in de tijd opgebouwd, van weerstand naar overgave.

Over Alain gesproken. Heb hem deze week uitgebreid voor Oikos mogen interviewen naar aanleiding van zijn boek over ‘duurzaam welzijn’. Ik legde hem mijn typewerk voor en kreeg enkele boeiende aanvullingen terug. Zoals deze in verband met zijn inspiratie: ‘Alain moet niet lang zoeken naar zijn woorden : ik ben een spons. Reeds van kinds af aan. Het innige contact met een erg van de Vlaamse verschillende Marokkaanse cultuur werkte erg stimulerend op mijn nieuwsgierigheid.’

Alain leerde ik kennen in mijn begindagen bij Vormingplus, op een treffen over atheïsme in de Arabische wereld georganiseerd door Katrien van Hecke. Alain Mahjoub is de zoon van een Marokkaanse vader uit Tanger en een Vlaamse moeder. Hij werkt halftijds als spoedarts en contextueel psychotherapeut en groeide op in Antwerpen. Een kerel waar je je eindeloos kan aan laven. Ik ben blij dat ik de twee uur durende ‘storm’ zoals hij ons hevige treffen in het Centerken dinsdag noemde heb doorstaan en niet ben weggeblazen. Soms kan een contact met iemand moeite kosten maar ontzettend de moeite waard zijn. Ik hoop dat zijn boek een bestseller wordt. Na mijn tocht naar Marokko zullen we elkaar zeker opnieuw treffen.

Zondag 21 december 2014.

Mag gebrande CD’s bij Luc Van Hende ophalen. 20 pluimen. LETS blijft verbazen.

Naar slappe film gekeken. ‘Rabat’ is een roadmovie die me meenam op de reis van de drie vrienden Nadir, Abdel en Zakaria. Enkel als ze de grens tussen Spanje en Marokko oversteken en de eerste kilometers in beeld komen van hun moederland, voel ik enige beklijving. Voor de rest weinig verrassing en ik mis ook subtiliteit.

Op mijn buro staan een 35tal bakjes pal voor me. Verdeeld tussen oa. ‘levende filosofen’, ‘Albanië’ en het ‘Midden-Oosten’. Ik ben op zoek naar krantenknipsels en Mo*-artikelen over Afghanistan en ‘verkeerd gesorteerd’ bots ik op een oud Knack-artikel ‘De rotte kies zit er nog’ (23/11/2011). Enkele kopstukken van de 20 februari beweging die de manifestaties voor meer democratie in Marokko op heel wat plaatsen organiseerde komen aan het woord. Voor sommigen is het glas halfvol, voor anderen halfleeg.

Halfvol. ‘We hebben het publieke debat in gang kunnen zetten, en dat is toch al een begin. De staat heeft op die dynamiek moeten reageren, ze stond onder druk. En de Marokkanen kregen door dat ze geen schrik meer moesten hebben, zoals onder Hassan II. Dat is onze grootse realisatie.’

Halfleeg. ‘De koning heeft alles veranderd, opdat er niets zou veranderen. Het zijn esthetische ingrepen, geen echte hervormingen. In Tunesië is men van nul herbegonnen, hier is de maffia rond de koning gewoon blijven zitten, en aan haar macht zal niets veranderen.’

Suleyman stuurt me een link met enkele Mo*-artikelen door die in dezelfde lijn van de berichtgeving van Knack liggen.

 Dinsdag 23 december 2014

In een Bulgaars café lopen vrouwen en mannen in en uit. Om de congé in te zetten trakteer ik mezelf op taart en koffie. Een zwarte man, ik vermoed uit Somalië of Ethiopië, probeert dameskledij te slijten. Zonder succes gooit hij zijn gevulde zwarte Colruytzak over zijn schouder. Wanneer wordt hij getrakteerd? Is er taart voor hem? Wanneer?

Om 14u30 heb ik op het werk ‘de kap over de haag’ gegooid. Was van plan langer te blijven maar ‘omdat ge bezig kunt blijven’ met Afghanistan, met dat uitdeinende transitiefestival, met het zoeken van sprekers rond Jaap Kruithof ben ik het plotsklaps strontebeu, smijt mijn koersfiets in een bevrijde bevlieging op de trein naar Gent en bezoek de expositie ‘Straffe gasten’ in het MIAT over vijftig jaar Turkse en Marokkaanse/Tunesische/Algerijnse arbeidsmigratie.

Op verdiep 1 beland ik in een verhaal van arbeidskaarten, kleine loonzakjes en poeders om het monotone werk, oa. in de textielindustrie te kunnen verrichten. Drinkflessen of gourdes staan uitgestald, foto’s van de aanleg van de industrieweg Gent-Zelzate in 1962, zelfs Theo Francken moet die van die meerwaarde toch al genoten hebben met zijn bolide? Cijfers van 2013 over de superdiversiteit in Gent tonen taartdiagrammen per wijk, alle kleurrijk. Ik noteer op de achterkant van de laatste Oikos het het aandeel van Marokkanen in de bevolking:

Onder de vijf procent :

  • Oostakker : 2%
  • Gentbrugge : 3%
  • Moskou : 4%
  • Watersportbaan-Ekkergem : 4%
  • Dampoort : 4%
  • Rabot : 4%
  • Sluizeken-Ham : 3%
  • Muide-Meulestede-Afrikalaan: 4%

Tussen de vijf en de tien procent :

  • Sint-Amandsberg : 5%
  • Nieuw-Gent en UZ : 7%
  • Drongen: 6%
  • Mariakerke : 10%
  • Bloemekeswijk : 7%
  • Ledeberg : 5%

Meer dan tien procent : enkel de wijk Brugse Poort telt 15% Marokkanen en 28% Turken.

De tentoonstelling is veelzijdig, veel materiaal komt uit het AMSAB, de Turkse migratie is begrijpelijkerwijze overbelicht. De Turken in Gent zijn met opmerkelijk meer dan welke etnisch-culturele minderheid dan ook. Er zijn betogingspamfletten van de Gentse textielsector in 1967 en legoblokjes verdeeld over drie kijkdozen illustreren de krimpende sector tussen 1930 en 2013. Een jukebox telt vijftig mogelijkheden, ik druk bij een Turkse charmezanger en daarna Charles Aznavour.

De penibele woonsituatie van de migranten in de jaren zestig lijkt wel een ‘never ending story’ met dezelfde uitbuitingsmechanismen en ongezonde woonomstandigheden waar nieuwkomers vandaag mee geconfronteerd worden: “Wie buitenlandse werkkrachten naar België haalt, moet ze ook een onderkomen bieden. Tijdens de beginjaren gaat het textielbedrijf van Union Cottonière  nog voor de eerste, de beste oplossing. In 1963 en 1964 krijgen de gerekruteerde Algerijnen en Marokkanen een geïmproviseerd slaapvertrek in spinnerij de Hemptinne en in Braun. Anderen brengt men onder in een logementshuis”. Daarna moeten de beluikhuizen de nood lenigen, fabrieksbazen doen enkel een inspanning voor de eerste golf migranten. Tot zover ons lamentabel onthaalbeleid. Ander citaat : “Het was in de Opgeëistenlaan. Al de UCO-arbeiders sliepen er samen. Het was zoals in het leger. Er was een grote zaal met allemaal bedden. Er waren alleen Marokkanen”. We schrijven 1964.

Racisme in de jaren ’70 steekt de kop op met de oliecrisis. De woonomstandigheden blijven slecht. Het opbouwwerk gaat er zich actief mee bemoeien. De geboorte van de werking De Poort-Beraber in de Sleepstraat.

Een apart luik van de expositie gaat over ‘een eigen zaak’: “Voor Spaanse serranoham, maghrebijnse couscous en mediterrane groenten zoals paprika’s en aubergines moet je in de jaren 1960 nog naar Rijsel, Brussel of Antwerpen. Pas vanaf de jaren 1970 kun je die mediterrane producten in Gent kopen. In de jaren 1980 zien steeds meer kruidenierszaken en kleine winkeltjes het levenslicht”. De migrantencafés zijn een soort opvangcentra avant la lettre. Sommige cafés bieden onderdak en eten. De eerste vier islamitische slagerijen in Gent zijn twee keer Marokkaans, Tunesisch en Algerijns.

Een laatste luik gaat over de nieuwe nieuwkomers. ‘Vandaag spreken ze over Turken aan de Leie, binnen vijftig jaar over Bulgaren aan de Leie ?’, vraagt Ayten Mehmedova, een leerkrachte van Kompas zich af.   Van 1999 tot 2013 zijn Bulgaren (6500, met stip de grootste groep nieuwkomers, mensen zonder papieren niet meegeteld), Slowaken en Polen de nieuwe migranten van Gent.

Zaterdag 27 december 2014

Omdat het niet altijd Foubert moet zijn kies ik voor Cremerie François om mijn kladnotities van de tentoonstelling ‘Dakira’ (wat zoveel betekent als herinnering) in het Stem in Sint-Niklaas uit te schrijven.

Dakira is voor mij ontzettend interessant omdat:

  • De getiuigenissen, vooral deze vastgelegd op video, zeer persoonlijk zijn, boeiende nieuwe details bevatten
  • De makers erin slagen om de veelzijdigheid van migratie eer aan te doen
  • Er naast een aantal bekende Marokkanen ook iemand als Touria uit Temse uitgebreid aan bod komt, naast mijnwerkers, textielarbeiders en mensen die bakens hebben verzet in de socio-culturele sector.

Dakira is tegelijk voor mij minder geslaagd omdat:

  • Ze niet inzoomt op de specifieke Marokkaanse migratie in het Waasland, in Sint-Niklaas, Lokeren, Hamme of Temse (ze blijft daardoor wat algemeen)
  • Ze weinig tot niet focust op de plaatsen in Marokko van waaruit mensen zijn vertrokken .

 

In een eerste luik wordt de betekenis van migratie aan een hele resem burgers van  Marokkaanse origine voorgelegd. Touria refereert naar de dankbaarheid aan haar ouders, voor Mohammed Chakar is migratie niets anders dan vernieuwing. Ik word het meest getroffen door de getuigenis van Saleha Berhili: voor haar is migratie altijd iets wat gepaard gaat met “pijn”, een “geknipt iets”. Sofie en ik keken gisteren naar de verbluffende Ford-prent ‘The Grapes of Wrath’ met een al even verbluffende Henry Fonda, de verfilming van de grote trek uit de verarmde Midwest in de Verenigde Staten richting Californië , het bekende verhaal van John Steinbeck.  De woorden zijn compleet van toepassing op de pijn van deze verarmde en weggejaagde boeren van hun eigen land in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Mohamed Ridouan, schepen in Leuven, zijn vader was zeventien toen die zich uit Nador voor een verbazende drieduizend kilometer verplaatste. Uiteindelijk was hij amper een puber, voor Mohamed moeilijk om vandaag nog voor te stellen. Hoewel er ook vandaag jonge Afghanen, Syriërs, Somaliërs aan de poorten van Europa aankloppen …

Voor Sari Abdesalem is er niet één verhaal representatief voor de Marokkaanse migratie, daarvoor is elk migratieverhaal te uniek. Hij voegt eraan toe: “Immigratie vraagt veel opoffering” en “”Je kan ons geen Marokkanen meer noemen, we zijn al een hele tijd weg uit Marokko en dus ook weggegroeid uit ons moederland”.

Koffers. Net als in het museum van de Red Star Line krijgen ze een prominente plek in het geheel van Dakira. De tekst bij de valiezen luidt: “De inhoud van de koffer bestond voornamelijk uit: warme kleren en schoeisel, een gebedsmatje, gebedskralen, hun paspoort, geld, foto’s … Wat de meeste Marokkaanse arbeiders ook meenamen waren hun herinneringen, hun kennis en know-how waarmee ze een nieuw leven trachtten op te bouwen”. Zij zijn de meerwaarde Theo.

Contacten met de Belgen zijn zeer uiteenlopend in de beginfase. Said uit Hoboken getuigt van zijn hulp aan zijn sterk aan alcoholverslaafde buurman. Zijn motivatie voor bijstand heeft wortels in zijn geloof: “De contacten met je buurman moeten beter zijn dan met je verre neef, voor ons is dat de Islam”. Ook in Hoboken, misschien  zelfs in dezelfde straat, is er een Belgische vrouw die niet naar beneden durft komen omdat ze gehoord heeft dat ‘Marokkanen mensen eten’. Ware het niet zo tragisch, je zou er om …. (vult u zelf maar in).

De video-opnames, de meeste bekijk ik twee tot drie keer, zijn fantastisch-authentiek. Mannen en vrouwen van de eerste generatie getuigen terwijl ze thee drinken, samen met de familie eten, iemand op de bank gaat liggen, de ‘eerste jaren’ bovenhalen; Er wordt vooral gelachen bij al dat oprakelen maar als de drie zussen Lanjiri hun moeder in herinnering brengen en de harde jaren van hun ouders verbaal evoceren, vloeien er ook tranen. (Terwijl ik naar de beelden kijk vraag ik me af hoe Naima Lanjiri zich bij de positie van haar partij in de regering moet voelen en bij de staatssecretaris voor asiel en migratie? Ongemakkelijk? Opstandig? Bedroefd om zoveel botheid?)

Marokkaanse arbeiders in de jaren zestig die hier zonder vrouw en kinderen ploeterden, overleefden, geld spaarden waren vaak van zeven tot tweeëntwintig uur in de weer. Ze moesten op een ingenieuze manier een systeem opzetten om hun bestellingen van voedingsmiddelen te plaatsen. In die jaren worden ook cassettes  met de hele familie ingesproken (als vrouw en kinderen eerstjaars overkomen) en opgestuurd naar Marokko. Bij ‘Heimwee en liefde’ lees ik: “Ongeveer 600.000 Marokkanen reizen elk jaar terug naar Marokko om familie en vrienden terug te zien en hun herkomstland te bezoeken. De reis naar Marokko wordt maanden op voorhand voorbereid. In België wordt Marokko gemist en in Marokko België.”

Redenen van migratie zijn wel te catalogiseren, tegenwoordig heeft men het onder academici over push en pull-factoren, maar elk verhaal blijft enig in zijn soort. Een conflict met de Marokkaanse politie doet Ahmed Bouda besluiten uit pure kwaadheid om naar België te emigreren. De vader van Mohamed is van Nador en door de lamentabele staat van de economie na de tweede wereldoorlog in gans Noord-Afrika verlaat zijn vader de Rifstreek. Toch is er niet alleen pijn: ‘Je ging van leven veranderen, van land … ik was heel blij’, zegt Omar. Ook al moest hij rechtstaan van Casablanca naar Tanger op de trein, niet-wetend dat je voor een zitplaats moest reserveren.

Er is een zeer interessante getuigenis van de socioloog Albert Martens die van zeer nabij bij de eerste migratiegolven in België betrokken was. Albert duikt in de vaderlandse economische geschiedenis. De werkloosheid daalde onder de vier procent, in België is er paniek dat de laagste lonen zullen moeten stijgen. In 1945 worden 60 à 70.000 Duitse krijgsgevangenen in de mijnen tewerkgesteld, maar na één jaar moeten die worden afgelost. De rest van het verhaal is bekend. Na de mijnramp in Marcinelle worden niet langer Italianen uitgenodigd (de vakbonden zijn furieus) maar gaat – in eerste instantie- de Belgische mijnbouw op zoek naar arbeidskrachten uit Turkije en Marokko. De tewerkstelling van Marokkanen wordt vooral in de primaire sector gerealiseerd. Sectoren waar de arbeidsomstandigheden vaak te wensen overlaten. De rook van de Métallurgie Hoboken zat vol lood en er was een complete onwetendheid en non-informatie over de giftige stoffen die vrijkwamen in het arbeidsproces zoals salpeterzuur.

 

Tewerkstelling wordt grosso modo en zeer ruw op vier plaatsen in Vlaanderen gerealiseerd:

  • Limburg, ondergronds, in de mijnen
  • Antwerpen, de metaal-en staalindustrie in Hoboken en Overpelt
  • In Gent is Union Cottonière dé naam in de textielindustrie
  • Het bouwen van de Brusselse metro (STIB) moet erg veelkleurig zijn geweest. Aan mijn nonkel Cyriel Van de Keere (oudste broer van mijn moeder) uit Tielt kan ik het niet meer vragen maar ook hij trok in de jaren vijftig en zestig met zijn schuifzak naar Brussel. Ik herinner me er bij deze aan dat ik wel aan nonkel Gaston kan vragen in welke mate de auto-assemblage in Vorst ook ‘superdivers’ was. Hij behoort immers nog tot het Rijk van de Levenden .

In het luik godsdienst leer ik dat de eerste moskee in Antwerpen in 1966 in Hoboken werd gebouwd en in 1972 volgde een tweede in Borgerhout. In het kielzog hiervan: Radio Al Manar, voetbalploegen, samenkomsten waar spirituele Islamliederen werden gezongen …

Ook politiek moet er strijd worden gevoerd. Een wet tegen racisme (en dus voor een gelijke behandeling op de werkvloer) en betere arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders wordt bevochten. Een kritische noot over integratie die het verhaal van Said van het Zuid van enkele maanden geleden onderstreept over de kontrole uit het moederland op het doen en laten van haar onderdanen ‘in den vreemde’: “Het Marokkaanse regime zag in deze ontwikkelingen een gevaar. Deze richtte in 1975 de ‘Amicales’ (vriendenkringen) met als doel de Marokkaanse arbeiders te controleren en af te schrikken van elke deelname aan politieke of syndicale activiteiten. In 1977 werd de eerste onafhankelijke organisatie van Marokkanen opgericht.”

Johan Leman vertelt over de Foyer, de jaren voor Paula D’Hondt als Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid werd aangeduid. Het levert een schitterende anekdote op over Koning Boudewijn. In de Foyer flaneert een ‘onbekende’ nieuwe opvoeder in de Brusselse kinder-en jongerenwerking. Hij speelt mee tafelvoetbal. Zijn mooie maatpak en zijn gezicht op de briefjes van twintig zullen hem na een tijdje ‘ontmaskeren’. Koning Boudewijn bezoekt incognito de Foyer. Paul Steels uit Lokeren was ook van op de eerste rij betrokken bij dit bezoek. Ik had het geluk enkele huisbezoeken bij hem thuis te mogen afleggen in het kader van een verkenning rond ‘het vroege christendom’, één van zijn kennisdomeinen naast vele andere. Die man is een verbluffende encyclopedie.

 Over de terugkeergedachte, heimwee, het vaderland en familie noteer ik tot slot de indrukwekkende belevenissen  van Touria, geboren in Tanger en nu woonachtig in Temse. Ik zie haar als alles goed gaat op 18 maart. Ze zal aanstippen waar familie van haar in de Rifstreek woont.

We waren precies op een andere planeet (als ze met haar familie in Antwerpen toekomt op de Paardemarkt). Naar school gaan was een straf, een hel. Als raad voor haar kinderen geeft ze mee: trouw met wie je wil, zijn kleur interesseert me niet, maar hij moet een moslim zijn en geboren zijn in België. Met die raad van mijn vader ben ik ook goed gevaren”.

Ik denk dat ik haar kan begrijpen, ook al is haar advies tegelijk mogelijks problematisch.

Zondag 28 december 2014

Vakantietijd, ontzettend veel lees-en zelfs studietijd. Ik schuif even ‘Het einde van de rode mens’ van Svetlana Alexijevitsj opzij, wat Johan de Boose terecht een caleidoscopisch beeld noemt van een post-sovjet wereld.

Het is schipperen tussen

  • ‘Slaapwandelaars’ van Christopher Clarke die enkele interessante pagina’s wijdt aan de Marokko-crisis, één van de stresselementen in de aanloop van de tweede wereldoorlog
  • ‘De vergeten geschiedenis van het Marokkaanse Rif’, een geëngageerde historisch reconstructie van de jaren van lood van Mustaafa Aarab
  • ‘Oriëntalisten’ van Edward W. Said over de ‘lenzen waar de Oriënt door wordt waargenomen die de taal, de voorstelling en de vorm van ontmoeting tussen Oost en West vormen’ (vrij naar pagina 91)
  • ‘Het Volk van Abdelkrim’ van Sietske de Boer over de actualiteit en geschiedenis van de Marokkaanse Rif, er wordt vooral gefocust op de woelige eerste helft van de twintigste eeuw in Marokko met een uitgebreide kennismaking met de Marokkaanse ‘Che’ en een historisch kader van de ‘Ripublik’.

Op enkele treinreizen met respectievelijk zoon en daarna dochter naar de cinema kies ik voor het zwaardere ‘Oriëntalisten’ maar thuis kies ik uiteindelijk ervoor om mijn tanden te zetten in het doorworstelen van ‘Het volk van Abdelkrim’. Het werk van Araab is erg detaillistisch en lijkt iets voor gevorderden. Bij de Boer kan ik terecht voor een boeiend helikopterperspectief en een overzichtelijk kader. Een goed startpunt dus. Om één en ander te ordenen besluit ik een chronologisch politiek overzicht te maken van die heftige eerste 50 jaar van de Rifstreek. De feiten van alle partijen zijn bijwijlen gruwelijk, de rol van de Europese koloniale machten soms verbijsterend.

Een Marokkaanse tijdstabel van de eerste helft van de twintigste eeuw :

1905

De Duitse keizer Willem II bezoekt Tanger en spreekt zich uit tegen een toenemende invloed van de Fransen

1906

Verdrag van Algeciras bepaalt de verdeling van Marokko onder Spanje dat het noorden en het zuiden krijgt en Frankrijk de rest, Marokko wordt vernederd, de sultan dient enkel als decorum. De eerste Marokkaanse crisis is een feit.

1907

Abdelhafid eist de troon op maar er breekt anarchie uit (Fez wordt belegerd)

1908

Er wordt strijd gevoerd door de Riffijnen tegen de Spaanse inmenging in hun gebied, de gewapende strijd is gericht tegen de ontginning van ijzererts-en loodmijnen in de oostelijke Rif (‘De Grondstoffenjagers’ van Raf Custers is een eeuwenoud boek)

1909

De Spanjaarden lijden gevoelige verliezen

1911

Een tweede Marokkaanse crisis breekt uit. In de Agadir-crisis zijn Spanje en Frankrijk de hoofdrolspelers, het verdrag van Fès luidt het Protectoraat van Spanje en Frankrijk in

1912

Mohamed Ameziane sterft in de strijd en de Spanjaarden krijgen de overhand. Een vernedering voor de Alaouitische dynastie, naast Moulay Yusuf wordt een Franse regent aangeduid die de feitelijke macht heeft

1915

‘Ontwaken’ van Abdelkrim die anti-Spaanse artikelen schrijft

1916

Abdelkrim wordt gevangen en weer vrijgelaten

1919

Abdelkrim lanceert een laatste verzoeningspoging

1920

  • Abdelkrim realiseert zich de destabiliserende invloed van de Spanjaarden en de nefaste gevolgen van de invasie van de kapitalistische Europese zakenlui
  • Het verzet tegen de Franse en Spaanse overheerser krijgt vorm
  • Spanjaarden willen niet langer talmen met het veroveren van ‘hun’ gebied en sturen meer troepen en materieel
  • Tétouan, Chefchaouen en Jbala vallen in Spaanse handen

1921

  • Abdelkrim verslaat de Spanjaarden in de Slag bij Anoual
  • Abdelkrim wordt de onbetwiste leider van de Riffijnen in de jihad tegen de Spanjaarden, er volgt een bloedbad bij Mont Araoui
  • Spanjaarden lanceren een tegenoffensief vanuit Melilla

1922

De Spanjaarden boeken weinig vooruitgang, er volgt een staakt-het-vuren. Abdelkrim is bereid te onderhandelen over krijgsgevangenen maar niet over territorium.

Spanje in samenwerking met Duitsland bouwen een fabriek die gifgas produceert met actieve steun van Frankrijk.

1923

Er is een akkoord tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje om van Tanger een neutrale handelszone te maken. Intussen is de ‘Riffijnse Republikeinse Staat’ met Abdelkrim als president een feit.

1924

Abdelkrim voert belangrijke hervormingen door (hij regelt oa. de slavernij, de hasj en de rechtspraak. Hij is nu op het toppunt van zijn macht. Er zijn succesvolle offensieven van Abdelkrim maar ook de eerste mosterdgasbommen worden ingezet door de Spanjaarden. Chefchaouen wordt heroverd door de Riffijnen.

1925

  • Er is een dreiging van hongersnood
  • Poging van Abdelkrim om vrede te sluiten met de Fransen
  • De officiële Franse politiek luidt: geen voet in de Rif zetten …
  • Abdelkrim neemt Raïsuni gevangen die in Al Hoceima sterft
  • Er is een groeiende verbale escalatie tussen de Riffijnen en de Fransen
  • Generaal Lyautey wordt vervangen door Pétain, een grootscheepse aanval in de baai van Al Hoceima wordt voorbereid
  • De Fransen groeperen zich met 160.000, de Spanjaarden met 200.000, daartegenover staan 60 à 80.000 Riffijnen klaar
  • In Spanje staan Africanistas en Abondanistas tegen elkaar maar koning Alfanso XIII verdedigt de harde lijn met enorme aantallen gifgasbommen
  • Franse en Amerikaanse piloten bombarderen het weerloze Chefchaouen, er zijn schattingen dat er 100.000 slachtoffers vallen op een totaal van 600.000 oorspronkelijke bewoners
  • In september vallen de Spanjaarden aan in de baai van El Hoceima, het regime van Abdelkrim kent een laatste stuuiptrekking nadat ook de Fransen vanuit het zuiden aanvallen

In de winter van 1925 en 1926

Abdelkrim beseft dat er geen uitzicht meer is op de overwinning en vraagt om vredesbesprekingen te houden.

1926

  • De Brit Gordon Canning bemiddelt met Abdelkrim maar de gesprekken vallen al vlug stil
  • De Fransen maken hun eisen bekend aan de Riffijnen
  • De conferentie van Oujda verloopt in een vijandige en wantrouwige sfeer en mislukt
  • Er volgen (daardoor) opnieuw Spaanse en Franse aanvallen
  • Op 27 mei geeft Abdelkrim zich over aan de Fransen in Targuist
  • Abdelkrim wordt gedeporteerd naar Réunion bij Madagascar terwijl Riffijnse strijders een laatste mislukt offensief tegen de Spanjaarden voeren onder leiding van Ahmed Jerizou
  • Sultan Moulay Youssef viert met de Fransen op 14 juli op de Champs Elyzées

1928

Het Rode Jaar : staat symbool voor de rode kleur van de velden als gevolg van de gifgasbombardementen. Spanje ‘organiseert’ zijn protectoraat (wegen, woningen, waterleidingen en elektriciteit, treinverbindingen, kazernes en ziekenhuizen …). Waar ze aan verzaken? Aanleggen van een kadaster, oprichten van scholen, werkgelegenheid. Er komt veel arbeidsmigratie oa. naar Algerije op gang. 

1944/1945

Jaren van droogte : de Marokkaanse sultan had verordonneerd dat zoveel mogelijk voedingsmiddelen, olie, meel en zeep naar Frankrijk moest, om de Fransen te helpen tijdens de Tweede Wereldoorlog die toen woedde in Europa. Tienduizenden, misschien zelfs honderdduizenden mensen komen om van de honger. Mohamed Shukri schrijft hierover ‘Hongerjaren. 

Wat te leren: 1. de massale chemische oorlogsvoering van Spanje en Frankrijk met actieve steun van Duitsland is een vuile oorlog die op geen enkele manier in ons collectief historisch geheugen is doorgedrongen. Zeker in dit herdenkingsjaar van de ‘Groote Oorlog’ is dit enigszins shockerend. 2. De sultan heeft altijd duidelijk de kant van kolonisatoren gekozen. Voor de rest zijn er onnoemlijke wreedheden door alle partijen begaan. 3. Abdelkrim heeft een kortstondige politieke triomf gekend maar moest uiteindelijk bezwijken onder de aanhoudende geweldsgolven van de Europese mogendheden. 4. De harde lijn van de Spanjaarden kent enkele vurige pleitbezorgers in de figuren van de Spaanse koning en de Spaanse kerk. 5. It’s the economy , stupid.

Maandag 29 september 2014

Op bezoek bij Wafa en Bob in Belsele. We worden bedolven onder de hapjes. Mara verft zich te pletter met Zaki en Sarah terwijl we het hebben over : de corruptie, de administratieve doolhof, de ziel van Fès, de wirwarstraatjes, de gastvrijheid, le Roi Prédateur … Wafa is afkomstig van Fès en ook zij  kan nog perfect verdwalen in haar stad maar voelt zich altijd ‘compleet gelukkig’ als ze er kan dwalen. Ze raadt ons aan: de hamam,  de leerlooierijen. Bob raadt ons aan: de koffie. We beloven contact te houden.

Vrijdag 2 januari 2015

Een lege dag, wat een geluk. Vol kansen op Kairos zou Joke Hermsen zeggen. We eten het brood van de voorbije dagen en luisteren naar Warda tijdens ons ontbijt waar maar geen einde aan schijnt te komen. Brieven naar de gevangenis schrijven en naar Ward. Zeer boeiende mail van Mohamed Achaibe gekregen als reactie op mijn stukje over de geschiedenis van de Rif :

“Hartelijk dank voor de heldere samenvatting van de geschiedenis van de Rif. Deze verhalen heb ik als kind dikwijls te horen gekregen van mijn opa. Hij heeft namelijk meegevochten met het Riffijns onafhankelijkheidsleger tegen de Spanjaarden, anno 1925. Door de gifgasaanvallen zijn er nu in de Rif procentueel meer kankergevallen dan in de rest van Marokko. Er bestaat een collectief van advocaten die Spanje, Frankrijk en Groot-Brittannië om meer uitleg vraagt over deze gifgasaanvallen.

Zoals je wellicht weet bezet Spanje nog steeds 2 steden op Marokkaans grondgebied, namelijk Ceuta en Mellila. Maar ook een aantal rotsen voor de Marokkaanse kust, o.a. El Penon de Al Hoceima, die voor de kust van Al Hoceima ligt. Weet je trouwens wat Al Hoceima betekent? Lavendel in het Spaans. Er groeit namelijk veel lavendel in de bergen rondom de stad.

Weet je trouwens welk de hoofdstad was van de Rifrepubliek? Ajdir. Ligt tussen Al Hoceima en Imzouren.”

Ik zoek tijd om de komende dagen aan de tijdstabel van de tweede helft van de twintigste eeuwse geschiedenis van Marokko te werken. Polsen bij Mohamed of hij geen sprekers kent die de geschiedenis van de Riffijnen weet te schetsen.

Diezelfde dag nog …

Toch maar even het huis uitvluchten, met permissie van Sofie. Ik sluit me voor twee uur op in Volwassenenwerking Alderande voor koffie en hoofdstuk zes ‘De kolonisatie van de Rif, de onafhankelijkheid en de opstand in de winter van 1958-1959’ in het boek van Sietske de Boer. Werken aan een historisch schema, luisteren naar Abdil Halim, chocoladepudding koelt af.

1947

  • In Marokko is het beter dan in het uitgeputte Spanje dat zijn wonden van de burgeroorlog likt , in Nador is nog honger maar niet meer in Al Hoceima, Tanger en Tetouan (er is handel én smokkel, ook met de Fransen)
  • Marokkaanse nationalisten stellen de vraag aan de Fransen of Abdelkader zijn ballingschap in Zuid-Frankrijk mag doorbrengen à via een list houdt de boot halt in Caïro, de Fransen zijn woest

1948

El-Emir neemt in 1948 de touwtjes in handen van het Comité voor de bevrijding van de Maghreb ; hij wordt het intellectuele brein achter de prille beweging van ‘ongebonden landen’

1950 en later

  • Vooral binnen de Republikeinen wordt het nut en de reden van de Spaanse bezetting steeds meer in vraag gesteld
  • Abdelkarim streeft naar de eenheid van de Maghreb (Tunesië, Algerije en Marokko) , de Riffijnen onderhouden contacten met de Riffijnen in Kabylië (Noord-Algerije)
  • Er is een scherpe controverse tussen de Riffijnen en de Onafhankelijkheidspartij de Istiqlal in Marokko geleid door Allal el-Fassi
  • Voor Abdelkrim benadrukt de Istiqlal teveel hun Marokkaanse identiteit en waren ze te weinig internationaal (Abdelkrim zag de Ripublik vooral én gaandeweg meer als een seculiere staat)

1955/1956

Het Armée de la Libération National voert een gewapende strijd in het Noorden van Marokko (intussen was er een ‘guerre sale’ tussen de Fransen en de Algerijnen)

1956

  • Met de onafhankelijkheid vertrekken de meeste Spanjaarden en Fransen
  • De Koning en de nieuwe regering moeten van een uitgestrekt en etnisch divers land één natie smeden
  • Vooral in het Noorden is er geen goede infrastructuur, weinig opgeleid inheems kader en communicatiemiddelen ontbreken (Spaanse erfenis)
  • De Fransen erkennen de onafhankelijkheid van Marokko omdat ze zich geen tweede bloedige koloniale oorlog kunnen en willen permitteren, de Spanjaarden volgen maar behouden een aantal ‘posten’ (Ceuta, Mellila, Nkour, Bades en de Chafarine-eilanden)
  • De Riffijnen voelen zich minder goed af met de nieuwe machthebbers: de makhzen uit Rabat zijn niet alleen repressief maar bemoeien zich ook actief en intensief met de dagelijkse gang van zaken in de dorpen op het platteland

1958

  • Mohamed V kent een pensioen toe aan Abdelkrim en zijn familie
  • De Riffijnen komen in opstand tegen het nieuwe Marokkaans regime, ze missen een rol voor de Riffijnen in het uitbouwen van het land
  • De Riffijnen vragen om elementaire rechten maar vangen bot in Rabat (zelfbestuur, terugkeer van Abdelkrim …)
  • De regering kiest voor harde confrontatie en er breken opstanden uit
  • Honderden mensen verdwijnen onder leiding van de Istiqlal en koning Mohamed
  • Koning geeft steun aan een tweede politieke partij, de Mouvement Populaire (hij is beducht voor een éénpartijstelsel)
  • Intussen: Riffijnen zijn ontevreden (er zijn geen investeringen in scholen, ziekenhuizen, er worden onbekwame pionnen uit Rabat geplaatst, er is geen goed bestuur, geen landbouwkredieten, nieuwe wegen of stuwdammen blijven uit …) ; de werkloosheid blijft zeer groot (grens met Algerije is gesloten, er is nog weinig tewerkstelling in een militair apparaat …)
  • Op een illegale herbegrafenis van Abbès el-Massa’id (ALN, Fès) zijn 5000 mensen aanwezig , het regime reageert met een brutale provocatie en 20.000 soldaten worden naar de Rif gestuurd
  • De Fransen bieden hulp aan de koning, de meedogenloze Mohamed Oufkir doet zijn duit in het zakje
  • Grootscheepse bombardementen met Franse piloten achter de stuurknuppel
  • Massale en systematische verkrachtingen van vrouwen en dochters door soldaten van het Marokkaans leger
  • Veel arrestanten worden wreed gemarteld
  • Veel mensen ontvluchtten het land
  • De Riffijnen zijn op hun beurt niet bereid tot onderhandelen met de Koning of water in de wijn te doen

1959

Een meedogenloze onderdrukking van de opstand wordt de ‘Tweede Oorlog in de Rif’ genoemd (5000 tot 10.000 doden?)

1960

Mohamed V brengt een bezoek aan Abdelkrim in Caïro, El-Emir buigt niet

1961

Hassan II wordt koning, het Rif wordt doelbewust gemarginaliseerd, de bevolking wordt dom en arm gehouden

 

1963

Abdelkrim overlijdt in Caïro ; er is geen eensgezindheid onder welke voorwaarden zijn gebeente naar Adjir kan terugkeren

 

       

Op zoek naar enkele lijnen in deze opeenvolging van data en gebeurtenissen:

  1. Abdelkrim denkt zeer internationaal in zijn strijd voor de bevrijding van de Rif en de emancipatie van zijn volk
  2. De Istiqlal-partij schaart zich in heel deze episode dicht bij de koning hoewel de koning zich niet comfortabel voelt met slechts één partij in het land
  3. Abdelkrim zal tot aan zijn dood niet buigen voor Rabat en een heerschappij van de makhzen
  4. De Rifstreek blijft op alle vlakken onderontwikkeld en doelbewust gemarginaliseerd , het is interessant om de akkoorden rond arbeidsmigratie tussen de Belgische en de Marokkaanse staat hierin te situeren
  5. In het verlengde van de onafhankelijkheid van Marokko woedt opnieuw een vuile oorlog in de Rifstreek

Zaterdag 3 januari 2015

Dagje Brussel in de gietende regen met de dichtste vrienden. Tentoonstelling Lascaux. Daarna naar de Brabantstraat. Marokkaanse koffie in gekend koffiehuis dichtbij ‘Gare du Nord’. CD’s uit de Rif gekocht in sfeervolle platenzaak. De muziek valt helaas tegen. En in het Egyptisch restaurant werkten eigenlijk alleen maar Marokkanen. Ik pols naar de plekken van herkomst van de obers, platenboeren en verkopers van oranje linzen en anijs in bulk. Oujda zegt Ali, Tanger zegt Mohamed en hij wenst me een goede reis bij het buitengaan, Nador zegt Walid en hij smeert me Milouda van Al Hoceima en Club Rif aan. Met de vrouwen is er af en toe ambras. We maken teveel lawaai, brullen te hard, reageren ongepast. We verbroederden met Gentse strop en kijken elkaar aan het eind van de dag weer vredevol in de ogen.

Zondag 4 januari 2015

Naar Marokko gaan zonder gedegen kennis van islam lijkt me geen goed idee. Ik herlees een stukje uit een eigen tekst ‘Zijn seculiere waarden universeel?’:

Spreekster Nahed Selim bijt de spits af met het schetsen van de Arabische lente en de gevolgen voor vrouwen. Lente had voor haar van meetafaan een te euforische klank, verkiezingen in Tunesië en Egypte zijn voor haar slechts ‘de eerste poort naar de democratie’.  Zoveel tijd na de omwentelingen op het Tahrirplein is ze stellig : de moslimbroeders hebben de revolutie van de jongeren weggekaapt. De oorspronkelijke leuzen op het plein waren sterk a-religieus : brood, waardigheid en sociale rechtvaardigheid. Tegelijk was de zwakte van de liberale krachten de afwezigheid van een politieke ideologie. De situatie vandaag : in het Egyptische parlement zitten er amper acht vrouwen van de 500 parlementsleden, zes koptische christenen , zeventig procent zijn islamisten en salafisten.” . Ik nam deel aan deze studievoormiddag in maart 2012.

Philippe Aloy zei recenter in Eeklo in zijn inleiding op de cursus ‘Van Mezquita tot Alhambra’ hetzelfde met andere woorden: ‘Atheïsme is een concept dat een moslim eenvoudigweg niet kent’. In de cursus lees je het als volgt : ‘Het principe van het absolute één-zijn van God, tawhid, gaat niet alleen over een ondeelbare en alomtegenwoordige God, maar geldt ook het menselijk bestaan waarbij al het menselijk handelen doordrongen moet zijn van het geloof.’ En : ‘Als alles tawhid is, betekent dat ook dat er geen scheiding kan zijn tussen het geloof en de samenleving’.

Gelukkig overhandigde Carine me een jaar geleden een interessante publicatie van Knack Historia (25 oktober 2013) ‘De grote zoektocht naar God’ met interessante wetenschappelijke bijdragen over Joden, Christenen en Moslims. Bij wijze van oefening besluit ik een verklarende woordenlijst aan te leggen die tipjes van de sluiers van de Islamitische boeken, tradities en hun profeten  kan oplichten.

Soenna

traditie

Mohammed

‘geprezen, lofwaardig’

Koran

opzegging

oemma

De gelovige gemeenschap

kalief

Opvolger van de profeet

Hadith

Woorden en daden van de profeet die elke gelovige in zijn leven moet navolgen

shahada

geloofsbelijdenis

madrassa

Koranschool

tarawih

Gebeden van de ramadan

mihrab

Gebedsnis die de richting van Mekka aangeeft

zakat

Aalmoes (één van de vijf zuilen)

medina

Arabisch voor ‘stad’

islam

Onderwerping of overgave aan de  wil van de enige echte God

moslim

Iemand die gehoorzaam is aan God

azan

Oproep tot gebed

fatwa

Juridisch advies dat door een rechtsgeleerde wordt uitgevaardigd

hadj

Bedevaart naar Mekka

hegira

Emigratie in 622 door de profeet naar Medina

imam

‘hij die voorgaat’ tijdens het gebed

khutba

De preek van de imam in de moskee op vrijdag

muezzin

Hij die oproept tot gebed van op de minaret

minaret

Toren waarop wordt opgeroepen tot gebed

moskee

Plaats waar men zich neerbuigt voor God

madhab

Rechtsschool

oelema

Schriftgeleerden die de koran en de hadith bestuderen

rasul

Boodschapper

sharia

‘de te volgen weg’

sunna

‘de manier waarop de profeet sprak en leefde’

Dinsdag 6 januari 2015

Donderwolken boven de reis. Sofie is zwaar ontstemd over de lengte van de trip, de omvang van het project dringt nu door, een blik op het reisschema werd kwaad onthaald. Daarbovenop laat Charlotte van Treinreiswinkel.nl weten dat er geen nachttreinen tijdens de week rijden van Luxemburg naar de grens met Spanje. Schema in de war. Zoeken naar andere oplossingen. Ik stel voor te treinen vanuit Valenciennes waar ik zelf naartoe kan fietsen. Via Ronse.

Wel enkele ferme doorbraken in de zoektocht naar muzikanten. Binnenkort een afspraak met Zohra van de Gentse cultuurtempel de Centrale, de dame van Tanger is gespecialiseerd in Arabische muziek. Zie geweldig uit naar de ontmoeting, op 27 januari sluit ik in de Centrale aan op een literair Marokkaans evenement. En via een oude Hertsbergse Chirovriendin bots ik op Luc Mishalle. Uit zijn mail kan ik meteen afleiden dat hij de ideale kerel is om me op weg te helpen:

“ Hallo Stefaan, Ja, ik ken nogal wat Marokkaanse musici. Zoek je specifiek berbers uit de streek Al Hoceima – Nador? Of vanalles? Kan je iets meer specifiëren ? Een tip: elke woensdagavond organiseren wij gnawa lessen in onze lokalen in Brussel. De lesgevers zijn bij de betere in België. Je bent steeds welkom. Er zijn soms ook repetities dakaa Marakchia met vrouwen. De meesten hier zijn uit de regio Tanger en ook wel wat uit de regio Fes. In Antwerpen is er wel een grote groep uit Nador. Tot ziens, laat maar weten, Luc”.    

Woensdag 7 januari 2015

Verschrikkelijk drama in Parijs.

Donderdag 22 januari 2015

Lange werkdag. Tot mijn eigen verrassing –soms leidt een fiets je naar plaatsen die je niet gepland had- ga ik nog een koffie drinken in het Marokkaans café in de Schoolstraat.

De kroeg zit goed vol. Er wordt wat onwennig naar me gestaard. Tot Ben van de Maanstraat verschijnt. We kennen elkaar maar ook weer niet echt. Hij dringt precies een beetje aan hoe het me is. Ik laat vallen dat ik binnenkort naar zijn moederland ga. Na drie à vier snelle vragen begint hij op zijn mobieltje te zoeken naar het telefoonnummer van zijn broer Ahmed die in Tanger woont. Als je in Tanger bent moet je zeker bij hem langsgaan en een bed op overschot heeft hij ook wel.

Enkele mannen aan een tafeltje verderop vangen iets op van het gesprek. Hoeveel kilometer zijt ge van plan? Ge weet toch dat er overal slechte en goede mensen zijn? En warempel: naast de ‘mannen van het spelletje’ zit er één die van Fès is. Hij noemt nog eens kort de topics op van zijn stad. Ben betaalt mijn koffie.

Ik zou graag iets met mijn reisverhaal doen in dit café. In het volle besef dat ze hier (misschien/wellicht) niet zitten op te wachten. Ben heeft nog nooit gehoord van Tahar Ben Yelloun, deze mannen zijn niet echt lezers. In mijn presentatie rond Marokko wou ik graag werken met de fantastische schrijvers die mijn  pad al kruisten. Maar ik zou het ook zeer simpel kunnen houden: puur beelden tonen, heel droog het reisverhaal laten passeren. Zonder het over de koning, over Abdelkrim, over de kolonisatie te hebben. Dan wordt het geen presentatie maar eerder een babbel, een gemoedelijk treffen waarbij een avonturier uit Lokeren zijn ervaringen komt delen. Dan ben ik gewoon participant tussen de participanten.

Vrijdag 23 januari 2015

Over boeken gesproken. Ben weer in een hevige leesfase belandt. Met het voornemen om vanaf 1 juli voor een half jaar van het net te gaan kan dat alleen maar toenemen.

Ben nog bezig in ‘De President’ van de Nederlander Khalid Boudou. Een aspergesteker wordt per toeval president en heeft aanvankelijk alleen maar goede voornemens. Maar na zijn plotselinge roeping van idealistische, sympathieke president verandert hij al snel in een echte politicus. “Zijn dagen worden bepaald door wantrouwen en angst en uiteindelijk gaat hij ook tot moorden over”, vertelt de achterflap. Boek vol metaforen leest uitstekend.

 Waar ik heel snel door was maar niettemin ook de moeite : ‘Papa, wat is een vreemdeling’, wellicht het dunste boekje van Tahar Ben Yelloun. Het gesprek met zijn dochter is erg raak en goed geschreven. Zoals mijn eigen dochter Mara momenteel alles moet weten over alle Koningen der Belgen en in een werkgroepje rond Leopold II zit (de wreedste der koningen, moesten we haar de afgehakte Congolese handen tonen ?, ja maar met mate denk ik) heeft de dochter van de schrijver een pak vragen over woorden als ‘racisme’, ‘allochtoon’, ‘vreemdeling’. Ze reflecteert over de vriendinnetjes in haar klas en vanuit die micro-samenleving maakt Tahar verbanden naar de grote mensenwereld.

Enkele pareltjes :

Over racisme:

‘Om racisme te bestrijden moet je elkaar uitnodigen? Dat is een goed idee. Elkaar leren kennen, met elkaar praten, lachen; proberen elkaars vreugde maar ook elkaars verdriet te delen, laten zien dat je vaak dezelfde zorgen hebt, dezelfde problemen. Dat zijn dingen waarmee je het racisme kunt tegengaan. Reizen kan ook een goed middel zijn om elkaar beter te leren kennen.’ (p.17)

Over fundamentalisme:

‘Fundamentalisten zijn fanatiekelingen. Een fanatiekeling is iemand die denkt dat hij de waarheid in pacht heeft. Vaak gaan fanatisme en godsdienst samen. Fundamentalisten komen in bijna alle godsdiensten voor. Ze voelen zich door de goddelijke geest gedreven. Ze zijn verblind en hartstochtelijk en willen anderen hun overtuiging opleggen. Ze zijn gevaarlijk omdat ze geen waarde hechten aan het leven van anderen. Ze zijn bereid in naam van hun God te doden of zelf te sterven, vaak worden ze door een leider gemanipuleerd’ (p.30). Hoe actueel kan een stuk tekst zijn?

Over de bescherming van de joden in Marokko tijdens de tweede wereldoorlog:

‘Toen Frankrijk door Duitsland werd bezet, heeft Mohammed V geweigerd de joden uit te leveren aan maarschalk Pétain, die ze opeiste om ze naar de concentratiekampen van de nazi’s te sturen, naar de hel dus. Hij heeft tegen Pétain gezegd: ‘Het zijn mijn onderdanen, het zijn Marokkaanse burgers. Ze zijn hier thuis en ze zijn hier veilig. Het is mijn plicht om ze te beschermen. ‘ (p.43)

Zijn Marokkanen nu racistisch of niet? vraagt zijn dochter op pagina 45 :

‘Er bestaan geen volken die in hun geheel wel of niet racistisch zijn. Marokkanen zijn net als iedereen. Onder hen zijn ook racistische en niet-racistische mensen.’

Zijn kolonialisten racisten?

‘Het zijn racisten en overheersers. Wanneer je door een ander land wordt overheerst, verlies je je vrijheid en je onafhankelijkheid. (…) Als een regering va een land eigenmachtig besluit gebieden in te lijven die haar niet toebehoren en haar regime daar met geweld handhaaft, dan wil dat zeggen dat zij de bewoners van dat gebied minacht, denkt dat hun cultuur niets waard is en dat zij het gebied nodig ‘beschaving’ moet bijbrengen. (p.47)

Zaterdag 24 januari 2015

Veel muziek en nog meer literatuur gepland. Het contact met Zohra van de Centrale opent een nieuwe wereld. Eéntje die ik toch graag voor een groot deel met Sofie wil delen.

Dinsdag eerstkomende is er ‘Vollenbak Marokko’ met als ondertitel ‘Literatuur, muziek en een goed gesprek’. Volgende zaterdag gaan we luisteren naar ‘Les fils d’Afrique’. De muziek evoceert een stuk geschiedenis waar ik niets van afweet:’Ooit werden mensen uit de gebieden ten zuiden van de Sahara in grote getale als slaven verkocht aan de heersende klasse van de Maghreb. Veel van de zwarte slaven groepeerden zich in broederschappen, die sindsdien instaan voor de ganouarituelen (oorspronkelijk een zuiverings-en genezingsritueel), waarbij de toehoorders in trance werden gebracht. ‘

En als we nog aan kaartjes gaan geraken zullen we kort voor het opstappen, inschepen, fietstrappen naar Marokko een concert op 28 maart meepikken waarbij de Brusselse Samia Sabri het repertoire van Oum Kalthoum brengt.

 Dinsdag 27 januari 2015

Migratie en verbeeldingskracht. Drie spraakmakende schrijvers. Een lage inkomprijs. Een gekende lokatie. De promo-machinerie van De Centrale. En toch een ontstellend lage opkomst. Waar is boekenminnend Vlaanderen?

Enkele dagen geleden merkte ik per toeval op dat de auteur die ik eerder toevallig in de bibliotheek plukte (hij zat in de buurt van Ben Yelloun, Bouazza, Benali …) ook in het panel vandaag zat en uit eigen werk zou voorlezen.

Voor mij was Khalid Boudou de ster van de avond. Een frisse presentatie, en vooral ook door de manier waarop hij met de enkele vragen uit een helaas haast lege zaal omging. Aan haast lege zalen zijn ook voordelen verbonden: je slaagt er makkelijk in een praatje te maken met de podiumgasten.

Khalid leest een lang en boeiend fragment uit zijn debuutroman ‘Het schnitzelparadijs’. In een korte eerste vraagstelling somt hij enkele fasen van zijn migratiegeschiedenis op: nostalgisch als eerste fase, daarna ging hij als jonge gast zijn kracht op Nederland richten en negeerde hij Marokko. Nu zijn familie in Marokko uitdunt gaat hij terug  op zoek naar zijn wortels.

Rachida Lamrabet schreef ‘Vrouwland’ maar ook ‘De man die niet begraven wilde worden’ waaruit ze een beklijvend stuk leest. Bij de dood van een jonge man schreeuwt de Marokkaanse familie dat “alleen zondaars worden verrast”. Voor hen staat het als een paal boven water dat de dode in de grond wordt gestopt zoals het hoort. Begraven worden in gewijde grond is een verscheurend thema in het boek.  Rachida gaat terug naar haar vroegste herinneringen over haar thuisland: “Ik dacht dat er geen verbinding mogeljjk was tussen Marokko en België, dat dit eeuwig twee gescheiden werelden moesten zijn en dat we slechts per toeval één keer per jaar van het ene land naar het andere geraakten”.

Fikry el Azzouzi met wortels in Temse schreef recent “Drerrie in de nacht”. Naima die naast me zit verduidelijkt dat ‘drerrie’ staat voor ‘lastige pubers’. Nu Fikry bezig is –het klinkt als een langetermijnproject- zijn eigen familiegeschiedenis te schrijven, wordt hij geconfronteerd met het rauwe en harde leven in de Rif. Zijn slapte. “Ik kan niet zonder luxe”, moet hij vaststellen. Zonder water, zonder elektriciteit, het is ijskoud in de ochtenden in de winter.

Na een muzikaal intermezzo is het groepsgesprek minstens even boeiend als de fragmenten. Ik noteer snel de quotes die me het meest bijblijven:

Rachida : ‘We maken deel uit van deze samenleving, ik schrijf over een realiteit van hier’. Tegelijk verbaast ze  zich over de kramp waarmee sommige ‘allochtone’ auteurs elke zweem van afkomst afzweren. En vooraleer ze vroeger door moet voor de trein naar Antwerpen: ‘Het moet gedaan zijn om te blijven geloven in een soort van wit sprookje, alsof we geen deel maken van de collectieve verhalen die onze samenleving vormen.’    

Fikry : ‘Ik had minder voeling met Streuvels, toch heb ik ook die gelezen. Maar Arabische en joodse schrijvers trokken me meer aan. Soms vragen mensen me wanneer ik nu eens een Vlaams verhaal ga schrijven, terwijl al mijn boeken over hedendaagse Vlaamse situaties gaan. Ik gebruik veel satire in mijn teksten maar voor veel lezers is dat vaak niet duidelijk.’

Khalid : ‘Het Schnitzelparadijs was een veel minder zwaarmoedig boek dan wat Bouazza, Benali en Kader Abdollah op dat moment al op de markt hadden gebracht. Daarom sloeg het ook zo goed aan. Als auteur met Marokkaanse wortels is het belangrijk dat je jezelf heel goed gaat kaderen, voor je het weet ben je een spreekbuis van de Marokkaanse gemeenschap. Ik wilde dingen behandelen als Khalid. Meepraten over de Nederlandse Spoorwegen, over het uit de bocht gaan van Rita Verdonk. ‘

De zaal mag ook vragen stellen. Ik wil weten of ‘De President’ naast de lichte toon ook een duidelijk politieke roman is? Dat is toch hoe ik hem lees. Khalid: ‘Ik verbaas me erover hoe tal van politici alleen maar trachten het volkshart te raken. Dat is bezig sinds Fortuyn maar heeft zich overgezet op alle partijen. Ik herinner me dat op een CDA-congres een beeld werd getoond van een man met tulband op een kameel die Amsterdam binnenreed. Maxime Verhaert waarschuwde in onverdekte termen dat dit Nederland te wachten staat. In mijn roman ‘De President’ draai ik het om. Een illegale aspergesteker wordt president en Zapland staat symbool voor Nederland’.

Een vraag van Naima aan Khalid levert het meest interessante van de avond op voor mij. Over de berberse identiteit: ‘We zijn een gefragmenteerd volk, er is niet zoiets als één warme omhelzing rond het Marokko-zijn zoals de Turken rond de Turkse vlag. Dat heeft voor-en nadelen. Je bent als Marokkaan veel vrijer in je zoektocht naar je identiteit. Eigenaardig genoeg is er onder Marokkanen soms een soort rivaliteit over waar je vandaan komt. Nador of Al Hoceima, er wordt aardig over gebakkeleid. We hebben geen verstikkend collectief gevoel. Marokkaanse jongeren kunnen dus alle kanten op en we mogen daar best dankbaar om zijn. ‘

Khalid is gefascineerd door de harde drugsoorlog die in Amsterdam bezig is. Deze context is veeleer socio-economisch van aard en niet religieus. De afgelopen maanden werden enkele jongeren afgeknald met nota bene Belgische kalasjnikovs. Waarom zijn we zo aan het verharden? Wat is er gaande?

We keuvelen nog wat na. Khalid raadt me aan eens te  googelen op ‘Joop Konijn’ die ook in Noord-Marokko fietste. Een gekke kunstenaar die er zelfs met een zelfgemaakt blikken vliegtuig naartoe vloog. Naima en Khalid blijken van dezelfde stad te zijn. Khalid geeft me een beschrijving van de regio. Het blijft wat onwezenlijk voor me om me van het landschap, de dorpsstructuur, de kleine bijgehuchten een voorstelling te maken.

Ik bedank Zohra voor de fijne avond en Naima voor het gezelschap. (Tussendoor ook nog wat gekeuvel met Annelies Verbeke die ik ooit in de gevangenis programmeerde. Dat ze me tien jaar geleden vertelde dat ze elke week een boek las was iets wat me toen ontzettend fascineerde. De ervaring in de gevangeniskapel is haar sterk bijgebleven).

Zondag 1 februari 2015

Bob geeft een boek.

Druilerige dag, maar warme Marokkaanse sferen. Bob van Natuurpunt stopt me na een gesprek met Harald Welzer ‘Zoeklicht op Marokko’ van Aster Berkhof toe uit … 1954. Ik weet nog niet goed wat ik van dit vergeelde cahier in een ‘Gulden Reeks van het Davidsfonds’ aan moet, maar na lezing van het hoofdstuk over Fès kan ik voorlopig alleen maar gefascineerd vaststellen dat de schrijver me in de ban heeft. Het is dan wel ontegensprekelijk een ‘tijdsdocument’, Marokko moet zelfs nog onafhankelijk worden, het leest als een reis van iemand die zich diep heeft ingegraven in tradities, cultuur, geschiedenis en het alledaagse leven van het platteland, de souks of de medina.

De toon is soms sterk bewonderend, soms irritant of vooringenomen betweterig of ‘paternalistisch’ zoals Bob me waarschuwde. Maar niettemin een goed geschreven pareltje. Wat dacht u van volgende passages ?

Fès is het werkelijke culturele middenpunt van Marokko. Daar leeft de oude Arabische beschaving voort, zoals die eens duizend jaar geleden tot in Europa toe geschitterd heeft en zoals zij nu nog onveranderd voortleeft in dat verrukkelijke middeleeuwse bijennest dat de medina van Fès is” (p.160)

Naar Fès hoeft het leven niet toe te stromen. Fès is het leven, van Fès stroomt het leven uit” (idem)

Medina betekent Arabische stad, maar je kan Fès geen stad noemen. Een stad betekent huizen en straten en te Fès onderscheid je geen huizen en straten. Fès ligt in een prachtig dal en het vult dat dal met een wemelende massa grijze, witte en okerkleurige stof (…) De straatjes zijn zo smal dat je bovenaan vaak slechts een streepje lucht ontwaart, en waar ze breder zijn, liggen ze toegedekt met een rieten vlechtwerk, waardoor de zon sproeiend een regen van lichtvlekjes strooit” (p.165)

“Twee vrienden van Idriss vertellen hoe in deze stad de oude neringen en gilden voortleven zoals in de Middeleeuwen, hoe de ambachtslieden hun werk doen bijna in volle straat, onder het oog van de kopers, hoe zij in corporaties gegroepeerd zijn, elk een ‘amin’ hebben, die de beroepsgeschillen beslecht en bovendien een opperste ‘mohtasseb’, die de kwaliteit van de vervaardigde producten controleert en de prijzen bepaalt. Die ambachten zijn ook per straat of wijk gegroepeerd. Zij vormen elk een eilandje in deze wemelende stad en kennen geen andere concurrentie dan de vaardigheid van hun meesterhand.” (p.166-167)

Met Ward keuvelen in het Grand Café van de Vooruit over zijn gesprek met Paul Verhaeghe die aan een nieuw boek over ‘autoriteit’ schrijft. Een uur later zitten we elk met onze wederhelften, de mijne grieperig, die van Ward springlevend op de eerste rij in de Centrale harirasoep te slurpen. Zohra had me met één mail overtuigd van dit bijzondere concert van de gnanoua. ‘Les fils d’Afrique’ gaan in een muzikale dialoog met de Braziliaanse Umbandareligie. Ooit werden mensen uit de gebieden ten zuiden van de Sahara in grote getale als slaven verkocht aan de heersende klasse van de Maghreb. Veel van die zwarte slaven groepeerden zich in broederschappen, die sindsdien instaan voor de gnanouarituelen (oorspronkelijk een zuiverings-en genezingsritueel), waarbij de toehoorders in trance werden gebracht. Opmerkelijke instrumenten zijn de qaraqeb en de guembri.

Het concert brengt ons inderdaad in een fijne extase. Het is kleurrijk, ritmisch, intussen krijgen we citroen en gezwollen dadels geserveerd. Mijn buurvrouw uit Cassablanca kent deze tradities en geeft ons veel extra duiding: ‘De Afrikaanse slaven waren een soort economische vluchtelingen uit Ghana, vandaar de naam. Hun liederen zijn in het Marokkaans en in Essaouira zijn er in de zomer nog tal van festivals die deze muziek in ere houden en alle mogelijke luister geven. De gnanoua werden in het huishouden of in de landbouw tewerkgesteld, het ging zowel om mannen als vrouwen”.

Vele Wikipedia-pagina’s en youtube-filmpjes de dag nadien bevestigen perfect het verhaal van mijn gesprekspartner. Samen met haar twee vriendinnen op leeftijd gaan ze met de nodige slangachtige handgebaren en ritmisch handengeklap helemaal op in het concert. Omdat we onze trein moeten halen, Sofie nog altijd griep heeft en we wellicht gewoon te nuchter zijn geraken we dan wel niet in trance, maar de culturele programmatie van Zohra is er wel degelijk één om te volgen.

Ook Aster Berkhof weidt een heel hoofdstuk in zijn ‘Zoeklicht op Marokko’ waar een Senegalees dorp overvallen wordt, geplunderd door Arabische slavenjagers:

“ … aan beide kanten van de stroom eindeloos uitgestrekt, de als met gouden zijde bedekte duinen van de Sahara, het lijkt alles sinds duizend jaar op die wijze te bestaan en het is zo rustig, zo vredig, zo zalig-loom dat het ondenkbaar is het langzaam-deinende, prinselijk-luierende leven van deze schone, gezonde natuurkinderen ooit enige wijziging te zien ondergaan. Maar op één van de de gouden heuveltoppen nabij het dorp is een ruiter opgedoken, als uit het niet te voorschijn komend. Hij draagt een wapperende witte mantel , om het hoofd een tulband en voor de mond een fijne, fladderende sluier. Wanneer zijn hand geheven wordt, springen vijftig andere ruiters op de heuvelkam, de stilte wordt als opengereten door een gierend gehuil en in een stofwolk stormt de horde naar het dorp toe. Stuivend rennen de paarden tussen de hutten, onder wilde angstkreten rennen vrouwen heen en weer, de knaapjes worden omgelopen, met zweepslagen weer opgedreven en verzameld in een van de kralen voor het vee. Onder de bomen worstelen de reuzen met de snelle, lenige ruiters, hun kracht evenaart die van een buffel, maar de ruiters flitsen als bliksems om hen heen en de zwepen gieren.” (…)

“… daar staan de mannen reeds, bloedend, als schuwe gekwetste dieren in een rij, aan polsen  en enkels gekluisterd” (p.55)

Dinsdag 3 februari 2015

Verjaardag. Slechts één werkafspraak. Zohra Boucharafat van de Centrale maakt me wegwijs in haar geboortestad Tanger, maar voelt zich net zo goed Gents, Europees, Spaans, Moors. “Gent en Tanger zijn mijn twee thuissteden”, zegt ze aan het begin van onze middagbabbel.

Ze peilt naar mijn appreciatie van het optreden van de gnaoua en de Marokkaans-Belgische-Nederlandse schrijvers-avond.

Tanger is voor haar een natuurlijk overvloeien van El Andalus in Marokko. Een hectische, kosmopolitische, altijd maar uitdeinende stad waarschuwt ze me. Café Hava, een befaamd pannekoekenhuis van de Marokkaanse Nederlander Kandinsky, heel erg trendy plaatsen, ze somt ze op zoals we in Gent de Mokabon, in Lokeren ‘A Piece of Cake’ of in Sint-Niklaas ‘Cremerie Foubert’ zouden aanprijzen. De film ‘Casablanca’ met Humphrey Bogart  is een deel in Tanger opgenomen, de zee is er altijd ontzettend nabij, de sfeer en de blauwe en witte kleurtinten zijn er onlosmakelijk met Spanje verbonden.

Ik heb wat losse vragen in mijn achterhoofd. Over de koning, de economie en de vegetarische keuken. Zestig procent van de Marokkaanse bevolking is onder de twintig jaar. De leeftijdspiramide is totaal omgekeerd dan hier in de Lage Landen. Toch zijn er ook veel economische toekomstmogelijkheden. In de horeca, in de ICT-branche, in de sector van de hernieuwbare energie. Waar het noorden van Marokko (én ook Tanger) onder de vorige koning erg stiefmoederlijk werd behandeld, is er nu een enorme economische ontwikkeling aan de gang onder Hassan II. Van Sietske de Boer en Abdel heb ik geleerd dat niet iedereen daar evenveel beter van wordt. 

Er is allerlei migratie aan de gang. Dat wil zeggen: uit alle mogelijke richtingen. Belgische Marokkanen naar Marokko, Spanjaarden naar Marokko, zwarte Afrikanen uit Mali, Senegal, Mauritanië, Ghana die zich over heel Marokko verspreiden. Als huishoudhulp, of bijvoorbeeld als kleine straathandelaars. Er zijn veel huidtinten in superdivers Marokko. Marokko als migratieland! Bij uitstek iets wat in onze Vlaamse perceptie zeer weinig vertrouwd klinkt.

Zohra maakt boeiende zijsprongen –ze lijkt wel een onuitputtelijke Marokkaanse Encyclopedie- naar het Marokkaanse jodendom (vooral berbers uit het zuiden), dode Marokkaanse soldaten op het kerkhof van Gembloux (WO II), Lucas Catherine, de van nature altijd al aanwezige vegetarische keuken. Kikkererwten, linzen, komijn … het is er altijd geweest en in armere tijden was het de reguliere dagelijkse kost.

 

Als ik peil naar haar lievelingsschrijver moet ze niet lang nadenken: Tahar Ben Yelloun. En over schrijvers gesproken gaat het met Hafid Bouazza helemaal niet zo goed, zijn lijf smekend naar drugs.

We wisselen ook praktische dingen uit: dat één euro met tien dirham overeenkomt en dat ze met Alia uit Kortrijk in contact staat, over haar vrijwilligerswerk bij ‘Via Nakhla’ (Arabisch voor Palmboom), over Tourkia uit Temse.  

Rond de oeroude aanwezigheid van de hamams in Marokko wil ze graag een project opzetten. Het zijn van oudsher belangrijke ontmoetingsplekken. Zohra ziet nog levendig beelden van allerlei kledij en schoonheidsproducten (traditionele en moderne cosmetica) die naar en  uit deze badplaatsen werden gesleept. Jonge meisjes werden er gekeurd, er was tijd voor de laatste nieuwtjes en ook: de roddel kon er in het pikkedonker welig tieren.

De opbouw van de hamam ging van warm naar heet naar zeer heet. En het hout dat voor de badplaats werd gestookt diende ook om het brood te bakken, allemaal verweven en toch strikt gescheiden. Met de komst van douches en privé-badkamers verliezen de hamams aan belang en er dreigt veel cultureel erfgoed verloren te gaan, wat Zohra’s hart doet breken. Op het goede moment, als er zich middelen aandienen wil ze hier graag een project rond opzetten.

“Wie kan hen verbieden naar de hammam te gaan, het publieke bad, waar alle vrouwen komen om zich te wassen? “ (Aster Berkhof, Zoeklicht op Marokko, p.153)

Een bevriende fietser komt erbij zitten. Zohra haalt herinneringen uit haar kindertijd op  aan de drieduizend kilometer verre tocht met haar familie, vader aan het stuur, in een colonne van vijf wagens die elkaar in Spanje kwijtraakten. Die later hergroepeerden. Een eindeloze tocht die heftige gevoelens opriep naarmate ze Almeria naderden.

Als ik terug ben uit Marokko spreken we opnieuw af. Om impressies te delen. Geuren, kleuren, beelden, smaken en geluiden. Maar misschien ook om een samenwerking op te zetten met muzikanten die Zohra kent en die kunnen inschuiven in een culturele happening met jongeren uit Lokeren, vrouwen uit Temse, gedetineerden uit Dendermonde.

Zondag 15 februari 2015

Van pure nieuwsgierigheid naar wikipedia gegaan om iets meer te weten over Aster Berkhof. Zijn levenslijn verklaart inderdaad veel en op www.schrijversgewijs.be valt nog veel meer te rapen dan op de gekende elektronische encyclopedie:

Jaren 50: Aster Berkhof is lange tijd een verwoed reiziger geweest en heeft daar in verschillende boeken verslag van gedaan.

  • Hij houdt van het leven, met het accent op de kleine geneugtes, terwijl hij maar al te goed beseft dat er een einde aan komt en “dat hij terug zal opgenomen worden in chaos van de kosmos”. Door veel te reizen, meent hij, verken je in feite jezelf en schrijven wordt dan een middel om de wereld op een kritische wijze te verduidelijken.
  • Aanvankelijk trok hij door West-Europa om vervolgens in 1952 Noord Afrika en in 1953 Noord-Amerika en Mexico te bezoeken. In 1955 maakt hij een wereldreis van 2 maanden waarin hij probeert in contact te komen met primitieve volkeren.
  • Al die reizen zijn terug te vinden in zijn reportages, verhalen en romans, die zich vaak afspelen in Denemarken, Noorwegen, Zweden, Engeland, Schotland, Spanje, Portugal, Tanger, Marokko, Algerije, Niger, Ivoorkust, Ghana, Dahomey, Nigeria, Kameroen, Gabon, Kongo-Brazzaville, Zuid-Afrika, Tanzania, Kenya, Ethiopië, Griekenland, Syrië, Irak, Pakistan, India, Birma, Thailand, Hong Kong, Japan, Hawai, De Verenigde Staten, Canada, Mexico, Guatemala, Nicaragua of Honduras.”

Berkhof wiens echte naam Lode van den Bergh is moet nu 95 jaar oud zijn en is tot en met een veelschrijver: hij schreef al zo’n 101 romans. Geboren in Rijkevorsel in de Kempen passeerde hij als journalist onder andere De Standaard en verloor zelfs zijn geloof toen hij het existentialisme van Albert Camus leerde kennen. Zijn engagement drukte zich onder andere uit in een boek dat een aanklacht vormde tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika.

Tot slot lees ik enkele mooie regels op de Wiki-pagina waarmee hij zich precies in het spoor van de Poolse Ryszard Kapucynsky nestelt:

In een interview met het dagblad De Morgen van 19 december 2007 verklaarde Aster Berkhof dat zijn oeuvre een product is van zijn drie voornaamste karaktereigenschappen: ongeduld, energie en nieuwsgierigheid". Deze hebben hem aangezet om zo veel mogelijk van de wereld te zien, (…) reisreportages te maken, les te geven, boeken te schrijven en veel te lezen. Hij houdt van het leven, met het accent op de kleine geneugtes, terwijl hij maar al te goed beseft dat er een einde aan komt en "dat hij terug zal opgenomen worden in chaos van de kosmos". Door veel te reizen, meent hij, verken je in feite jezelf en schrijven wordt dan een middel om de wereld op een kritische wijze te verduidelijken.”

Krokusverlof. Leesweekend. Van ‘Zoeklicht op Marokko’ valt veel te zeggen, maar je kan inderdaad niet ontkennen dat de schrijver het avontuur niet opzoekt. Dat hij niet met Mohamed Modaal en Fatima die op godverlaten plekken woont in gesprek gaat.   Zijn ‘Kameeltocht naar de tenten van de Reguibat-nomaden’ is ronduit hilarisch én fascinerend. Als ik nog eens in de Noorderkempen ben wil ik zeker zijn museum eens bezoeken.

Zondag 22 februari 2015

Brief aan de heren van de diplomatie :

“ Geachte,

Op 29/01/2015 was ik in contact met mevrouw Ktami van het Consulaat-Generaal van Hoboken te Antwerpen.

Ze bezorgde me uw coördinaten en raadde me aan u op de hoogte te stellen van een aanstaande fietsreis in het Noorden van Marokko.

Van 4 tot 15 april 2015 zal ik een fietstocht ondernemen in het Noorden van Marokko. Ik arriveer per boot met mijn fiets vanuit Motril in Nador (Ceuta) en fiets in eerste instantie naar Al Hoceima.

Daarna start ik mijn tocht over het Rifgebergte naar Fez en Meknez. Daar zal ik mijn vrouw en twee kinderen ontmoeten. Daarvoor reis ik alleen.

Na Fez zal ik verder alleen reizen richting Tanger. Daar neem ik rond 15 april de boot naar Zuid-Spanje.

Zijn er bepaalde veiligheidsvoorschriften die ik moet respecteren of zaken die ik in acht moet nemen bij deze trip?

Is het nuttig om mijn GSM-nummer bij uw diensten na te laten?

Indien ik op problemen zou stuiten van welke aard dan ook , met welke instantie neem ik dan best contact op?

Veel dank en hoogachtend,

Stefaan Segaert

Donderdag 12 maart 2015

Migratiepijn, het woord duikt voor het eerst in mijn leven op in een overleg met Karima als we zoeken naar een structuur voor een avond met de schrijfster Birsen Taspinar. Birsen is een hele straffe:  psychologe, antropologe, van Turkse origine (haar ouders groeiden op aan de onherbergzame grensstreek van Turkije en Georgië), zangeres en schrijfster van de roman ‘Moeders van de stilte’. In het vragenhalfuurtje vraag ik Birsen in welke mate migratiepijn universeel is voor alle migranten. Maar ze trekt het begrip nog verder open: de term slaat voor haar op het wegvallen van vertrouwde kaders VOOR ONS ALLEMAAL. De straat, de buren, de winkeliers, al het vertrouwde dat verdwijnt. (Is het vormingswerk daar voldoende mee bezig of zich daar voldoende van bewust?)

De vader van Karima arriveert vandaag in Marokko, zijn huis zou zich op de ‘zee-weg’ van Nador naar Al Hoceima bevinden. Ik wil er graag thee drinken, het voelt een beetje absurd aan om een verre buur uit de Maanstraat uiteindelijk op 3000 kilometer beter te willen leren kennen.

De man van Karima heeft geschiedenis en informatica in een lerarenopleiding gestudeerd. In het keuveluurtje na het boeiende relaas van Birsen zegt hij dat ik eigenlijk twintig jaar eerder had moeten afreizen. De streek was toen authentieker, het landschap minder geschonden. De sociaal-economische dynamiek verandert de regio onherroepelijk. Maar wie naar de toeristische ontwikkeling kijkt ziet dat de lokale bevolking daar niet per se veel beter van wordt. Hij voegt er aan toe dat alle berbers die zijn uitgeweken naar Tanger of Fez ‘alsnog’ van Al Hoceima, Temsaman, Imzouren of Nador zijn. Interne migranten dus.

Te plannen: reisschriftje aankopen en bankkaart aanpassen. Intussen: overal en voortdurend Marokko in mijn leven. Wafa waardeert mijn interesse in haar land, ze las geboeid mijn reisverhaal. Diana leent me een voortreffelijke syllabus uit, ‘De islamitische erfenis van al-Andaloes’ van Guy Stevens. In Aalst wordt ik aangetrokken door een spaghettizaak waar enkele schilderijen hangen van medina’s uit Essaouira en Marakech. Het klikt meteen met de restaurantuitbater. We geraken uitgebreid aan de praat terwijl hij me trakteert op muntthee en dadelreep uit Syrië. Op zijn Iphone traceert hij mijn reisroute en toont waar Berkane ligt. Tips: ‘ Als de auto’s toeteren , ga dan van de weg en even in het grint rijden. En als ze je met twee wagens kruisen, doe dat dan zeker’.

We wisselen kaartjes uit, ik moet ervandoor, naar Afghanistan deze keer. Maar het is al uitzien naar vrijdagavond. Voorzitters van Wase moskeebesturen  komen samen in Sint-Niklaas. Een voorrecht om erbij te kunnen zijn en een ideale werkplek om te netwerken rond de trip. Nog twee weken.  

Woensdag 25 maart 2015

Rollercoaster. Briljante lezing van Rik Coolsaet over ‘wereldpolitiek’ in Lokeren. Eye-opener : er zijn meer democratieën en er zijn minder oorlogen dan ooit. Rusland, China, Oekraïne, Israël, Palestina, Syrië, radicalisering, Huntington en Lode Zielens: de professor verveelde geen seconde.

Afstand Paris Nord en Paris Austerlitz uitmeten, traject naar Valenciennes uitstippelen, voorbereiden van een sessie met Marokkaanse gedetineerden in de gevangenis van Gent (gasten die al even weinig Marokkaans zijn als ik Lokeraar ben), nog naar Pieter van vzw Vrede mailen hoe het zit met de mate waarin Marokko zich van wapens bevoorraadt. Voorlicht vastdraaien, ketting smeren, boeken selecteren die meegaan en die thuisblijven.

Gaan mee : Liefde met een lok haar van Mohammed Mrabet, Het Huis van de moskee van Kader Abdolah, De Kracht van het nu van Eckhart Tolle, twee gidsen over Marokko en één over Zuid-Spanje.

Blijven thuis : Oriëntalisme van Edward Said, Le Roi Prédateur van Catherine Graciet en Eric Laurent.

Laatste uitwisseling deze morgen met Abdellatif, voorzitter van de moskee van Wetteren. Het is daar 25 graden zegt hij. Intussen ook 29 november in Temse kunnen prikken voor een namiddag in samenwerking met de vrouwenorganisatie Tourkia.

Nog zeven keer slapen en zaterdag met Sofie naar een optreden van Samia Sabri in de Centrale die Oum Kalthoum zingt.

 

Maandag ook nog een bakker uit Beveren bevragen die de streek goed kent. Bart De Wever heeft het intussen ferm verkorven bij de Marokkaanse berbers. De oproep van bruggen bouwen van Coolsaet heeft de burgemeester van Antwerpen nog op geen enkele manier bereikt. Zondag hard schreeuwen op Hart boven Hard.

 

Donderdag 26 maart 2015

Laatste vijftig pagina’s gelezen van Sietske de Boer over de Imazighen. Ze eindigt met meer actuele thema’s zoals de Berberse identiteit, de drugseconomie, het toerisme. Een opvallende passage : “Nog maar heel weinig toeristen komen naar de kust van de Middellandse zee van Marokko. Sommige oudere inwoners van Al Hoceima herinneren zich nog dat er dertig, veertig jaar geleden wel toeristen kwamen, Europeanen.”

Een mislukte aanslag én staatsgreep op koning Hassan II in 1972 heeft een zware slag toegebracht aan het toerisme. Al Hoceima werd terug een ‘stoffig dorp’ in de woorden van de schrijfster.

Intussen struikelen we in de krant over historische analyses en interessante beschouwingen over de berbers. Na het ontbijt van deze morgen steek ik de bijdragen van Rachida Aziz en Fauzaya Talhaoui in mijn Marokkaanse knipselmap. Mijn reis is nog nooit zo actueel geweest.

Zaterdag 28 maart 2015

Marokko in detail. Een sessie in de Nieuwewandeling.

We zijn hier wel samen om meneer Stefaan te helpen voor zijn reis naar Marokko’. Als de sessie overloopt in gezellig gekeuvel wijst Brahim zijn medekompanen terecht. We zitten met acht in de globe. Op tafel : een kopie van Noord-Marokko, een echte kaart van Marokko, een boek over Marokkaanse kunst. De deelnemers zijn van Tanger, Al Hoceima, Larache en Nador. Eén iemand is van Istanbul. 

Zoals ze vertellen en uitwisselen en mij tips geven blijken ze elke steen in Marokko te weten liggen. Ain Lahsen is een goede eet-en rustplaats nabij Tanger, op donderdag is er vers water in de hamam van Sidi Harazam. In de Brugse Poort kan je in de Bank Serbie geld wisselen en de boot naar Spanje neem je best op de plaats ‘Lmarsa’. Jebala , uitgesproken als <zjibili> is een honingdorp, de officiële taxi’s in Al Hoceima herken je aan hun lichtblauwe kleur en er is een verschil tussen Petit taxi en de gewone ritten buiten de stad. Treinen, taxi’s, fietspech, overnachten, een schorpioenenbeet … alles kan geregeld worden maar ga niet met de eerste de beste in zee drukken ze me op het hart alsof ze hun eigen familie heelhuids willen terugzien.

Het is prettig dat ze me zo sterk briefen rond veiligheid. Er zijn stedelijke apen die afgericht zijn om je beurs te ontvreemden. Er zijn honden maar enkel van de dolle honden die ’s avonds uit hun holen komen moet je bevreesd zijn. Wees op je hoede voor slangen en parkeerwachters zonder hoesje en eet niet alles wat ze je in de dorpen voorschotelen, je Belgische maag is er niet tegen bestand.

Wat zou ik graag als ik straks terug ben mijn ervaringen met hen delen. Het idee groeit om in de Brugse Poort te polsen bij de Vieze Gasten om een muzikale reis te programmeren.

Het is een magische namiddag, daar in die globe. Ga niet met een zwart T-shirt in de Riffijnse bergen fietsen of je smelt terplekke weg en vergeet de grotten van Herakleitos op vijftien kilometer van Tanger niet te bezoeken. Nourdine heeft er spijt van dat ik Larache niet kan combineren maar het zet op geen enkele manier een rem op zijn enthousiaste stortvloed aan tips.

Oum Kalthoum, Abdelkrim el Khatabi … ze kennen hun historische en culturele klassiekers. We ronden af over zuivere en bijna onverteerbare olijfolie, over de lange pijpjes die de oude mannen roken, over het bronwater van Bab Taza in Tetouan en Bab Berid in Chefchaouen.   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 7 maart 2014

We waren deze week zalig aan het genieten in Malmédy, meer bepaald in de vallei van Arimont. Het heerlijke lenteweer, de mooie pittige én platte fietstochten, de babbels over dingen die er toe doen met vrienden die er al dertig jaar toe doen, hebben daar zwaar aan bijgedragen. Maar ook het boek ‘Het volk van Abdelkrim’ van Sietske de Boer heeft me helemaal gegrepen. De ondertitel is een perfecte samenvatting: ‘actualiteit en geschiedenis van de Marokkaanse Rif’. Ik griste het boek bij de afdeling ‘traditionele volken’ mee in de bieb van Lokeren. Doorslag om juist dit boek te kiezen was dat de schrijfster vooral de streek rond Al Hoceima en Nador beschreef, enkele plaatsen die prioritair op mijn tocht door Noord-Marokko in 2015 staan.

Het is me ontzettend opgevallen hoe weinig ik eigenlijk van Marokko weet. Toch leest ‘Het volk van Abdelkrim’ als een uitstekende inleiding om meer te weten op een zeer toegankelijke doch degelijke manier over het Berbervolk in Marokko. De schrijfster verweeft oude en nieuwe geschiedenis met huidige knelpunten waar de Riffijnen (de Berbers noemen zichzelf geen Berbers) in het bijzonder en Marokko in het algemeen voor staan. Het bloedige bewind van Hassan II, de voorzichtige culturele en sociaal-economische herwaardering onder de huidige koning, je wordt als lezer en als leek meegenomen op een fascinerende tocht door een land waarvan je niet wist dat het zo complex was. Vooral de gespannen verhouding met het centrale gezag in Rabat -aangeduid als de makhzen- is een rode draad die voortdurend terugkomt. Er is ook een apart hoofdstuk gewijd aan het kweken van de kif (marihuana) waarbij je de situatie van tienduizenden boeren beter begrijpt.

Met het oog op een babbel met een groep vrouwen uit Marokko woonachtig in Temse nu woensdag kon de timing niet beter zijn.  Binnen de LETS-groep is Marokko in alle geval veel sterker bereisd dan Wit-Rusland, dat was voorspelbaar. Vanaf nu hou ik de kaart die ik van Gert LETSte permanent op rugzak. Het boek van Sietske de Boer belandde vandaag terug in de inleverbus, ik kopieerde het fascinerende studiemateriaal in de Kerkstraat. Als een boek er bovenuit steekt (ver boven het maaiveld) kan ik het vermenigvuldigen niet laten. 

Wat me het meest interesseert is om hier en daar te peilen bij de jonge Changemakers, bij Big Mo bijvoorbeeld, bij de groentenwinkel als ik olijven ga inkopen, bij de bakker in de Molenstraat, bij de collega’s van ODice …. in hoeverre Abdelkrim el-Khattabi voor hen inderdaad de status heeft van ‘Che’ in Cuba. Ik prijs mezelf dat ik niet langer in de monoculturele woestijn van Hertsberge woon.  

Woensdag 19 maart 2014

Reis naar Marokko nog zeer ver weg en toch kwam Marokko de laatste weken ontzettend dichtbij.

Via ‘Yemma’ van Tahar Ben Yelloun bijvoorbeeld. Ik stak een post-it vooraan om intrigerende pagina’s op te lijsten en kopieerde passages over het ritueel van de eerste huwelijksnacht, de liefde voor de ouders, bejaardenhuizen, de ramadan, de schrijver die zelf onder traditioneel vuur ligt met zijn literatuur, over de medina van Fez, de donkere jaren van het thuisland, het Europees karakter van Tanger, de verschillen tussen Zwitserland en Marokko, het bloed van de schapen, Alzheimer, over zijn zieke moeder …

Ook via een babbel met Tourkia bijvoorbeeld. Tourkia is een vrouwenorganisatie uit Temse. Touria en Rkia leiden er de dans. Het zijn moedige en strijdlustige dames met een ontzettend temperament. Het gesprek met Karima (die de dingen nochtans graag gestructureerd houdt) gaat in alle mogelijke richtingen;  de kaart van Marokko zorgt af en toe voor focus. We stippelen routes uit, dan weer een uitweiding over een couscousfeest, de sfeer is erg openhartig.  Strijden voor een plek in de moskee. Overwinningskreet. We hebben toch ook rechten, kloppen ze haast op tafel. De tocht krijgt tussen veel decibels en handgebaren verder vorm. Namen van Belgen waar ze goede relaties mee hebben worden uitgewisseld. Ook schrijvers. Fikri El Azzouzi van Temse. Later zal Karima me ‘De voeten van Abdullah’ van Hafid Bouazza aanprijzen.  We plannen een gesloten activiteit nog voor de zomer van 2015 en een open evenement na de zomer. Bij het afscheid worden foto’s met een tiental kinderen genomen alsof ik straks al vertrek. Tienermeisjes, getrouwde dochters, jongetjes van acht stellen me vertrouwvol allerlei vragen. Ze lijken het spannend te vinden. Hier groeit iets mooi. Ik koersfiets naar Lokeren terug. Denken aan Brel. ‘La vie ne donne pas des cadeaux’, maar bij Vormingplus toch wel vaak.

Ik verkas meteen na ‘Yemma’ op ‘De stem van mijn moeder’ van Abdelkader Benali, een andere moederroman.  Ik waardeer de humor (ze kwam met een mes waarmee je net zo makkelijk sushi als zaadkanalen doorsnijdt- bij zijn sterilisatie door de gyneacologe, nvdr), de uitstapjes over Darwin (Moslims kunnen niet tegen Darwin. Je bent een uitzondering. De afkeer van Darwin onder gelovigen is groot. En gelijk hebben ze. We zijn niet geboren om zoveel realiteit te dragen.)  , de intrigerende passages over een oude telefoon (Het lichtgrijze toestel met de ronde kiesschijf waarmee we tegen torenhoge kosten een minuut of twee naar Marokko belden,is inmiddels weggeborgen in een plastic zak. Hoeveel sentiment is er door dat ding gestroomd, genoeg om een smartlap of dertig mee te voeden.)   

Vrijdag 21 maart 2014

Gisteren naar docu-film ‘Triq Salama- Reis in vrede’ gekeken.  Net zoals in ‘De schreeuw van mijn moeder’ een mengeling van veel tristesse, veel melancholie. De bittere armoede van Marokko in de jaren zestig, de zwartwitte beelden van jonge mannen die door Duitse dokters worden onderzocht en gekeurd in 1964. Mohamed het hoofdpersonage die na de Duitse mijnen in Belgisch Limburg belandt. Hoe alleen kun je zijn op de wereld?

Het daagt me meer en meer dat mensen in Marokko in de jaren zestig echt de armoede zijn ontvlucht. De uitzichtloosheid wordt in ‘Reis in vrede’ schokkend in beeld gebracht. Als kindwees heeft Mohammed  verdomd veel zwarte sneeuw gezien. Als schoenpoetserof lotjesverkoper in eigen land. Kort als mijnwerker, als bouwvakker, werkzaam in een failliete glasfabriek in Europa. Over zijn paar vierkante meter volkstuin aan de spoorwegbedding zegt hij ‘daar kan ik mij concentreren op mijn eigen ziel, op mijn eigen hart’. Maar telkens als hij een trein ziet passeren, zet hem dat aan het denken.

Mijn eigen vader wordt tachtig. Schoffelt en harkt zich ook door het leven. Er zijn verschillen met Mohamed, maar ook veel gelijkenissen.   

Zondag 23 maart 2014

Oude artikels van Rudi Rottier gevonden over de Koranroute uit De Morgen van 2002. Tijdsopnames uit Marokko na de aanslagen van 11/09. Ook artikels van Mieke Vogels en Eddy Boutmans. Agalev-ministers die Marokko bezoeken. Hafid Bouazza’s  “Paravion” in rugzak gestoken.   

Dinsdag 22 april 2014

Pittig bericht van Khalid Mansour uit Vrasene ontvangen over Marokko. Voelt aan als een kijk 2.0, voorbij de facade, de reisbrochures.

“Tijdens het schrijven van dit hoofdstuk bevond ik mij toevallig in Marokko. Om goed te kunnen doorwerken zonderde ik me af op een leuke hotelkamer met zicht op zee: heel mooi allemaal, maar toch had ik tijdens mijn verblijf een wrang gevoel. Ten eerste over het personeel: allemaal beleefd, maar ik voelde een grote afstand. Ze gedroegen zich niet als gelijke, de hiërarchie was duidelijk voelbaar. Onderhuids ook ontevredenheid, me dunkt, al hielden ze wat dat betreft de lippen stijf op elkaar. Ik praatte met diverse mensen. Mo, een Belgisch-Marokkaanse zakenman die voor zijn job regelmatig in Marokko is, vertelde me dat de holding van de koning – u leest het goed! – dit jaar een winst van 6,7 miljard euro had geboekt. Een erg dierbare jeugdvriend van me, Younes, kwam ook op bezoek. Hij is sportleraar, net als zijn echtgenote, zij behoren tot de middenklasse. Hij bouwde enkele jaren geleden een huis in een bepaalde wijk, hij heeft nu veel spijt. Diverse wijken zijn ten prooi aan bendes en drugshandel. Younes heeft 2 zonen, die veel moeite hebben zich in zulke wijk staande te houden. Laatst was zijn zoon het slachtoffer van een aanvaring met een jongere uit de wijk. Die liet een arts tegen betaling een valse verklaring afleggen in verband met vermeende verwondingen en ook de politie verdraaide de feiten, waardoor Younes’ zoon, amper 18, geheel onterecht in de gevangenis terechtkwam. Een drama voor beide ouders, de moeder was ontroostbaar. Younes vertelde me dat Marokko een typische standenmaatschappij is. Uit het gros van de bevolking kunnen enkel superbegaafde jongeren het barslechte onderwijssysteem overleven voor een betere toekomst. De grote hoop normaal begaafde jongeren heeft geen perspectieven, enkel die uit de toplagen krijgen kansen. Dat er in verschillende wijken drugs circuleert is dus geen toeval. Ook de gezondheidszorg voor de gewone bevolking is belabberd, maar als je veel centen hebt krijg je toegang tot hoogstaande geneeskunde. Woningbouw? De koning heeft een winstgevend immobiliën imperium, dat zegt genoeg. Younes: ,,Er is geen overheid, tenminste niet voor de gewone mens. We worden totaal in de steek gelaten.’’ En dit tekent de verhouding tussen mensen, je voelt dit zelfs in het verkeer: iedereen probeert de andere voor te zijn, Mo vergelijkt dit met een krabbenmand waar de ene krab naar boven probeert te kruipen over het lijf van de andere waardoor deze weer naar beneden tuimelt. ‘Homo homini lupus est’: de spreuk is geldig in een land waar de overheid niet voor een minimum aan rechtvaardigheid zorgt. En dit alles vernam ik terwijl ik tegelijk aan het lezen was over moedige verlichtingsdenkers die met hun vurig pleidooi voor gelijkheid, solidariteit en degelijk onderwijs mee aan de wieg stonden van onze huidig democratisch systeem! Marokko daarentegen doet meer aan de Middeleeuwse standenmaatschappij denken: ik zag de koning het vrijdaggebed doen op TV en er is geen vrije meningsuiting.”

Vrijdag 25 april 2014

De Botanique toont vijftig jaar Marokkaanse arbeidsmigratie in een boeiende expositie. Na een bezoek aan de ‘Jardins collectifs de Koekelberg’ en een inspirerend gesprek met Kathleen van de Brusselse Velt-afdeling fiets ik door naar de tentoonstelling ‘Nass Belgica’. De expositie is een mix van kunstwerken, officiële documenten en persoonlijke archieven. Voor beide wereldoorlogen worden Marokkaanse migranten door het Franse leger gerekruteerd. De Marokkaanse aanwezigheid is dus veel ouder dan de arbeidsmigratie van de jaren zestig.

Op het gelijkvloers zijn er zowel sterk indringende als luchtiger kunstwerken zoals ‘Voitures cathédrales’ van Thomas Mailaender. 

Maandag 16 juni 2014

 

Zeer interessante wandeling met team in de Brusselse kanaalzone. Sociaal geograaf Tim Casiers van de KUL vertelt aan de achterkant van het station Brussel-Noord over het verschil in migratie tussen Turken en Marokkanen die in de jaren zestig in de hoofdstad zijn gearriveerd. Als jongeren van de Turkse gemeenschap op straat komen heeft dat sterke linken met het politieke leven in Turkije, het samenleven met de Koerden bijvoorbeeld. Als Marokkanen op straat komen gaat dat veel meer over hun sociaal-economische verzuchtingen hier in onze samenleving. In een bijlage bezorgt Tim me een uitgebreide ‘Demografische studie over de populatie van Marokkaanse herkomst in België’, een eindwerk van Schoonvaere Quentin (juni 2014).   De conclusies op pagina 81 vertellen:

Dinsdag 24 juni 2014

Zondag 22 juni. Mara naar de Chiro, Nathan naar Louis, Sofie op of rond de Mont Ventoux. 25°, klein pikzwart koffietje, Marokkaans notengebak, tijd om benen te strekken en de draad van de trip naar het Rif op te nemen.

Geïntrigeerd door ‘Morisco’s’ van Lucas Catherine een eerste schema gemaakt van hoofdstukken voor de powerpoint.

Inleidend

Oostwaarts?  Over het toeval van BESA en Tourkia

Marokkaanse migratie in de wereld

Marokkaanse migratie in België (nav Nass Belgica)

Marokkaanse migratie in Brussel

Marokkaanse migratie in Lokeren à 10 keer Marokko in Lokeren (moskee, slager, café, viswinkel, bakker, kapper, café Nador, jeugdhuis El Jadid Schoolstraat …) Wat zijn belangrijke plekken voor ons?

Marokkaanse migratie in Temse à 10 keer Marokko in Temse ….

Op tocht !

Op reis (kunstfoto’s Nass Belgica)

Trein,boot , fiets

Aankomst Nador

Aankomst Al Hoceima

Rifgebergte

Fez

Meknez

Tanger

Gibraltar

Granada

Cordoba

Madrid

Naar huis !

Uitlopers 

Bescheiden greep uit ‘Marokkaanse’ Literatuur à fictie en non-fictie

Berbers, Riffijnen, Imazighen … ? een korte geschiedenis

Sfeerbeelden

Munt , koekjes , muziek 

Het daagt me dat ik voldoende tijd moet inbouwen om in Granada en Cordoba meer dan alleen maar een korte stop te houden.

Lucas Catherine schrijft op pagina 102: “In 1085 leefden er meer dan 7 miljoen moslims op het Iberische schiereiland, waarvan er 5,6 miljoen in het huidige Spanje (de rest in het huidige Portugal). Maar naarmate de christelijke vorsten oprukten, werd de bevolking bekeerd tot het christendom.” Even verder, zelfde bladzijde: “De conquista voltrok zich in een gestaag tempo: in 1147 viel Lissabon, in 1235 Cordoba, in 1248 Sevilla, een jaar later Faro. Toen verscheen het edict over de limpieza de sangre, de zuiverheid van het bloed. Van toen af streefden de katholieke vorsten naar één land, één vorst, één godsdienst (…)”.

In het hoofdstuk over The Morisco Experience beschrijft de auteur dat bijna een millennium lang –negenhonderd jaar, van 711 tot 1614- er in christelijk West-Europa een moslimminderheid woonde die zich daar thuisvoelde en er met alle mogelijke middelen wou blijven.

In welke mate is deze geschiedenis gekend en wordt ze onderwezen in de geschiedenisboeken bij middelbare scholieren? Zijn deze inzichten van dien aard dat ze negatieve gevoelens tussen verschillende geloofsgroepen kunnen milderen? Kan de geschiedenis voor nuance zorgen, kan ze polarisatie en vooroordelen tegengaan? Catherine windt er geen doekjes om op pagina 178: “De huidige Europese samenleving zou uit wat met de Morisco’s in Spanje is gebeurd, kunnen leren dat de oude droom van de Spaanse christelijke koningen (één godsdienst, één taal en één cultuur) een waanvoorstelling is die slechts kan leiden tot gruwelijke repressie en tot verstarring en verkramping binnen de lokale islam”. 

De gigantische parallel met de oproep van Avraham Burg in ‘De Holocaust is voorbij’ is opmerkelijk:

“In mijn ontwakende Israël zullen daarom de dagen van de zomervakantie worden gebruikt voor een veel zinvollere reis. In plaats van een enkele reis naar een tijd en een plaats van pijn, vernedering en vernietiging, wil ik een multidimensionale reis naar hoop en vertrouwen voorstellen. Groepen Israëlische scholieren; Joden en Arabieren, zullen Spanje bezoeken. Ze gaan naar Aragon, Castilië en Andalusië. Daar zullen ze vertrouwd raken met het Gouden Tijdperk, toen islam en judaïsme een relatie hadden waar beiden van profiteerden. Ieder van hen zal zien en begrijpen dat er ooit een tijd was waarin er spirituele ervaringen waren voor militaire dienst, zelfmoordaanslagen en terreur. Van Spanje zullen ze naar Duitsland en Oost-Europa reizen, om het Europees-Joodse millennium te bestuderen, waarvan alleen de laatste twaalf  jaar zo verschrikkelijk waren. Ze zullen een bezoek brengen aan Islamitische gemeenschappen in het hart van Europa, waar geprobeerd wordt een nieuwe Europese islam vorm te geven. Vandaar zullen ze terugkeren naar Israël en een rondreis maken langs de conflictueuze geschiedenis van joden en Arabieren. Op het eind zullen ze uit deze historische rondreis hun eigen conclusies trekken. Ik hoop en geloof dat de ondubbelzinnige conclusie van veel van deze kinderen zal zijn dat geweld, racisme en uitroeiing geen alternatief zijn. Uitroeiing is niet constructief en getuigt van gebrek aan verbeeldingskracht en creativiteit. Ze zullen uit zichzelf begrijpen dat alleen culturele samenwerking, waarbij de ander wordt geaccepteerd als gelijke, kan bijdragen aan een optimistische toekomst en een tweede Gouden Tijdperk, ten bate en ter ere van de gehele wereld. Het Israëlische onderwijsstelsel zou voor zijn scholieren en studenten nog een reis moeten organiseren: een verblijf bij de Joodse gemeenschappen in het Westen, en vooral in de VS. Daar kunnen we leren wat het wil zeggen om een leven te leiden dat vrij is van bedreigingen. We kunnen er leren over solidariteit, en hoe men als nationale gemeenschap kan leven zonder vijand van buitenaf, en hoe Joden en de niet-Joodse gemeenschap elkaar kunnen vertrouwen.” (p283) 

Woensdag 25 juni 2014

Kip gekocht met Mara op de Groentemarkt. De jongen die me bedient is van Tanger. Hij vertelt in het Frans over de sardines en de kippenkramen in zijn thuisland. Ik vraag of hij berber of Arabier is. ‘Les berbères sont des barbares’, laat hij vallen. De tweespalt is niet verdwenen blijkbaar. Zijn chef vraagt –goed geheugen blijkbaar- of ik intussen al met de fiets in Marokko ben geweest.

Enkele dagen later bots ik via het uitstekende boek van Sietske de Boer op achtergrond voor deze moeizame relatie: “Al vanaf het begin van de islamitische veroveringen was de harmonie tussen de Imazighen en de Arabieren broos. Zowel Arabieren als Imazighen deden dienst als huurling in de legers van de kalief, maar de Imazighen hadden altijd het gevoel dat de Arabieren een streepje voor hadden bij de –Arabische- kalief (…). De Berbers die zich bekeerd hadden tot de islam, voelden zich als tweederangs onderdanen behandeld en sommige zwakkere Berberstammen werden door de veroveraars in opdracht van de kalief zelfs tot slaven gemaakt. De Arabieren verafschuwden de Imazighen, die ze onbeschaafd vonden, terwijl de Imazighen op hun beurt de Arabieren maar arrogant vonden, ook onbeschaafd en bovendien geldbelust, erop uit zoveel mogelijk belastingen te innen.” (p.48)

Hevig debat met enkele mensen op de mail nav dit stukje.

Maandag 28 juli 2014

Stukjes Marokko in Picardië tegengekomen. Een Ierse zwerver woonde lange tijd in Almeria en nippend van zijn cognacje (ik van mijn petit café op een buitenterrasje) in Wimereux geraken we aan de praat. Over Nador en Al Hoceima, over Cordoba en Sevilla.

De dag ervoor: in het hart van de middeleeuwse ‘Ville fortifiée’ in Boulogne sur Mer zijn twee Islamitische tuinen aangelegd met een miniatuur Alhambra als wand. De geuren en geluiden en de rust zijn essentieel. Het klaterende fonteintje is een metafoor voor een mindful moment. Een koppel zit vredig naast elkaar, zalig te zijn. Wat een levenskunst!

In de schaduw van het Belfort lees ik ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum: “De enige zekerheid hoe je moet leven en wat je moet doen, kan toch alleen maar opstijgen uit die bronnen die daar bij jezelf in de diepte borrelen” (p.72). Er is veel boeddhistisch in haar dagboek terwijl haar joods zijn haar jonge leven dra zal vernietigen: “Beluisteren wat er opstijgt uit jezelf” (p71)

Woensdag 17 september 2014

Twee uur en drie kwartier gebabbeld met Abdel. Meest interessante contact met Marokko tot nu toe. Hij schetst me een compleet nieuw beeld. Al zeer vlug is duidelijk dat hij ‘nee, ook geen beetje moslim’ is (en dat dat voor zijn omgeving vaak ook onbegrijpelijk is).

Vooral zijn analyse als militante ‘berber’ (het woord dat de Grieken aan de niet-Grieken gaven) of ‘Imazighen’ doet me verstommen en beseffen hoe sterk ik aan de oppervlakte van Marokko surfte tot nu toe. We drinken koffie aan de Waalse kaai in Antwerpen, dichtbij zijn huis.

Echte vrije identiteitsontwikkeling is voor Abdel nauwelijks mogelijk door de dominantie van het religieuze in de islam. De verstrengeling tussen Marokko en de immigranten van België, Duitsland, Nederland en zelfs Zweden wordt ondersteund door een enorme machinerie waarbij veel machtstouwtjes in handen zijn van de huidige koning en een apparaat van gezagsgetrouwen. Marokko is voor Abdel dan ook de grootste schijndemocratie ter wereld, er zijn bvb. twee politieke families in het parlement die innig verweven zijn met elkaar.

Abdel legt zijn irritaties breed en open op tafel. Hij ergert zich onder andere aan het feit dat je nauwelijks afstand kunt doen van je Marokkaanse identiteit.

Hij raadt me aan om ‘Le Roi Prédateur’ van twee Franse onderzoeksjournalisten te lezen die de hele koninklijke santeboetiek onverbloemd in kaart brengen. Daarin valt veel te lezen. De koning is de zevende rijkste man ter wereld. 65% van alle economie (variërend van landbouw tot cement tot toerisme) is in handen van Mohamed VI. De koning heeft zich ook voor 49% ingekocht in de AXA-bank en de ex-Franse president Chirac fungeert als de rechterhand van hem. In Marokko zijn er niet minder dan vijf politiesystemen die allemaal sterk in de houdgreep van Mohamed staan. De macht en meteen ook het machtsmisbruik , zelfs van de kleine politieman, gaat veel verder dan een democratie kan verdragen. De kleinste vergrijpen leiden tot disproportioneel geweld en gevangenisstraf. Voor een cartoon van de koning moest de tekenaar drie jaar brommen. Dat negentig procent van de uitgeweken Marokkanen naar Europa Berbers zijn heeft sterk politieke redenen. In de woelige jaren ’50 en ’60 had de koning niets liever dan dat een leger verarmde maar politiek ontvlambare Imazighen zijn heil in het buitenland zocht.

De kontrole van de Marokkaanse staat, ook tot op de dag van vandaag, is totaal. Hannah Arendt, where art thou?

Via moskeeën, via de bedrijfswereld, via pionnen in de bedrijfswereld op de werkvloer, tot en met mannetjes bij de VRT. Totaal. Abdel staaft zijn verhaal met zeer concrete voorbeelden.

Met Bert Anciaux had Abdel vurige discussies over zin en onzin van eigen parallelle circuits voor allochtonen. Jeugdbewegingen, scholen, sportclubs … binnen een eigen zuil, voor Abdel is dit horror en absoluut niet de richting waarin we verder moeten evolueren.

Nog over de koning: veel grond is in zijn handen, onmetelijk veel. Mijn gesprekspartner schildert de man af als een norse leider, die er niet voor terugdeinst zijn ministers een klap op hun kaken te geven bij slecht nieuws.

Ik interpelleer Abdel naar schrijvers van Marokkaanse origine. Hij raadt me om “L’Enfant du sable” van Taleb Ben Younes te lezen, die nadat hij werd uitgespuwd, tegenwoordig weer omarmd wordt in zijn thuisland. In een ouder interview in Mo* van februari 2012 zegt de gerenommeerde schrijver: ‘Egypte heeft een grote traditie in schrijven en uitgeven en blijkbaar telt het land heel wat jonge schrijvers. Ze zijn niet bekend- laat staan vertaald- maar ze zijn goed. De Maghreb daarentegen is een culturele woestijn en de Golfstaten nog veel meer’.  Hafid Bouazza kent Abdel persoonlijk, van hem heeft hij een hoge pet op, zijn talent is onmiskenbaar. Hij schrijft parels in twee maanden.

Ook over de band met Saoudi-Arabië doet mijn gesprekskompaan meer dan één doekje open. Saoudi’s zitten met tonnen geld in Marokko en beheersen bijvoorbeeld de hele prostitutiesector. Veel Belgische zaken dienen dan ook weer als witwassers van drugsgelden.

Naast deze ellende, corruptie, machtsconcentratie,machtsmisbruik, religieuze intolerantie vergeet Abdel niet te melden dat rond Nador ontzettend vriendelijke mensen wonen, dat Marokko een prachtig land is, maar ook dat ik als fietser toch wel wat kwetsbaar kan zijn voor aftroggelarij. Hij raadt me aan contact op te nemen met de Marokkaanse ambassade in Brussel, mijn plannen uiteen te doen, een document te vragen die mijn doorgang langs enkele heikele punten kan bespoedigen. ‘Je kan er zelfs wat pers mee krijgen en het kan voor beide partijen interessante publiciteit opleveren’, voegt Albdel er aan toe.

Over de wetten. Hoe armer de streek, hoe aanweziger de sharia als rechtssysteem. Hoe rijker of welvarender, hoe meer justitie onder de wetten van Napoleon valt.

Ook over de Fransen als kolonisatoren heeft Abdel een opmerkelijke visie: de Fransen zijn gekomen op vraag van de centrale macht om de opstandige berberse burgers onder de knoet te krijgen. Het komt overeen met wat ik lees in ‘Marokko – Landenreeks’ van Wout Lentjens: ‘Toen de sultan tenslotte in 1911 zelf in Fès, de hoofdstad, bedreigd werd door opstandige stammen uit de Bled el-Siba (Rif, het land van de wilde beesten), riep hij de militaire hulp van de Fransen in’ (pagina 13) .

De onwetendheid van veel jongeren rond de geschiedenis van Marokko,het feit dat berbers veel oorspronkelijker waren dan de Arabieren, dat er een sterke joodse aanwezigheid was in Marokko en dat al deze sporen doelbewust zijn uitgegomd verbouwereerd Abdel keer op keer. Het maakt hem ook strijdlustig denk ik. Hij raadt me aan de proef op  de som te nemen en de gasten van El Jadid in Lokeren uit te vragen over het Koningshuis. Van wanneer dateert de eerste Marokkaanse koning? De meeste jongeren hebben geen flauw benul van hun eigen geschiedenis.

Na het wervelend gesprek verlaat ik Abdel met de woorden ‘we houden contact’ en ‘ik zal af en toe een vraag om verduidelijking mailen’. Hij is benieuwd naar mijn indrukken van het boek over de koning en mijn impressies van het land dat ik in april wil in-fietsen.

Intussen in Dendermonde. Ben nog sterk in de ban van het gesprek. Als de religieuze greep via de islam zo groot is moeten we ons niet verbazen dat er ook jongeren in België zich bij IS aansluiten, stelt Abdel.

Binnen zijn familie-of vriendenkring stuit Abdel op veel scepsis als hij de koning alvast bij een aantal mensen wil ont-tronen, hem tot zijn machtswellustige dimensie wil herleiden. Ik vraag me af in hoeverre ik deze analyse met de jongeren van Lokeren kan delen, dit aan hun realiteit kan toevoegen of dit gewoon ter sprake kan brengen. Er zitten er trouwens bij zoals de Nederlandse protestzanger Armand het lyrisch zingt ‘met een akelig heldere kop’. Is Abdel één van die intellectuelen die samenvalt met een groep die ja-knikken associeert met het vervolg van Armand’s nummer : “alleen door hun overtuiging neemt men hen niet op, in een maatschappij van rijtjeslopers en hogeboordenslijmers waar alleen plaats is voor meewaaiers en eigenheimers en strooplikkers”. Abdel blijft in alle geval ‘niet mager van het denken’.     

Een Arabische lente in Marokko is voor Abdel ondenkbaar, daarvoor zijn de touwtjes veel te strak in handen van een veel te omvangrijk maar ingenieus apparaat. Ik moet denken aan het woord dat we in Totnes in Engeland leerden: ‘bouncebackability’, over de veerkracht om vanuit een verloren gewaande positie terug te knokken. Hoe kan een immens land als Marokko evolueren naar een samenleving met meer gelijkheid, meer rechtvaardigheid, minder macht in handen van enkelen en meer machtsdeling? En hoe kunnen we vanuit Vormingplus dit gesprek ondersteunen?

Vrijdag 19 september 2014

‘Weggaan’ van Tahar Ben Jelloun gelezen en ‘Duivelse liefdes’ ligt klaar van dezelfde schrijver. De achterflap spreekt duidelijke taal: ‘Van de dertig boeken die Tahar heeft geschreven is Weggaan ongetwijfeld het radicaalste en het dapperste’. Weggaan gaat dus over illegale migratie, en alle uitbuiting en ellende die daar komt bij kijken. Het gaat over perspectieven zoeken en veel gevaar voor eigen leven trotseren. Weggaan zit vol pakkende passages (de schrijver dwingt je in het vel te kruipen van zijn personages die tussen Spanje, Turkije en Marokko circuleren en doorgaans een zeer triest leven leiden). De schrijver kluisterde me deze week ook aan mijn tuinstoel en treinzetel met rake zinnen die nazinderen.

Over het leven van Kenza op pagina 275: ‘Het leven van Kenza heeft schokken gekend en die hebben herinneringen achtergelaten. Goede en slechte. Ze had geen kracht om ze te sorteren.’

Over de liefde van Kenza op pagina 266: ’Zo had ze zich tevens gerealiseerd dat ze die liefde niet in Marokko zou vinden, niet omdat de Marokkaanse mannen daar niet toe in staat zouden zijn, maar omdat de openbare mening en het dagelijks leven uiteindelijk elke ware liefde om zeep hielpen’.    

Over Siham tenslotte en zijn vastgekleefd zijn aan zijn land op pagina 83: ‘Aan Marokko hecht je je heel sterk, je kunt het onmogelijk helemaal vergeten, je zit er letterlijk aan vastgekleefd als aan een koekenpan, je kunt het niet vergeten. Ik heb aardig wat gereisd in mijn jeugd, want geld was geen probleem, mijn ouders stelden geen vragen, ik ben heel ver weg geweest en overal miste ik Marokko, merkwaardig hé?’

Zaterdag 20 september 2014

Sofie maakt zich zorgen over het prijskaartje van mijn reis naar Marokko.

Vrijdag 3 oktober 2014

Tekst van Abdel weekt veel reacties los. Marokko schrijft zichzelf.

Rachida uit Dendermonde mailt:

“Marokko is voor mij in de eerste plaats mijn vaderland en een land waar ik graag naartoe ga om op bezoek te gaan bij mijn familie. Ik hou mij ver van de Marokkaanse politiek, vooral omdat ik niet het gevoel heb dat deze relevant is in mijn leven. Ik probeer een deel van de geschiedenis te ontwaren door boeken te lezen en vooral dan de Berber geschiedenis, maar ik zou mij nooit engageren om ‘de strijd aan te gaan’. Wat er wordt gezegd over de koning klopt, in die zin dat deze heel wat macht in handen heeft. Dat is algemeen geweten. Hij wordt hierbij ook bijgestaan door heel wat Europese leiders. Marokko is geen democratie. Dat zijn macht reikt tot ver in Europa is dan ook niet zo verwonderlijk, maar het is zeker niet zo dat elke moskee, elke vereniging, banden heeft met het koningshuis. Ik heb het gevoel (het blijft een gevoel) dat de controle in België sterk verminderd is. Ten tijde van Koning Hassan was dit veel meer voelbaar. In Marokko, vooral in de Rif, blijft de controle groot. Er staat niet voor niets aan bijna elke hoek een politiecontrole. Dat Marokkaanse jongeren de geschiedenis van Marokko niet kennen klopt ook. De jongeren die hier geboren zijn, zijn daar ook niet mee bezig. Ze leven vooral in het hier. Ik geloof wel dat de interesse kan worden aangewakkerd, maar het is niet zo dat ze actief op zoek zullen gaan naar hun roots. Dit wordt ons ook niet meegeven. Onze ouders kennen zelf heel weinig van de Marokkaanse geschiedenis en in de moskee leren we vooral Arabisch en soera’s. Dit is anders dan bij onze Turkse medeburgers, waar wel zwaar (door de Turkse overheid) wordt geïnvesteerd in het meegeven van geschiedenis en cultuur”.

Ilias uit Lokeren mailt scherpe passages over zijn moederland :

“ Le Roi prédateur benoemt zeer scherp de Marokkaanse problematiek: schijndemocratie en ongelimiteerde verrijking van een koning die de grootste business man van Marokko is. Laatst was er in Tanger een immobiliënproject, waarvan hij eigenaar is: geen sociale woningen maar luxewoningen die met zoveel mogelijk winst verkocht worden! Hoe verzoen je koningschap met maximale verrijking? Beats me.”

“Toen mijn vader nog in Marokko woonde -tussen 1943 en 1963- was het gebruikelijk dat er overal in de straten luistervinken zaten. De haast panische angst bij de bevolking om over de koning te praten heb ik tijdens mijn jeugd heel dikwijls aan den lijve ondervonden. Geregeld verdwenen mensen zonder boe of ba, deze terreur verlamde en verlamt nog steeds elke weerstand. Volgens wat ik weet, heeft de Marokkaanse apparatski veel geleerd van de Franse inlichtingendiensten tijdens de kolonisatie: hoe houd je een bevolking onder de knoet? “

En dan nog zeer bijzondere waargebeurde verhalen van Alain uit Beveren:

“Toen ikzelf op doortocht was in het Atlas gebergte, dat was in 2004, vanuit Marrakech doorkruisten we de Atlas tot in Fez, maakte ik mooie momenten van gastvrijheid mee, samen met een Belgische vriend Peter. Zo kwamen we op een bepaald moment aan een kleine waterloop, ergens middenin de Hoge Atlas. Opeens klopten twee kleine jongetjes, ik schat 8-9 jaar, op het raam. Of we zin hadden in een glaasje muntthee? Ik keek op mijn horloge: 14u, en wierp op, kijkende naar een klein huisje wat verder bovenop de berg: ,,Ziet jullie mama het zitten om voor ons een lunch te bereiden?'' Ze gingen het effie vragen en kwamen bevestigend terug. Naast het huisje bevonden zich een beminnelijke ezel die graag geaaid werd en enkele tamme geitjes en kippen  (ik heb er prachtige foto's van, bij gelegenheid een aanrader, ik heb een fotoreportage over Marokko die ik destijds met Luc Spiessens vaak heb vertoond tijdens de Marokkaanse stadswandelingen in Antwerpen). Thuis was er nog een jonge zus en een erg lieve mama. Vers geplukte groenten uit de tuin werden in een ovenschotel gedaan en zo in de oven geschoven, samen met wat kip, mmm...heerlijk. Eerst kwamen de jongetjes met een kan warm water en een schotel, zo konden we -bediend als koningen- onze handen wassen. Ik was best ontroerd door deze natuurlijke warmte en gastvrijheid, maar toch ook niet verwonderd, aangezien ik deze heel mijn jeugd tijdens vakanties al ontelbare keren had ervaren (oorspronkelijk wèl met het nodige wantrouwen, 'wat willen die van mij?').  “

Zaterdag 4 oktober 2014

Zeer interessante tekst van Wouter Smets in Oikos 70. ‘Gelukzoekers. 2000 jaar tussen Europa en Marokko.’

Een stukje uit het besluit op pagina 64: “Wie bereid is om twee millenia Marokkaanse geschiedenis met enige aandacht te bestuderen, kan niet anders dan vaststellen dat het land al eeuwenlang een kruispunt is van de Afrikaanse en Arabische culturen met die van Europa. Marokko is al die eeuwen beïnvloed door haar contacten met Europa. Van die eerste contacten onder het Romeinse rijk, tot de huidige stroom van toeristen die met goedkope vliegtuigen het land bezoeken, telkens weer lieten de Europeanen een stukje Europa achter in het land. En ook het omgekeerde geldt. De gastarbeiders die sinds de jaren 60 naar Europa kwamen, waren lang niet de eerste Marokkaanse migranten in Europa. Eeuwen voordien hadden hun voorgangers al een rijke bloeiende beschaving voortgebracht op het Europese vasteland, waarvan het erfgoed behoort tot het meest fundamentele erfgoed van de Europese geschiedenis. Wie dus vandaag terugblikt op 50 jaar migratie blikt slechts terug op een heel beperkt stukje van de rijke interactie tussen Marokko en Europa.”

Wouter is historicus. Hij raadt me aan om ook de tijd te nemen om het nieuwe stuk van de stad Fez te bezoeken: “Fez is een knappe stad, maar wel echt toeristisch. Het nieuwe Fez staat in schitterend contrast met de oude stad, en is volgens mij even Marokkaans als het stuk dat ze zo graag aan de toeristen willen laten zien. Die spanning die in Fez hangt tussen oud en nieuw, traditie en moderniteit, is volgens mij echt typisch voor het huidige Marokko. In Fez vond ik dat het meest zichtbaar en voelbaar”.

Maandag 6 oktober 2014

Hilarisch perscontact tussen Yannick van het Laatste Nieuws en Joachim en Cin die woensdag oa. naar Marokko vertrekken met een tandem … verkleed als piraten. Karima komt even vergaderen. Op de vraag ‘hoe denk je dat de Marokkaanse bevolking zal reageren op twee piraten op een tandem’ moet ze niet lang zoeken naar een antwoord: ‘vergelijkbaar als hier in Lokeren zeker?’. Kwestie van niet tot het oneindige alles te interculturaliseren. Raar is raar. 

Dinsdag 7 oktober 2014

Reisadvies. Veiligheidstips. Niet ’s nachts reizen. Blijf op drukke wegen. Zoek tijdig onderdak. Onderhandel maar laat je niet aftroggelen. Geen fietspaden. Drukke wegen geven ook garantie op onderhouden wegen.

Route van Nador naar Al Hoceima langs de zee, zeker stoppen in Trougout, bijna alle Lokerse Marokkanen zijn daar geboren of hebben daar roots.

Van Al Hoceima de drukkere weg kiezen naar Kassita, eerste stuk zeer steil. Vanaf de S312 is het makkelijker richting Taza. Weg naar Fez mag normaal geen problemen opleveren.

Woensdag 8 oktober 2014

Bespreking rond ‘the big trip’ gepland met jongeren van El Jadid. Nadenken over creatieve sociaal-culturele praktijken. Tournees met rapfragmenten in culturele centra. Foto-reportages, tentoonstellingen, creatief schrijven. Sociaal-culturele innovatie vindt plaats buiten de gesettelde structuren en verbanden leerde Gie van den Eeckhout ons al.  Fotograaf Johan de Vos daagde Vormingplus uit ‘om zo dicht mogelijk bij de verhalen van mensen te blijven’.

Vrijdag 10 oktober 2014

De babbel met enkele jongeren ten huize van Suleyman Harrouch heeft me ontzettend deugd gedaan. Er waren twee Younessen, en ook Ilias. Ook al zijn we relatieve vreemden voor elkaar, er werd meteen honderduit uitgewisseld. De vormingswerker werd gevormd. Over het tekort aan melk, de vegetarische keuken, de niet ongevaarlijke kif-route, koude nachten op het strand en loslopende honden,  over Nador en Fez.

Voor het eerst komen ook spoorlijnen ter sprake waarvan ik niet vermoedde dat ze er waren. Suleyman raadt me aan op Al Hoceima te varen en van daaruit mijn tocht te starten. Intussen drinken we koffie. Er rijpen lichte ideeën, ik trek hen wat mee in de droomkamer van Walt Disney. ‘We kunnen het Cultureel Centrum laten vollopen als we willen’, gooi ik hen voor de voeten. Younes en Suleyman hebben zin om naar de Poolse en Wit-Russische avond te komen. Zoiets kan het creatief nadenken over een eigen project wellicht stimuleren.

Het valt me op hoe ontzettend clever die gasten zijn en hoe ze tegelijk trots, betrokken en relativerend over het land van hun vaders, moeders en grootouders info delen. We raken de politieke thema’s (nog) niet aan, maar dat wil ik op termijn wel doen. Kennen ze het boek ‘Le Roi Prédateur’ ?

Zaterdag 11 oktober 2014

In ‘Duivelse liefdes’ van Tahar Ben Yelloun ontmoet ik in deel drie ‘Verraad en politiek’ een zeer politieke schrijver. Zijn pen is voortdurend in de vitriool van verontwaardiging gedoopt.

Over Razik die uit de gevangenis komt op pagina 239:

Het feit dat hij gevangen was gezet om politieke redenen verleende hem het brevet van onaantastbaarheid. Het syndroom van het slachtoffer dat meent recht te hebben op de status van heilige  komt veel voor in landen waar het verkondigen van je mening tot gevangenisstraf kan leiden. “

Over dokter Malek die door het regime gezocht wordt en op een subtiele manier al zijn patiënten verliest, alleen omdat hij de moed heeft om te praten, pagina 247:

Malek was niet eens verbaasd. Hij zei tegen zichzelf dat alles mogelijk was in een land waar de rechtsstaat niet goed verankerd is, waar corruptie algemeen voorkomt, waar vervalsing mogelijk is, waar rechtvaardige, integere mensen elke moment vervolgd kunnen worden en van hun bezittingen beroofd. Hij dacht weer aan de ‘loden jaren’ en zocht een uitdrukking om het tijdperk waarin hij leefde te omschrijven: ‘Het is een tijd van hout dat van binnenuit vermolmt, wordt corruptie niet zo omschreven in het Arabisch?’

Een meesterlijk visioen, bijna de kracht van de klacht van Emile Zola in het pamflet “ J’accuse”  op pagina 253 :

We wachten nog steeds op de overwinning van recht over onrecht, van deugd over zonde, van eerlijkheid over gesjoemel, van integriteit over corruptie, kortom van goed over kwaad. Dat zou te mooi zijn. Die kijk op de wereld is comfortabel; dan hoeven we de laagheid, het bedrog en de onwaardigheid van mensen niet onder ogen te zien. Maar in deze geschiedenis, die is geïnspireerd op ware, zij het geromantiseerde en getransformeerde gebeurtenissen,is het de  zonde die over de moraal en de waarheid heeft getriomfeerd”.

Suleyman raadt me aan om ‘De Vreemdeling’ van Yelloun te lezen, een boek waarin een volwassene het woord racisme aan een dertienjarig meisje tracht uit te leggen.

Zaterdag 18 oktober 2014

Een buurman van de Beekstraat met zijn zoon Said op Repair Café in Lokeren. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Fez. Diploma had weinig betekenis in België. Komt voor de tweede keer met kapot toestel. We beloven contact met elkaar te houden. Zoon lijkt me een hele verstandige kerel.

Dinsdag 21 oktober 2014

Prettige koffiehoek in Destelbergen. Net daarvoor: Turkse kapper van ‘Es Es’ neemt me onder handen. Hij herkent me van de vorige keer, nochtans minstens een jaar geleden. Van een visueel geheugen gesproken. Ik gaf toen blijkbaar dezelfde ‘richtlijnen’ rond ‘het staartje’: niet afknippen.

‘De volgende keer zal ik je haar knippen’, zegt Leila na de vergadering. In de werkgroep van de Vrijwilligersakademie –we zijn maar met vijf- zijn twee vrouwen met berberse roots actief. ‘Van de Imazighen’, zou Leila steeds weer benadrukken. Aan de hand van een krantenartikel van mijn zoon die naar Marokko fietst, komt er een razend interessant en enthousiast gesprek op gang. Naima en Leila reageren en reflecteren op mijn eerdere schrijfsels en de gesprekken met Said, Alain en Karima. De zus van Naima is actief aan een Franse talenuniversiteit in Parijs, ze is sterk gespecialiseerd in de berberse taal. Stelde al een woordenboek samen van berbers vocabularium en is een grote autoriteit in haar vak. De strijd voor culturele erkenning van de Imazighen is vooral in Nederland bezig, in veel mindere mate in België en in Marokko hoogstens onder de radar. Een congres die Leila in Al Hoceima volgde over belangrijke berberse vrouwen doorheen de geschiedenis was uitsluitend … in het Arabisch.

Dat komt omdat de taal van de Imazighen ontoereikend is voor een academische uiteenzetting. Het berbers is vooral een orale taal, bestaat in de lagere scholen, maar niet in het middelbaar noch aan de universiteiten. Marokko heeft geen enkel belang in een versnippering van talen, het kan haar positie economische en aansluiting bij de (Arabische) wereld alleen maar verzwakken’, stelt Leila.

We praten over de koning, over de ontwikkelingsgraad van Marokko, over de graad van analfabetisatie die ooit tachtig procent bedroeg. Leila en Naima bedelven me onder de educatieve en artistieke tips. Docu die ik moet zien, boeken die ik moet lezen. Ik meen me één uur na het gesprek ‘Drie vrouwen’ te herinneren, en het boek ‘Le Pain Nu’ van Mohammed Choukri.

Voor de arabisering was er een vorm van animisme, een natuurgodsdienst, rituelen en bijgeloof die je in de boeken van Taleb Ben Younes veelvuldig aantreft. Deze is nooit verdwenen . Leila werd als baby met amuletten die het kwade moesten afweren bedekt.

Er is discussie over tot waar het Romeinse rijk heeft bestaan. Volubilis, dat zijn we zeker. En dat Tunesië (Carthago) veel feller beïnvloed was dan Marokko. Op de vraag of er ook Romeinse restanten lager dan Fez liggen moeten we het antwoord schuldig blijven.

Leila en Naima willen me wel eens een weekendje onderdompelen en rondleiden in de Rifstreek. Nu kan Sofie zich echt financiële zorgen beginnen maken.

We spreken af dat ik na mijn terugkeer in april een proefpresentatie van mijn reispowerpoint organiseer. Enkel voor hen tweeën. Als ik hen overleef kan ik de hele wereld aan denk ik bij mezelf.

Woensdag 22 oktober 2014

Nog herinneringen aan babbel van gisteren. Met je lok en je sjaal zul je meteen een sterk vermoeden van hasj-toerist op je nek halen. Kif kif betekent ‘allemaal hetzelfde’ , rkif betekent hasj. In Tanger wordt inderdaad aardig wat verhandeld.

Vrijdag 31 oktober 2014

Als bij toeval belandden Nathan en ik in de bibliotheek van Lokeren, eerst even samen, daarna hij op het eerste en ik op het tweede verdiep. Ik zoek ander werk van Ben Yelloun maar omdat Benali in de buurt staat pak ik ‘Oost = West’ vast. De kroketten in de fietstas zullen niet tijdig in de vriezer thuis geraken. Benali reist door de Arabische wereld en het Westen. Ik zoek naar de stukjes die over Marokko gaan. Het valt me (net als bij Ben Yelloun) op hoe vlijmscherp zijn maatschappij-analyse gaat.

De terugkeer van het Westen in de Arabische wereld sinds twintig jaar is er één in de vorm van neoliberale initiatieven: “Het agressieve bouwkapitalisme dat in het Westen gemeengoed is, heeft ook Mekka en Dubai bereikt. Het einde van de geschiedenis ontdeed de ideologieën van hun gewicht, en de ideologie van het geld kwam als enige houdbare bovendrijven. Op dit moment geloven de Arabische regimes nog even, hoelang het zal duren mag Allah weten, dat agressieve, economische groei de manier is om een voorheen traditionele, conservatieve cultuur een plek te geven in de technologische interneteeuw”. (p. 10) . De bouwwoede rond Nador kan hier wellicht perfect worden toegevoegd.

 

Op dezelfde bladzijde een stukje over Nador waar Benali zijn kindertijd in de zomer doorbracht en die wrang leest: “In Nador (…) heerste een de facto- avondklok. De sfeer was er grimmig. Terug in Nederland vertelden klasgenoten en hun ouders me dat ik in het land van duizend-en-één-nacht was geweest, de plek van de sprookjes, en dat schokte me want het beeld dat ik had, eenmaal uit de warme omhelzing van mijn grootouders, was er één van grijskleuren, onzekerheid en diepe armoede.”

Er is slechts één en dan nog kort hoofdstukje dat explisciet over Benali’s moeders moederland gaat. Hij zoemt in op de dichter Mohammed Khaireddine, een goede vriend blijkbaar van die Mohammed Choukri die ik in het gesprek met Leila en Naima kreeg aangeboden op een literair Marokkaans tafeltje. Khaireddine is een kind van de Sous, schrijft Benali, hij roept in zijn korte en intense romans de streek rond Agadir op, (waar ik niet moet aan denken met de fiets te passeren). Zelf een Berberman schrijft hij bijzondere dingen over de Imazighen en over Khaireddine’s karakter : “De droom van elke aan eer en waarde gehechte Berberman: iemand die zich nergens voor hoeft te schamen, die zich kan laten voorstaan op wie hij is, en die van niemand een gunst hoeft te vragen, die op zichzelf kan staan en tegelijk een hele culturele wereld voedt, die de taak op zich heeft genomen, zonder franje, om de wereld te dienen met zijn poëzie en daar, ondanks alle tegenslagen en negatieve weerberichten, onafgebroken in slaagt”.  

Benali noemt Khaireddine en Choukri ‘trots’ en ‘onverzettelijk’ maar ook ‘de twee monsters van de Marokkaanse literatuur’.

Voorlopig leidt Benali me niet naar de monsters maar naar Edward Said’s meesterwerk ‘Oriëntalisten’ dat op de boekenplank van mijn dochter Anna staat. Voor het vak culturele antropologie moest ze deze moeilijke kluffer lezen in haar middelbaar. Papa kan niet achterblijven. Over dit werk zegt Benali dat het niet past om naar de Arabische lentes te kijken “door een gekleurde, Europese bril, waardoor we alleen zien wat we willen zien en bij voorbaat afkeuren wat we niet willen zien, (…) een visie op de Arabische wereld die op basis van slecht begrepen antropologische ideeën over de Arabische en niet-Arabische volkeren tot de conclusie is gekomen dat die regio niet in staat is tot de progressie die voor andere volkeren wel is weggelegd”. Hij voegt er kritisch aan toe : “Steeds weer wordt dat stokpaardje van stal gehaald om het eigen westerse ingrijpen in de regio te rechtvaardigen en zo het eigenbelang veilig te stellen. Olie is geen mensenrecht. Despoten hebben niet het eeuwige leven.” (p.12)   

Zaterdag 15 november 2014

Zeer interessante tentoonstelling ‘Heilige plaatsen , heilige boeken’ in het MAS in Antwerpen bezocht. Enkele topwerken hangen samen. De Klaagmuur van Marc Chagall, schilder met joodse Wit-Russische wortels en zelfs een Caravagio is naar de koekenstad gehaald. Volgens de site is dat ook alweer vierhonderd jaar geleden. Eigenlijk zouden leerkrachten islam, katholieke godsdienst en jodendom massaal moeten ijveren om met groepen leerlingen van het secundair onderwijs naar deze tentoonstelling te gaan. Al wandelend vallen vooral de vele gelijke bronnen op waaruit de drie godsdiensten van het boek putten. Veel aandacht voor Jeruzalem, maar ook voor Mekka, Rome en evengoed Scherpenheuvel. Hadden geluk met uitstekende gids.

In de winkel rechtover het MAS kan ik niet weerstaan om ‘Marokko. Levend Erfgoed’ aan te schaffen. Wil dit zeker laten inkijken door alle keramisten van LETS Durme. Prachtige en gedetailleerde informatie en beelden van keramiekkunst in Marokko. Apart hoofdstuk gewijd aan ‘Pottenbakkerskunst van plattelandsvrouwen in het Rifgebergte’.

In de inleiding van dit prachtige boek schrijft Halima Ferhat over onze kijk op de geschiedenis van de Berbers (Imazighen) : “Het wordt nog altijd vertroebeld door misleidende veralgemeningen en een gebrek aan historische methode. Er is veel inkt gevloeid over de herkomst van de Berbers: zijn zij autochtonen in de letterlijke zin van dat woord, komen ze uit de bodem en de stenen? Of komen ze uit het oosten? Misschien doet het er niet zoveel toe, maar men heeft er wel de gekste dingen over verteld. De kroniekschrijvers waren al verbaasd over het grote aantal Imazighen. Deze bevolkingsgroepen vormen slechts zelden homogene stammen en wonen verspreid over een gebied dat zich uitstrekt tot in Egypte. Ze hebben van meet af aan overal allochtone elementen opgenomen, wat de Maghreb uiteindelijk alleen maar verrijkt heeft. “

Bij het Colofon lees ik dat Chris De Lauwer, oa. gespecialiseerd in Jaïnisme bij de educatie en publiekswerking betrokken is.   

Op pagina 21 een bijzondere foto van Joodse begraafplaats te Fès. Hier werden in het begin van de negentiende eeuw de overblijfselen van de oudste joodse families uit Fès bijgezet; sommige graven zijn tot vierhonderd jaar oud.

Het is nu al zonneklaar dat onze luttele tijd in Fès te kort zal zijn.

Dinsdag 25 november 2014

Lange fietsrit naar Eeklo, maar de moeite waard. Vandaag cursusdag één van de drie over de cultuur van het Moorse Spanje in de Middeleeuwen. De reeks ‘Van Mezquita tot het Alhambra’ wordt verzorgd door Philippe Aloy. Na een carrière als bedrijfsleider studeerde hij islamitische kunst aan de School of Oriental and African Studies in London en begeleidde hij reizen naar Andalusië.

Een koran gaat rond. Een moeilijk boek, zegt Philippe. Weinig toegankelijk maar erg poëtisch. Hij legt het schisma uit tussen soennieten en sjiieten en schematiseert helder de belangrijke fasen na de profeet.

632-661

Vier kaliefen zijn de eerste opvolgers van Mohammed

662-750

Dynastie der Omajaden treedt aan, de 150 leden worden gruwelijk vermoord door de Abbassieden, enkel Abd al-Rahman overleeft de slachting en sticht een succesvolle dynastie tot 1031

750-1250

Abassieden aan de macht die de macht overnemen in Damascus en de hoofdstad verleggen naar Bagdad

Het publiek luistert gebiologeerd. Ik ben de jongste deelnemer en maak aantekeningen in de dunne maar overzichtelijke cursus.

Wellicht voor discussie vatbaar legt de lesgever uit dat veel van de huidige frustratie in de Arabische wereld te herleiden is tot :

  • Het gevoel dat men geen aansluiting vindt bij de economische welvaart in de rest van de wereld (men heeft de industriële revolutie gemist)
  • Het recente kolonialisme heeft diepe sporen nagelaten
  • De Arabische wereld leefde lange tijd heel erg gesloten, er werd in het dorp geleefd en een beweging als de Renaissance ging aan hen voorbij (de eerste drukpers in Turkije stond draaide pas in 1738, bij ons reeds in de zestiende eeuw).

De lesgever durft klare taal spreken. Er zijn 1,6 miljard moslims op de wereld. Daarvan is 4% fundamentalist maar bepaald via de media wel heel sterk onze beeldvorming. 96% zijn gewone gelovigen.

Ik spits extra mijn oren bij het laatste hoofdstuk dat Philippe Aloy aansnijdt: is het samenleven tussen de verschillende religieuze en etnische groepen gespreid over achthonderd jaar van vreedzaam samenleven afgewisseld met opstand, burgeroorlog en vervolging een succes te noemen?

Het antwoord onderaan het hoofdstuk is even genuanceerd als de geschiedenis complex is : ‘De convivencia heeft gezorgd voor een leefbare vorm van samenleven, zelfs al was ze gebaseerd op juridische en sociale ongelijkheid en achterstelling tussen bevolkingsgroepen. De geschiedenis toont aan dat ze haar beperkingen heeft, dat er zich tijden van vrede afwisselen met tijden van pogroms vervolging, geweld en burgeroorlog.’ (p.16 in de cursus).

Morgen 52 deelnemers voor avond over Wit-Rusland en Oost-Polen, een absoluut verbazingwekkend aantal. De schrijver Vasili Grossman brengt me met zijn meesterlijke “Alles stroomt” en “Leven en lot” moeiteloos in die post-Stalin-communistische sferen. 

Woensdag 26 november 2014

Heb een vraag aan Suleyman, Karima, Naima, Leila en Alain te stellen, maar ook aan Mohamed Achaibe : op welke dag varen de boten in april vanuit Almeria of Malaga naar Nador?

Vrijdag 28 november 2014

Ik zit deze week in mijn eigen “Rollercoaster van de diversiteit” en net daarom doet het lege huis zonder bewoners met enkel Tracy Chapman zo weldadig aan. (Her en der liggen postages, infokranten, oude magazines die ik uit elkaar sloop of waar ik na enkele laatste blikken definitief afscheid van neem. In het boeddhisme is het opruimen een zeer belangrijke bezigheid, het helpt om terug naar het centrum te komen)

Woensdagavond 62 aanwezigen in de oude parochiezaal gevuld met mensen uit zeer verschillende windstreken. Ingoesjetië, Marokko, Wit-Rusland, Polen, ook Belgen. Een jonge kerel van Congolese origine die Jake uit Ierland heeft geronseld doet de bar. Het grootste compliment over de bonte avond met beelden, gezangen en kwis, literatuur en getuigenissen over mensenrechten in de laatste dictatuur van Europa komt misschien wel van Panter (zijn bijnaam is makkelijker te onthouden) en Younes. Twee gasten uit het beroepsonderwijs. Dat we hen twee uur en een half hebben kunnen boeien met verhalen uit een deel van de wereld die toch ontzettend anders en onbekend is, voelt aan als een kleine educatieve overwinning.

Donderdagavond in Wetteren 83 aanwezigen in zaal de Poort. Een dialoogavond rond het thema ‘Feesten bij de boeren’. Getuigenissen van  katholieken, orthodoxen en moslims worden afgewisseld met koormuziek van het Sint-Martinuskoor uit Massemen, het reciteren van Islamteksten door Younes, de orthodoxen brengen een tiental hymnes. Jonge moslims komen net uit de moskee, in het avondgebed is vandaag Hassan voorgegaan. Ze stellen gretig vragen aan zowel vader Dominique als scheutist Wim. Ik pols bij enkele Armeniërs tijdens het hete munttheeslurpen hoe ze de avond hebben ervaren. Met bijzonder veel partners zijn we er in geslaagd in Wetteren een breed  draagvlak uit te bouwen voor dit soort dialoogavonden. Net omdat er nog zoveel stereotypen en onzin over elkaars ‘groep’ bestaat blijven deze avonden ontzettend de moeite waard. Het katholieke deel van de ‘cursisten’ bevraagt Younes over de maandkalender, over het effect van Mekka, over het offerfeest.  Ik voel diepe dankbaarheid een kleine schakel te mogen zijn van deze warme werkgroep.  

Zaterdagnamiddag zal het weer van jetje zijn. De vrouwen van de Albanese gewesten hebben grotendeels het heft in handen van hun culturele kennismakingsnamiddag naar aanleiding van 102 jaar Albanese onafhankelijkheid. Den Hof in Sint-Niklaas zal wellicht opnieuw tot de nok gevuld zijn. Poëzie, dans, aardrijkskunde, over Kosovo … het wordt één grote wervelstorm, onstuimig gedrapeerd in rood en zwart.

Maar dit reisverhaal ging toch over Marokko?

Gisteren. Voortreffelijke studiedag van CEMIS in Antwerpen over vijftig jaar Marokkaanse migratie: “Een terugblik, stand van zaken en onderzoeksagenda voor de toekomst”.

Onderzoekster Christiane Timmerman van CEMIS jongleert met facts and figures. And numbers. Geteld op personen met vreemde nationaliteit  zijn de Marokkanen met 276.587 en gaan daarmee de Italianen, Fransen, Turken en Nederlanders vooraf. De inleidster zoemt in op exogene redenen en individuele factoren waarom mensen hun thuisland verlaten. Vakkundig onderscheidt ze de verschillende migratiefasen van de Marokkanen in België. Van de Belgische wervingspolitiek vanaf 1956 over de kettingmigratie van 1964 tot 1974 tot de ‘bloei van de kettingmigratie’ die tot 1989 duurt. De opgang van extreem rechts, Paula D’Hondt, de uitbouw van een geprofessionaliseerde integratiesector … het is niet echt nieuw maar wel helder op een rijtje gezet. En zeker nuttig als ik zelf mijn powerpoint over Marokko ontwikkel in 2015. De huidige fase noemt Christiane de ‘late kettingmigratie’, ze wordt gekenmerkt door :

  • Huwelijksmigratie als dominante vorm
  • Toename van illegale migratie, onder andere via het statuut van studenten
  • Een sterke toename van een groep bejaarde Marokkanen
  • Een diversiteit in de Marokkaanse populatie, zowel sociaal-economisch, ideologisch als religieus.

De aantrekkingskracht of de aantrekkelijkheid van Europa voor mensen uit Marokko lijkt momenteel af te nemen. Hoogopgeleiden willen eerder naar Canada of de Verenigde Staten en kandidaat-migranten in het land van herkomst worden ontraden door zij die hier al zijn om te migreren. De economische crisis, het racisme en de discriminatie maar ook eigenbelang (huisvesten en zorgen voor overkomers wordt vaak door de gemeenschap zelf opgevangen) spelen mee.

Als we deze fase die van de ‘selectieve volgmigrant’ kunnen noemen is de toekomst dan die van ‘stagnatie en afname’, vraagt de onderzoekster zich afrondend af. De Vlaamse regering krijgt van Christiane nog een veeg uit de pan omdat ze niet langer in allerlei goedlopende samenwerkingen tussen verschillende universiteiten rond migratie wil investeren.  Als één van de macrolevel- of exogene factoren om de stagnatie van Marokkanen in België in de toekomst te voorspellen wordt geduid op de relatieve democratisering in Marokko. Ik vermoed dat enkele van mijn vorige confraters het daar eerder weinig mee eens zullen zijn.

De volgende presentaties gaan meer in de diepte en hebben minder het helikopterview. Er zijn boeiende bijdragen. Drie om precies te zijn.

  1. Bert Broeckaert schetst onderzoek over de manier waarop Marokkaanse moslims in België omgaan met sterven en dood
  2. Ik ben meest gebiologeerd door Philip Hermans van de KUL. Hij schetst een beeld van de Marokkaanse volksgeneeskunde en stelt zich de vraag naar de relevantie voor de Belgische situatie.
  3. Tenslotte focust onderzoekster Emilien Dupont van UGent op tijds-en contextuele trends in partnermigratie in de Marokkaanse gemeenschap.

Het is lastig samenvatten. Temeer omdat de bundels zelf al sterk gesynthetiseerd zijn. Uit de korte teksten die ik dubbel meegris (ik voorzie een pakketje voor Karima die ik hier ongetwijfeld mee zal verblijden, zeker nu ze sinds gisteren met autopech kampt) graag enkele passages die meteen een fluo jasje krijgen.

Bert Broeckaert : “De relatie met God blijft ook in momenten van lijden en dood van cruciaal belang. Uit een eigen analyse (uit onderzoek van Stef van den Branden) van de belangrijkste hadieth-collecties blijkt dat ziekte en genezing worden toegeschreven aan Allah. Bij ondraaglijk lijden is zelfdoding absoluut geen optie; geduld is hier de centrale deugd die de gelovige dan ook uitzicht geeft op het paradijs. Ten gevolge van wereldwijde migratie is er nu een nieuwe situatie ontstaan, waarbij grote groepen moslims hun leven hebben uitgebouwd in een niet-islamitisch gebied. De hieraan gekoppelde globalisatie en de steeds belangrijker rol van het internet leidt tot een geglobaliseerde islam, tot een virtuele oemma waar elke moslim deel van uitmaakt. Tekenend hierbij is dat lokale tradities uit het gezichtsveld verdwijnen en in een poging om een antwoord te formuleren op de ethische vragen van moslims vandaag vaak onmiddellijk naar Koran en hadieth wordt gegrepen (en dit dus zonder de vermiddeling van lokale geleerden, tradities en scholen).

   Philip Hermans: “Er staat in Marokko een heel leger traditionele genezers voor de mensen klaar. Hun praktijken kunnen begrepen worden vanuit twee verschillende opvattingen over de oorzaak van ziekte die in alle culturen blijken voor te komen. Ziekten worden volgens een naturalistische  of een personalistische etiologie verklaard. Dat gebeurt in termen van (vermeende) observeerbare oorzaak-en gevolg-relaties. Zo zijn er in de Marokkaanse volksgeneeskunde nog duidelijke sporen van de Grieks/Arabische  humorale theorie te vinden. Die zegt dat ziekte het gevolg is van een gestoord evenwicht tussen de lichaamsvochten. Aangepaste voeding, medicijnen en maatregelen kunnen dat evenwicht herstellen. Bij een personalistische etiologie gaat men ervan uit dat ziekte rechtstreeks wordt veroorzaakt door een andere persoon die bewust schade wil berokkenen. De ziekte wordt dus gezien als het slachtoffer van die persoon. Niet zozeer mensen maar vooral andere wezens zijn de boosdoeners. In Marokko zijn djinns, een soort geesten, in deze context de belangrijkste ziekteverwekkers. Dit moet geplaatst worden in de traditionele Marokkaanse leefwereld waarbij het dagelijks leven doordrongen wordt van bovennatuurlijke fenomenen die beleefd worden en betekenis krijgen vanuit een volkse Islam.”  (in de rest van zijn bijdrage behandelt de professor-psycholoog de djinns, de magie, het boze oog, de genezers als de fqih en de heiligen, religieuze broederschappen, waarzeggers en waarzegsters en kruidenverkopers).  Ik wil Philip nog vragen hoe makkelijk je als buitenstaander toegang krijgt om deze ‘magische gezondheidszorg’ in zijn werk te zien. Als buitenstaander met een fiets in april in de Rifstreek, in de dorpen en in de stad? Het zal via mail moeten.

Wat het onderzoek van Emilien Dupont (e.a.) betreft werden een aantal hypothesen rond partnermigratie op 24.389 eerste partnerkeuzes van Marokkaanse migranten getest. Op elk blad van de tekst staat in grote letters DRAFT waardoor ik meteen ‘jump into conclusions’: “Partnermigratie neemt af doorheen de jaren en over geboortecohorten heen. Ook al heeft de tussengeneratie een verhoogde kans op partnermigratie, toch opteert de tweede generatie meer voor een lokale partner. Structurele condities op gemeenteniveau werken in op de kansen om een lokale potentiële partner te vinden. Een lage diversiteitsgraad in etnische compositie en een onevenwicht in het aandeel Marokkaanse vrouwen op mannen dragen bij tot partnermigratie (…) Reeds voor 2011 is er een dalende trend merkbaar in de partnermigratie bij Marokkaanse migranten.”

Ik ontfutsel tijdens de middagpauze met fantastische broodjes nog het emailadres van Mohammed Chakkar. Wetteren wacht …

Woensdag 3 december 2014

Ik ben maar een amateur’, zegt Philippe Aloy. We praten nog even na in Eeklo. De tweede sessie van drie over de cultuur van het Moorse Spanje is net achter de rug. Het siert de man dat hij zich zo bescheiden opstelt. Voor mij verheft hij zich in één klap van uitstekende lesgever meteen tot mooie mens.

Als ik moet kiezen tussen Cordoba en Granada? Hoe compact is Cordoba? , vraag ik de spreker. ‘Ga je ernaartoe misschien?’, vraagt hij me terug. Ik doe kort mijn plannen uiteen, de man kijkt met grote belangstellende ogen en moedigt me aan. Dat veel jongeren met een Marokkaanse achtergrond hun eigen geschiedenis niet kennen, daarover zijn we het eens. En dat het opzetten van een educatief traject dus zinvol is. Philippe moedigt me aan om inderdaad ‘het rijke culturele erfgoed van Fez en Marakech en de rijke Moorse beschaving’ een plek te geven in de hoofden en harten van jonge moslims in Vlaanderen. Te beginnen met het Waasland.

Islamitische kunst staat centraal in deze bijeenkomst. Vanaf de komst van de profeet ontstaat er een eigen ‘vormentaal’. Omdat er in het Arabische rijk goede handelslijnen waren, dus ook een vlotte uitwisseling van mensen en ideeën, ontstaat er een proces van adapteren, adopteren en innoveren. In de cursusmap lees je het als volgt: ‘Dat verklaart waarom de Islam niet vernietigt’. Net zoals de islam zich religieus als een godsdienst ziet die verderbouwt om het jodendom en christendom respecteren architecten, kunstenaars en ambachtslui de cultuur die ze aantreffen.

Gelardeerd met schitterende dia’s illustreert Philippe de bijzondere architectuur van de Mezquita van Cordoba, de extreem verfijnde krullen en bogen en staartjes in de Arabische kalligrafie, ivoorsnijwerk en ceramiek. Textiel, juwelen, hout en metaal, de les is duidelijk te kort om overal gedetailleerd op in te gaan. Maar de lesgever laat wel een onvergelijkelijke indruk na met het tonen van de details op de pyxes, fijn bewerkte cylindrische dozen uit de tiende eeuw of te focussen op de mooie zijden creaties –lampas- bedoeld om in de huizen van de rijken en machtigen een illusie te creëren van het paradijs op aarde.

Op de flipover tekent Philippe de ontwikkeling van enkele moskeeën. Punten zijn palmbomen, later de bekende zuilen. Hij toont waar de privé-woningen van de profeet waren gelegen, waar het gebedsdeel zich bevindt en hoe en door wie de uitbreidingen plaatsvonden. We maken uitstappen naar de Medinat al-Zahra, de bekende paleisstad vlakbij Cordoba en Bab al-Mardum . Deze kleine privémoskee telt slechts acht maal acht vierkante meter en is vandaag de ingang van de christelijke kerk San Cristo de la Luz. Naast Cordoba trekken we ook naar Saragossa (jammer dat Jimmy Frey indertijd in zijn tekst geen ruimte liet voor de schoonheid van de Aljaferia) en Sevilla voor de Torre del Oro.

Mijn zoon nadert intussen Marokko. Hij is extreem karig met nieuws, het voelt regelmatig ongemakkelijk aan. Sofie en ik trokken gisteren naar Mechelen om hem op groot doek te zien figureren in de bijzondere film ‘Violet’.

Treinreiswinkel.nl heeft me intussen ook een reisroute gemaild, ze raden aan om via Luxemburg te reizen. Maar fietsreservaties in Spanje kunnen ze niet regelen. En zo blijft de hele onderneming een spannende constructie en zal er zeker het nodige leergeld moeten betaald worden.

Bob van Natuurpunt speelt me nog een artikel uit de Wereld Morgen door over een conferentie rond mensenrechten die in Marakech gepland staat, zeer tot ongenoegen van nogal wat organisaties die ijveren voor diezelfde mensenrechten in Marokko.

Deze nacht gedroomd dat ik mijn boot in Motril mis en een week moet wachten op de volgende. Mijn dochter Anna is er heilig van overtuigd dat je echter in je dromen kunt ingrijpen, maar die sleutel heb ik nog niet te pakken.

Zaterdag 6 december 2014

Kleine brokjes Marokko.

Murat, oude voetbalvriend van Joachim herkent me in het zwembad. ‘Ben jij niet de papa van Joachim?’ Hij zet grote ogen op als ik hem vertel dat zijn vroegere laatste man met de tandem Marokko al kan zien liggen (bij benadering, de laatste berichten signaleren hem ter hoogte van Sevilla). Als ik mijn eigen trip kort toelicht glinsteren zijn ogen. ‘Nador? Al Hoceima? Temsaman? Maar door komen wij vandaan!’              Murat was een uitstekende mid-mid, heroïsche jaren met de Congolese trainer Serge. Gedeeld verleden maar misschien kan Marokko ons drieën in de toekomst weer verenigen?

Dagje Gent met de dichtste vrienden. Twee CD’s van Oum Kalsoum gevonden. Omdat Abdelkader Benali zo’n “epische” stukjes proza over deze koningin van de Arabische klassieke muziek schrijft blijven enkele passages doorknetteren. Deze bijvoorbeeld:

In de prilste herinneringen van de schrijver blijkt hij (nog) een zeer koele fan te zijn :

Gedurende de zomers die we in Marokko doorbrachten in het lemen huis van mijn grootouders, stond de radio die mijn vader uit Nederland had meegenomen vroeg of laat op een lied van Oum Kalsoum. Je wist dat zij het was omdat een zware, wat mannelijke stem een lied zong waar geen einde leek aan te komen. Mijn vader luisterde op het binnenerf, terwijl ik nog sliep. Plotseling hoorde ik haar stem opklinken en moest ik wel opstaan. Buiten in de ochtendzon zag ik mijn vader op zijn matje in zijn wijde djellaba liggen. Hij ontspande bij haar. Ik vond het verschrikkelijk, dat getingeltangel van de kanun, het tokkelinstrument dat haar bij elk optreden begeleidde. Ik hoopte dat de batterijen snel op zouden raken (…). Ik begroef Oum Kalsoum in mijn hart. “ (p.241)

De langzame kentering op dezelfde bladzijde :

Weldra begon ik ook te oehen en te ahen bij haar uithalen waarmee ze het publiek uitzinnig kreeg. Van de tekst begreep ik niets, maar wel leerde ik de eerste zinnen van buiten, die me dan de rest van de dag begeleiden. Ik prevelde ze wanneer ik in de Albert Heijn stond af te rekenen.”

Over haar dood en politieke betekenis op pagina 243 in Oost = West :

In februari 1975 overleed Oum Kalsoum, de maand waarin ik verwekt ben. Haar staatsbegrafenis in Caïro mondde uit in een vorm van massahysterie. De kist werd langs een menigte van een miljoen mensen door de straten gedragen. De Egyptische natie zong haar laatste elegatie als dank voor wat ze had gegeven sinds haar opkomst in de jaren dertig. Je kunt zeggen dat met haar dood ook een Arabisch idee over vooruitgang en emancipatie werd begraven. De tentoonstelling ademt een nostalgisch verlangen naar de jaren waarin dit vooruitgangsdenken en optimisme over de toekomst nog iets betekenden in de Arabische wereld.”

Deze ochtend vier uur aaneen –heerlijke stilte op het tweede verdiep van de Boerenpoort in Melsele is mijn bondgenoot om efficiënt te kunnen schrijven- voortgangsrapport 2014 volgeschreven. Bij de laatste kolom dromerige warme plannen over Marokko gesmeed. Hoe miezeriger het weer hier en hoe meer avontuurlijke flarden ik op de Facebookpagina van Joachim en Cin lees (ze blijven extreem karig met nieuwtjes, Bancontact blijft ons belangrijkste contact op heden) , hoe meer goesting om mijn stalen ros op de trein te zetten en te verdwalen in de Rif (voorafgegaan door een rituele verbranding van allerlei voortgangsrapporten) .

Oum Kalsoum kan voor Mara totaal niet wedijveren met Avril Lavigne. Kleine zus luistert naar de CD’s waar grote zus pas op haar veertiende aan toe was. Een opschuivertje naast me in de gordel. Jongste spruit, tijd vooruit?

Rustgevende zaterdagavond. Ik plaats een zoekertje bij de LETS-groep voor wat extra gebrande hemelse klanken van Kalsoum.

Zaterdag 20 december 2014

Reactie van Alain Mahjoub op stukje over Oum Kalsoum: ‘Mijn vader heeft heel de collectie thuis. Naast Oum Kalsoum waren daar ook Abdelhalim Hafid (ook een echte topper), Farid El Atrach en Warda die ik als kind eindeloos moest aanhoren. Oum Kalsoum, het doet raar om het toe te geven, want ik had best wat weerstand tegen de muziek die, zo voelde het, mijn oren werd opgedrongen, dat klonk toch wel erg goed’.  

Opvallend , ik denk dat Alain een leeftijdsgenoot van Abdelkader is, ook sportief en qua lichaamsbouw lijken ze op elkaar. En hun Kalsoum-liefde is dus gelijkelijk in de tijd opgebouwd, van weerstand naar overgave.

Over Alain gesproken. Heb hem deze week uitgebreid voor Oikos mogen interviewen naar aanleiding van zijn boek over ‘duurzaam welzijn’. Ik legde hem mijn typewerk voor en kreeg enkele boeiende aanvullingen terug. Zoals deze in verband met zijn inspiratie: ‘Alain moet niet lang zoeken naar zijn woorden : ik ben een spons. Reeds van kinds af aan. Het innige contact met een erg van de Vlaamse verschillende Marokkaanse cultuur werkte erg stimulerend op mijn nieuwsgierigheid.’

Alain leerde ik kennen in mijn begindagen bij Vormingplus, op een treffen over atheïsme in de Arabische wereld georganiseerd door Katrien van Hecke. Alain Mahjoub is de zoon van een Marokkaanse vader uit Tanger en een Vlaamse moeder. Hij werkt halftijds als spoedarts en contextueel psychotherapeut en groeide op in Antwerpen. Een kerel waar je je eindeloos kan aan laven. Ik ben blij dat ik de twee uur durende ‘storm’ zoals hij ons hevige treffen in het Centerken dinsdag noemde heb doorstaan en niet ben weggeblazen. Soms kan een contact met iemand moeite kosten maar ontzettend de moeite waard zijn. Ik hoop dat zijn boek een bestseller wordt. Na mijn tocht naar Marokko zullen we elkaar zeker opnieuw treffen.

Zondag 21 december 2014.

Mag gebrande CD’s bij Luc Van Hende ophalen. 20 pluimen. LETS blijft verbazen.

Naar slappe film gekeken. ‘Rabat’ is een roadmovie die me meenam op de reis van de drie vrienden Nadir, Abdel en Zakaria. Enkel als ze de grens tussen Spanje en Marokko oversteken en de eerste kilometers in beeld komen van hun moederland, voel ik enige beklijving. Voor de rest weinig verrassing en ik mis ook subtiliteit.

Op mijn buro staan een 35tal bakjes pal voor me. Verdeeld tussen oa. ‘levende filosofen’, ‘Albanië’ en het ‘Midden-Oosten’. Ik ben op zoek naar krantenknipsels en Mo*-artikelen over Afghanistan en ‘verkeerd gesorteerd’ bots ik op een oud Knack-artikel ‘De rotte kies zit er nog’ (23/11/2011). Enkele kopstukken van de 20 februari beweging die de manifestaties voor meer democratie in Marokko op heel wat plaatsen organiseerde komen aan het woord. Voor sommigen is het glas halfvol, voor anderen halfleeg.

Halfvol. ‘We hebben het publieke debat in gang kunnen zetten, en dat is toch al een begin. De staat heeft op die dynamiek moeten reageren, ze stond onder druk. En de Marokkanen kregen door dat ze geen schrik meer moesten hebben, zoals onder Hassan II. Dat is onze grootse realisatie.’

Halfleeg. ‘De koning heeft alles veranderd, opdat er niets zou veranderen. Het zijn esthetische ingrepen, geen echte hervormingen. In Tunesië is men van nul herbegonnen, hier is de maffia rond de koning gewoon blijven zitten, en aan haar macht zal niets veranderen.’

Suleyman stuurt me een link met enkele Mo*-artikelen door die in dezelfde lijn van de berichtgeving van Knack liggen.

 Dinsdag 23 december 2014

In een Bulgaars café lopen vrouwen en mannen in en uit. Om de congé in te zetten trakteer ik mezelf op taart en koffie. Een zwarte man, ik vermoed uit Somalië of Ethiopië, probeert dameskledij te slijten. Zonder succes gooit hij zijn gevulde zwarte Colruytzak over zijn schouder. Wanneer wordt hij getrakteerd? Is er taart voor hem? Wanneer?

Om 14u30 heb ik op het werk ‘de kap over de haag’ gegooid. Was van plan langer te blijven maar ‘omdat ge bezig kunt blijven’ met Afghanistan, met dat uitdeinende transitiefestival, met het zoeken van sprekers rond Jaap Kruithof ben ik het plotsklaps strontebeu, smijt mijn koersfiets in een bevrijde bevlieging op de trein naar Gent en bezoek de expositie ‘Straffe gasten’ in het MIAT over vijftig jaar Turkse en Marokkaanse/Tunesische/Algerijnse arbeidsmigratie.

Op verdiep 1 beland ik in een verhaal van arbeidskaarten, kleine loonzakjes en poeders om het monotone werk, oa. in de textielindustrie te kunnen verrichten. Drinkflessen of gourdes staan uitgestald, foto’s van de aanleg van de industrieweg Gent-Zelzate in 1962, zelfs Theo Francken moet die van die meerwaarde toch al genoten hebben met zijn bolide? Cijfers van 2013 over de superdiversiteit in Gent tonen taartdiagrammen per wijk, alle kleurrijk. Ik noteer op de achterkant van de laatste Oikos het het aandeel van Marokkanen in de bevolking:

Onder de vijf procent :

  • Oostakker : 2%
  • Gentbrugge : 3%
  • Moskou : 4%
  • Watersportbaan-Ekkergem : 4%
  • Dampoort : 4%
  • Rabot : 4%
  • Sluizeken-Ham : 3%
  • Muide-Meulestede-Afrikalaan: 4%

Tussen de vijf en de tien procent :

  • Sint-Amandsberg : 5%
  • Nieuw-Gent en UZ : 7%
  • Drongen: 6%
  • Mariakerke : 10%
  • Bloemekeswijk : 7%
  • Ledeberg : 5%

Meer dan tien procent : enkel de wijk Brugse Poort telt 15% Marokkanen en 28% Turken.

De tentoonstelling is veelzijdig, veel materiaal komt uit het AMSAB, de Turkse migratie is begrijpelijkerwijze overbelicht. De Turken in Gent zijn met opmerkelijk meer dan welke etnisch-culturele minderheid dan ook. Er zijn betogingspamfletten van de Gentse textielsector in 1967 en legoblokjes verdeeld over drie kijkdozen illustreren de krimpende sector tussen 1930 en 2013. Een jukebox telt vijftig mogelijkheden, ik druk bij een Turkse charmezanger en daarna Charles Aznavour.

De penibele woonsituatie van de migranten in de jaren zestig lijkt wel een ‘never ending story’ met dezelfde uitbuitingsmechanismen en ongezonde woonomstandigheden waar nieuwkomers vandaag mee geconfronteerd worden: “Wie buitenlandse werkkrachten naar België haalt, moet ze ook een onderkomen bieden. Tijdens de beginjaren gaat het textielbedrijf van Union Cottonière  nog voor de eerste, de beste oplossing. In 1963 en 1964 krijgen de gerekruteerde Algerijnen en Marokkanen een geïmproviseerd slaapvertrek in spinnerij de Hemptinne en in Braun. Anderen brengt men onder in een logementshuis”. Daarna moeten de beluikhuizen de nood lenigen, fabrieksbazen doen enkel een inspanning voor de eerste golf migranten. Tot zover ons lamentabel onthaalbeleid. Ander citaat : “Het was in de Opgeëistenlaan. Al de UCO-arbeiders sliepen er samen. Het was zoals in het leger. Er was een grote zaal met allemaal bedden. Er waren alleen Marokkanen”. We schrijven 1964.

Racisme in de jaren ’70 steekt de kop op met de oliecrisis. De woonomstandigheden blijven slecht. Het opbouwwerk gaat er zich actief mee bemoeien. De geboorte van de werking De Poort-Beraber in de Sleepstraat.

Een apart luik van de expositie gaat over ‘een eigen zaak’: “Voor Spaanse serranoham, maghrebijnse couscous en mediterrane groenten zoals paprika’s en aubergines moet je in de jaren 1960 nog naar Rijsel, Brussel of Antwerpen. Pas vanaf de jaren 1970 kun je die mediterrane producten in Gent kopen. In de jaren 1980 zien steeds meer kruidenierszaken en kleine winkeltjes het levenslicht”. De migrantencafés zijn een soort opvangcentra avant la lettre. Sommige cafés bieden onderdak en eten. De eerste vier islamitische slagerijen in Gent zijn twee keer Marokkaans, Tunesisch en Algerijns.

Een laatste luik gaat over de nieuwe nieuwkomers. ‘Vandaag spreken ze over Turken aan de Leie, binnen vijftig jaar over Bulgaren aan de Leie ?’, vraagt Ayten Mehmedova, een leerkrachte van Kompas zich af.   Van 1999 tot 2013 zijn Bulgaren (6500, met stip de grootste groep nieuwkomers, mensen zonder papieren niet meegeteld), Slowaken en Polen de nieuwe migranten van Gent.

Zaterdag 27 december 2014

Omdat het niet altijd Foubert moet zijn kies ik voor Cremerie François om mijn kladnotities van de tentoonstelling ‘Dakira’ (wat zoveel betekent als herinnering) in het Stem in Sint-Niklaas uit te schrijven.

Dakira is voor mij ontzettend interessant omdat:

  • De getiuigenissen, vooral deze vastgelegd op video, zeer persoonlijk zijn, boeiende nieuwe details bevatten
  • De makers erin slagen om de veelzijdigheid van migratie eer aan te doen
  • Er naast een aantal bekende Marokkanen ook iemand als Touria uit Temse uitgebreid aan bod komt, naast mijnwerkers, textielarbeiders en mensen die bakens hebben verzet in de socio-culturele sector.

Dakira is tegelijk voor mij minder geslaagd omdat:

  • Ze niet inzoomt op de specifieke Marokkaanse migratie in het Waasland, in Sint-Niklaas, Lokeren, Hamme of Temse (ze blijft daardoor wat algemeen)
  • Ze weinig tot niet focust op de plaatsen in Marokko van waaruit mensen zijn vertrokken .

 

In een eerste luik wordt de betekenis van migratie aan een hele resem burgers van  Marokkaanse origine voorgelegd. Touria refereert naar de dankbaarheid aan haar ouders, voor Mohammed Chakar is migratie niets anders dan vernieuwing. Ik word het meest getroffen door de getuigenis van Saleha Berhili: voor haar is migratie altijd iets wat gepaard gaat met “pijn”, een “geknipt iets”. Sofie en ik keken gisteren naar de verbluffende Ford-prent ‘The Grapes of Wrath’ met een al even verbluffende Henry Fonda, de verfilming van de grote trek uit de verarmde Midwest in de Verenigde Staten richting Californië , het bekende verhaal van John Steinbeck.  De woorden zijn compleet van toepassing op de pijn van deze verarmde en weggejaagde boeren van hun eigen land in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Mohamed Ridouan, schepen in Leuven, zijn vader was zeventien toen die zich uit Nador voor een verbazende drieduizend kilometer verplaatste. Uiteindelijk was hij amper een puber, voor Mohamed moeilijk om vandaag nog voor te stellen. Hoewel er ook vandaag jonge Afghanen, Syriërs, Somaliërs aan de poorten van Europa aankloppen …

Voor Sari Abdesalem is er niet één verhaal representatief voor de Marokkaanse migratie, daarvoor is elk migratieverhaal te uniek. Hij voegt eraan toe: “Immigratie vraagt veel opoffering” en “”Je kan ons geen Marokkanen meer noemen, we zijn al een hele tijd weg uit Marokko en dus ook weggegroeid uit ons moederland”.

Koffers. Net als in het museum van de Red Star Line krijgen ze een prominente plek in het geheel van Dakira. De tekst bij de valiezen luidt: “De inhoud van de koffer bestond voornamelijk uit: warme kleren en schoeisel, een gebedsmatje, gebedskralen, hun paspoort, geld, foto’s … Wat de meeste Marokkaanse arbeiders ook meenamen waren hun herinneringen, hun kennis en know-how waarmee ze een nieuw leven trachtten op te bouwen”. Zij zijn de meerwaarde Theo.

Contacten met de Belgen zijn zeer uiteenlopend in de beginfase. Said uit Hoboken getuigt van zijn hulp aan zijn sterk aan alcoholverslaafde buurman. Zijn motivatie voor bijstand heeft wortels in zijn geloof: “De contacten met je buurman moeten beter zijn dan met je verre neef, voor ons is dat de Islam”. Ook in Hoboken, misschien  zelfs in dezelfde straat, is er een Belgische vrouw die niet naar beneden durft komen omdat ze gehoord heeft dat ‘Marokkanen mensen eten’. Ware het niet zo tragisch, je zou er om …. (vult u zelf maar in).

De video-opnames, de meeste bekijk ik twee tot drie keer, zijn fantastisch-authentiek. Mannen en vrouwen van de eerste generatie getuigen terwijl ze thee drinken, samen met de familie eten, iemand op de bank gaat liggen, de ‘eerste jaren’ bovenhalen; Er wordt vooral gelachen bij al dat oprakelen maar als de drie zussen Lanjiri hun moeder in herinnering brengen en de harde jaren van hun ouders verbaal evoceren, vloeien er ook tranen. (Terwijl ik naar de beelden kijk vraag ik me af hoe Naima Lanjiri zich bij de positie van haar partij in de regering moet voelen en bij de staatssecretaris voor asiel en migratie? Ongemakkelijk? Opstandig? Bedroefd om zoveel botheid?)

Marokkaanse arbeiders in de jaren zestig die hier zonder vrouw en kinderen ploeterden, overleefden, geld spaarden waren vaak van zeven tot tweeëntwintig uur in de weer. Ze moesten op een ingenieuze manier een systeem opzetten om hun bestellingen van voedingsmiddelen te plaatsen. In die jaren worden ook cassettes  met de hele familie ingesproken (als vrouw en kinderen eerstjaars overkomen) en opgestuurd naar Marokko. Bij ‘Heimwee en liefde’ lees ik: “Ongeveer 600.000 Marokkanen reizen elk jaar terug naar Marokko om familie en vrienden terug te zien en hun herkomstland te bezoeken. De reis naar Marokko wordt maanden op voorhand voorbereid. In België wordt Marokko gemist en in Marokko België.”

Redenen van migratie zijn wel te catalogiseren, tegenwoordig heeft men het onder academici over push en pull-factoren, maar elk verhaal blijft enig in zijn soort. Een conflict met de Marokkaanse politie doet Ahmed Bouda besluiten uit pure kwaadheid om naar België te emigreren. De vader van Mohamed is van Nador en door de lamentabele staat van de economie na de tweede wereldoorlog in gans Noord-Afrika verlaat zijn vader de Rifstreek. Toch is er niet alleen pijn: ‘Je ging van leven veranderen, van land … ik was heel blij’, zegt Omar. Ook al moest hij rechtstaan van Casablanca naar Tanger op de trein, niet-wetend dat je voor een zitplaats moest reserveren.

Er is een zeer interessante getuigenis van de socioloog Albert Martens die van zeer nabij bij de eerste migratiegolven in België betrokken was. Albert duikt in de vaderlandse economische geschiedenis. De werkloosheid daalde onder de vier procent, in België is er paniek dat de laagste lonen zullen moeten stijgen. In 1945 worden 60 à 70.000 Duitse krijgsgevangenen in de mijnen tewerkgesteld, maar na één jaar moeten die worden afgelost. De rest van het verhaal is bekend. Na de mijnramp in Marcinelle worden niet langer Italianen uitgenodigd (de vakbonden zijn furieus) maar gaat – in eerste instantie- de Belgische mijnbouw op zoek naar arbeidskrachten uit Turkije en Marokko. De tewerkstelling van Marokkanen wordt vooral in de primaire sector gerealiseerd. Sectoren waar de arbeidsomstandigheden vaak te wensen overlaten. De rook van de Métallurgie Hoboken zat vol lood en er was een complete onwetendheid en non-informatie over de giftige stoffen die vrijkwamen in het arbeidsproces zoals salpeterzuur.

 

Tewerkstelling wordt grosso modo en zeer ruw op vier plaatsen in Vlaanderen gerealiseerd:

  • Limburg, ondergronds, in de mijnen
  • Antwerpen, de metaal-en staalindustrie in Hoboken en Overpelt
  • In Gent is Union Cottonière dé naam in de textielindustrie
  • Het bouwen van de Brusselse metro (STIB) moet erg veelkleurig zijn geweest. Aan mijn nonkel Cyriel Van de Keere (oudste broer van mijn moeder) uit Tielt kan ik het niet meer vragen maar ook hij trok in de jaren vijftig en zestig met zijn schuifzak naar Brussel. Ik herinner me er bij deze aan dat ik wel aan nonkel Gaston kan vragen in welke mate de auto-assemblage in Vorst ook ‘superdivers’ was. Hij behoort immers nog tot het Rijk van de Levenden .

In het luik godsdienst leer ik dat de eerste moskee in Antwerpen in 1966 in Hoboken werd gebouwd en in 1972 volgde een tweede in Borgerhout. In het kielzog hiervan: Radio Al Manar, voetbalploegen, samenkomsten waar spirituele Islamliederen werden gezongen …

Ook politiek moet er strijd worden gevoerd. Een wet tegen racisme (en dus voor een gelijke behandeling op de werkvloer) en betere arbeidsomstandigheden voor alle arbeiders wordt bevochten. Een kritische noot over integratie die het verhaal van Said van het Zuid van enkele maanden geleden onderstreept over de kontrole uit het moederland op het doen en laten van haar onderdanen ‘in den vreemde’: “Het Marokkaanse regime zag in deze ontwikkelingen een gevaar. Deze richtte in 1975 de ‘Amicales’ (vriendenkringen) met als doel de Marokkaanse arbeiders te controleren en af te schrikken van elke deelname aan politieke of syndicale activiteiten. In 1977 werd de eerste onafhankelijke organisatie van Marokkanen opgericht.”

Johan Leman vertelt over de Foyer, de jaren voor Paula D’Hondt als Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid werd aangeduid. Het levert een schitterende anekdote op over Koning Boudewijn. In de Foyer flaneert een ‘onbekende’ nieuwe opvoeder in de Brusselse kinder-en jongerenwerking. Hij speelt mee tafelvoetbal. Zijn mooie maatpak en zijn gezicht op de briefjes van twintig zullen hem na een tijdje ‘ontmaskeren’. Koning Boudewijn bezoekt incognito de Foyer. Paul Steels uit Lokeren was ook van op de eerste rij betrokken bij dit bezoek. Ik had het geluk enkele huisbezoeken bij hem thuis te mogen afleggen in het kader van een verkenning rond ‘het vroege christendom’, één van zijn kennisdomeinen naast vele andere. Die man is een verbluffende encyclopedie.

 Over de terugkeergedachte, heimwee, het vaderland en familie noteer ik tot slot de indrukwekkende belevenissen  van Touria, geboren in Tanger en nu woonachtig in Temse. Ik zie haar als alles goed gaat op 18 maart. Ze zal aanstippen waar familie van haar in de Rifstreek woont.

We waren precies op een andere planeet (als ze met haar familie in Antwerpen toekomt op de Paardemarkt). Naar school gaan was een straf, een hel. Als raad voor haar kinderen geeft ze mee: trouw met wie je wil, zijn kleur interesseert me niet, maar hij moet een moslim zijn en geboren zijn in België. Met die raad van mijn vader ben ik ook goed gevaren”.

Ik denk dat ik haar kan begrijpen, ook al is haar advies tegelijk mogelijks problematisch.

Zondag 28 december 2014

Vakantietijd, ontzettend veel lees-en zelfs studietijd. Ik schuif even ‘Het einde van de rode mens’ van Svetlana Alexijevitsj opzij, wat Johan de Boose terecht een caleidoscopisch beeld noemt van een post-sovjet wereld.

Het is schipperen tussen

  • ‘Slaapwandelaars’ van Christopher Clarke die enkele interessante pagina’s wijdt aan de Marokko-crisis, één van de stresselementen in de aanloop van de tweede wereldoorlog
  • ‘De vergeten geschiedenis van het Marokkaanse Rif’, een geëngageerde historisch reconstructie van de jaren van lood van Mustaafa Aarab
  • ‘Oriëntalisten’ van Edward W. Said over de ‘lenzen waar de Oriënt door wordt waargenomen die de taal, de voorstelling en de vorm van ontmoeting tussen Oost en West vormen’ (vrij naar pagina 91)
  • ‘Het Volk van Abdelkrim’ van Sietske de Boer over de actualiteit en geschiedenis van de Marokkaanse Rif, er wordt vooral gefocust op de woelige eerste helft van de twintigste eeuw in Marokko met een uitgebreide kennismaking met de Marokkaanse ‘Che’ en een historisch kader van de ‘Ripublik’.

Op enkele treinreizen met respectievelijk zoon en daarna dochter naar de cinema kies ik voor het zwaardere ‘Oriëntalisten’ maar thuis kies ik uiteindelijk ervoor om mijn tanden te zetten in het doorworstelen van ‘Het volk van Abdelkrim’. Het werk van Araab is erg detaillistisch en lijkt iets voor gevorderden. Bij de Boer kan ik terecht voor een boeiend helikopterperspectief en een overzichtelijk kader. Een goed startpunt dus. Om één en ander te ordenen besluit ik een chronologisch politiek overzicht te maken van die heftige eerste 50 jaar van de Rifstreek. De feiten van alle partijen zijn bijwijlen gruwelijk, de rol van de Europese koloniale machten soms verbijsterend.

Een Marokkaanse tijdstabel van de eerste helft van de twintigste eeuw :

1905

De Duitse keizer Willem II bezoekt Tanger en spreekt zich uit tegen een toenemende invloed van de Fransen

1906

Verdrag van Algeciras bepaalt de verdeling van Marokko onder Spanje dat het noorden en het zuiden krijgt en Frankrijk de rest, Marokko wordt vernederd, de sultan dient enkel als decorum. De eerste Marokkaanse crisis is een feit.

1907

Abdelhafid eist de troon op maar er breekt anarchie uit (Fez wordt belegerd)

1908

Er wordt strijd gevoerd door de Riffijnen tegen de Spaanse inmenging in hun gebied, de gewapende strijd is gericht tegen de ontginning van ijzererts-en loodmijnen in de oostelijke Rif (‘De Grondstoffenjagers’ van Raf Custers is een eeuwenoud boek)

1909

De Spanjaarden lijden gevoelige verliezen

1911

Een tweede Marokkaanse crisis breekt uit. In de Agadir-crisis zijn Spanje en Frankrijk de hoofdrolspelers, het verdrag van Fès luidt het Protectoraat van Spanje en Frankrijk in

1912

Mohamed Ameziane sterft in de strijd en de Spanjaarden krijgen de overhand. Een vernedering voor de Alaouitische dynastie, naast Moulay Yusuf wordt een Franse regent aangeduid die de feitelijke macht heeft

1915

‘Ontwaken’ van Abdelkrim die anti-Spaanse artikelen schrijft

1916

Abdelkrim wordt gevangen en weer vrijgelaten

1919

Abdelkrim lanceert een laatste verzoeningspoging

1920

  • Abdelkrim realiseert zich de destabiliserende invloed van de Spanjaarden en de nefaste gevolgen van de invasie van de kapitalistische Europese zakenlui
  • Het verzet tegen de Franse en Spaanse overheerser krijgt vorm
  • Spanjaarden willen niet langer talmen met het veroveren van ‘hun’ gebied en sturen meer troepen en materieel
  • Tétouan, Chefchaouen en Jbala vallen in Spaanse handen

1921

  • Abdelkrim verslaat de Spanjaarden in de Slag bij Anoual
  • Abdelkrim wordt de onbetwiste leider van de Riffijnen in de jihad tegen de Spanjaarden, er volgt een bloedbad bij Mont Araoui
  • Spanjaarden lanceren een tegenoffensief vanuit Melilla

1922

De Spanjaarden boeken weinig vooruitgang, er volgt een staakt-het-vuren. Abdelkrim is bereid te onderhandelen over krijgsgevangenen maar niet over territorium.

Spanje in samenwerking met Duitsland bouwen een fabriek die gifgas produceert met actieve steun van Frankrijk.

1923

Er is een akkoord tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje om van Tanger een neutrale handelszone te maken. Intussen is de ‘Riffijnse Republikeinse Staat’ met Abdelkrim als president een feit.

1924

Abdelkrim voert belangrijke hervormingen door (hij regelt oa. de slavernij, de hasj en de rechtspraak. Hij is nu op het toppunt van zijn macht. Er zijn succesvolle offensieven van Abdelkrim maar ook de eerste mosterdgasbommen worden ingezet door de Spanjaarden. Chefchaouen wordt heroverd door de Riffijnen.

1925

  • Er is een dreiging van hongersnood
  • Poging van Abdelkrim om vrede te sluiten met de Fransen
  • De officiële Franse politiek luidt: geen voet in de Rif zetten …
  • Abdelkrim neemt Raïsuni gevangen die in Al Hoceima sterft
  • Er is een groeiende verbale escalatie tussen de Riffijnen en de Fransen
  • Generaal Lyautey wordt vervangen door Pétain, een grootscheepse aanval in de baai van Al Hoceima wordt voorbereid
  • De Fransen groeperen zich met 160.000, de Spanjaarden met 200.000, daartegenover staan 60 à 80.000 Riffijnen klaar
  • In Spanje staan Africanistas en Abondanistas tegen elkaar maar koning Alfanso XIII verdedigt de harde lijn met enorme aantallen gifgasbommen
  • Franse en Amerikaanse piloten bombarderen het weerloze Chefchaouen, er zijn schattingen dat er 100.000 slachtoffers vallen op een totaal van 600.000 oorspronkelijke bewoners
  • In september vallen de Spanjaarden aan in de baai van El Hoceima, het regime van Abdelkrim kent een laatste stuuiptrekking nadat ook de Fransen vanuit het zuiden aanvallen

In de winter van 1925 en 1926

Abdelkrim beseft dat er geen uitzicht meer is op de overwinning en vraagt om vredesbesprekingen te houden.

1926

  • De Brit Gordon Canning bemiddelt met Abdelkrim maar de gesprekken vallen al vlug stil
  • De Fransen maken hun eisen bekend aan de Riffijnen
  • De conferentie van Oujda verloopt in een vijandige en wantrouwige sfeer en mislukt
  • Er volgen (daardoor) opnieuw Spaanse en Franse aanvallen
  • Op 27 mei geeft Abdelkrim zich over aan de Fransen in Targuist
  • Abdelkrim wordt gedeporteerd naar Réunion bij Madagascar terwijl Riffijnse strijders een laatste mislukt offensief tegen de Spanjaarden voeren onder leiding van Ahmed Jerizou
  • Sultan Moulay Youssef viert met de Fransen op 14 juli op de Champs Elyzées

1928

Het Rode Jaar : staat symbool voor de rode kleur van de velden als gevolg van de gifgasbombardementen. Spanje ‘organiseert’ zijn protectoraat (wegen, woningen, waterleidingen en elektriciteit, treinverbindingen, kazernes en ziekenhuizen …). Waar ze aan verzaken? Aanleggen van een kadaster, oprichten van scholen, werkgelegenheid. Er komt veel arbeidsmigratie oa. naar Algerije op gang. 

1944/1945

Jaren van droogte : de Marokkaanse sultan had verordonneerd dat zoveel mogelijk voedingsmiddelen, olie, meel en zeep naar Frankrijk moest, om de Fransen te helpen tijdens de Tweede Wereldoorlog die toen woedde in Europa. Tienduizenden, misschien zelfs honderdduizenden mensen komen om van de honger. Mohamed Shukri schrijft hierover ‘Hongerjaren. 

Wat te leren: 1. de massale chemische oorlogsvoering van Spanje en Frankrijk met actieve steun van Duitsland is een vuile oorlog die op geen enkele manier in ons collectief historisch geheugen is doorgedrongen. Zeker in dit herdenkingsjaar van de ‘Groote Oorlog’ is dit enigszins shockerend. 2. De sultan heeft altijd duidelijk de kant van kolonisatoren gekozen. Voor de rest zijn er onnoemlijke wreedheden door alle partijen begaan. 3. Abdelkrim heeft een kortstondige politieke triomf gekend maar moest uiteindelijk bezwijken onder de aanhoudende geweldsgolven van de Europese mogendheden. 4. De harde lijn van de Spanjaarden kent enkele vurige pleitbezorgers in de figuren van de Spaanse koning en de Spaanse kerk. 5. It’s the economy , stupid.

Maandag 29 september 2014

Op bezoek bij Wafa en Bob in Belsele. We worden bedolven onder de hapjes. Mara verft zich te pletter met Zaki en Sarah terwijl we het hebben over : de corruptie, de administratieve doolhof, de ziel van Fès, de wirwarstraatjes, de gastvrijheid, le Roi Prédateur … Wafa is afkomstig van Fès en ook zij  kan nog perfect verdwalen in haar stad maar voelt zich altijd ‘compleet gelukkig’ als ze er kan dwalen. Ze raadt ons aan: de hamam,  de leerlooierijen. Bob raadt ons aan: de koffie. We beloven contact te houden.

Vrijdag 2 januari 2015

Een lege dag, wat een geluk. Vol kansen op Kairos zou Joke Hermsen zeggen. We eten het brood van de voorbije dagen en luisteren naar Warda tijdens ons ontbijt waar maar geen einde aan schijnt te komen. Brieven naar de gevangenis schrijven en naar Ward. Zeer boeiende mail van Mohamed Achaibe gekregen als reactie op mijn stukje over de geschiedenis van de Rif :

“Hartelijk dank voor de heldere samenvatting van de geschiedenis van de Rif. Deze verhalen heb ik als kind dikwijls te horen gekregen van mijn opa. Hij heeft namelijk meegevochten met het Riffijns onafhankelijkheidsleger tegen de Spanjaarden, anno 1925. Door de gifgasaanvallen zijn er nu in de Rif procentueel meer kankergevallen dan in de rest van Marokko. Er bestaat een collectief van advocaten die Spanje, Frankrijk en Groot-Brittannië om meer uitleg vraagt over deze gifgasaanvallen.

Zoals je wellicht weet bezet Spanje nog steeds 2 steden op Marokkaans grondgebied, namelijk Ceuta en Mellila. Maar ook een aantal rotsen voor de Marokkaanse kust, o.a. El Penon de Al Hoceima, die voor de kust van Al Hoceima ligt. Weet je trouwens wat Al Hoceima betekent? Lavendel in het Spaans. Er groeit namelijk veel lavendel in de bergen rondom de stad.

Weet je trouwens welk de hoofdstad was van de Rifrepubliek? Ajdir. Ligt tussen Al Hoceima en Imzouren.”

Ik zoek tijd om de komende dagen aan de tijdstabel van de tweede helft van de twintigste eeuwse geschiedenis van Marokko te werken. Polsen bij Mohamed of hij geen sprekers kent die de geschiedenis van de Riffijnen weet te schetsen.

Diezelfde dag nog …

Toch maar even het huis uitvluchten, met permissie van Sofie. Ik sluit me voor twee uur op in Volwassenenwerking Alderande voor koffie en hoofdstuk zes ‘De kolonisatie van de Rif, de onafhankelijkheid en de opstand in de winter van 1958-1959’ in het boek van Sietske de Boer. Werken aan een historisch schema, luisteren naar Abdil Halim, chocoladepudding koelt af.

1947

  • In Marokko is het beter dan in het uitgeputte Spanje dat zijn wonden van de burgeroorlog likt , in Nador is nog honger maar niet meer in Al Hoceima, Tanger en Tetouan (er is handel én smokkel, ook met de Fransen)
  • Marokkaanse nationalisten stellen de vraag aan de Fransen of Abdelkader zijn ballingschap in Zuid-Frankrijk mag doorbrengen à via een list houdt de boot halt in Caïro, de Fransen zijn woest

1948

El-Emir neemt in 1948 de touwtjes in handen van het Comité voor de bevrijding van de Maghreb ; hij wordt het intellectuele brein achter de prille beweging van ‘ongebonden landen’

1950 en later

  • Vooral binnen de Republikeinen wordt het nut en de reden van de Spaanse bezetting steeds meer in vraag gesteld
  • Abdelkarim streeft naar de eenheid van de Maghreb (Tunesië, Algerije en Marokko) , de Riffijnen onderhouden contacten met de Riffijnen in Kabylië (Noord-Algerije)
  • Er is een scherpe controverse tussen de Riffijnen en de Onafhankelijkheidspartij de Istiqlal in Marokko geleid door Allal el-Fassi
  • Voor Abdelkrim benadrukt de Istiqlal teveel hun Marokkaanse identiteit en waren ze te weinig internationaal (Abdelkrim zag de Ripublik vooral én gaandeweg meer als een seculiere staat)

1955/1956

Het Armée de la Libération National voert een gewapende strijd in het Noorden van Marokko (intussen was er een ‘guerre sale’ tussen de Fransen en de Algerijnen)

1956

  • Met de onafhankelijkheid vertrekken de meeste Spanjaarden en Fransen
  • De Koning en de nieuwe regering moeten van een uitgestrekt en etnisch divers land één natie smeden
  • Vooral in het Noorden is er geen goede infrastructuur, weinig opgeleid inheems kader en communicatiemiddelen ontbreken (Spaanse erfenis)
  • De Fransen erkennen de onafhankelijkheid van Marokko omdat ze zich geen tweede bloedige koloniale oorlog kunnen en willen permitteren, de Spanjaarden volgen maar behouden een aantal ‘posten’ (Ceuta, Mellila, Nkour, Bades en de Chafarine-eilanden)
  • De Riffijnen voelen zich minder goed af met de nieuwe machthebbers: de makhzen uit Rabat zijn niet alleen repressief maar bemoeien zich ook actief en intensief met de dagelijkse gang van zaken in de dorpen op het platteland

1958

  • Mohamed V kent een pensioen toe aan Abdelkrim en zijn familie
  • De Riffijnen komen in opstand tegen het nieuwe Marokkaans regime, ze missen een rol voor de Riffijnen in het uitbouwen van het land
  • De Riffijnen vragen om elementaire rechten maar vangen bot in Rabat (zelfbestuur, terugkeer van Abdelkrim …)
  • De regering kiest voor harde confrontatie en er breken opstanden uit
  • Honderden mensen verdwijnen onder leiding van de Istiqlal en koning Mohamed
  • Koning geeft steun aan een tweede politieke partij, de Mouvement Populaire (hij is beducht voor een éénpartijstelsel)
  • Intussen: Riffijnen zijn ontevreden (er zijn geen investeringen in scholen, ziekenhuizen, er worden onbekwame pionnen uit Rabat geplaatst, er is geen goed bestuur, geen landbouwkredieten, nieuwe wegen of stuwdammen blijven uit …) ; de werkloosheid blijft zeer groot (grens met Algerije is gesloten, er is nog weinig tewerkstelling in een militair apparaat …)
  • Op een illegale herbegrafenis van Abbès el-Massa’id (ALN, Fès) zijn 5000 mensen aanwezig , het regime reageert met een brutale provocatie en 20.000 soldaten worden naar de Rif gestuurd
  • De Fransen bieden hulp aan de koning, de meedogenloze Mohamed Oufkir doet zijn duit in het zakje
  • Grootscheepse bombardementen met Franse piloten achter de stuurknuppel
  • Massale en systematische verkrachtingen van vrouwen en dochters door soldaten van het Marokkaans leger
  • Veel arrestanten worden wreed gemarteld
  • Veel mensen ontvluchtten het land
  • De Riffijnen zijn op hun beurt niet bereid tot onderhandelen met de Koning of water in de wijn te doen

1959

Een meedogenloze onderdrukking van de opstand wordt de ‘Tweede Oorlog in de Rif’ genoemd (5000 tot 10.000 doden?)

1960

Mohamed V brengt een bezoek aan Abdelkrim in Caïro, El-Emir buigt niet

1961

Hassan II wordt koning, het Rif wordt doelbewust gemarginaliseerd, de bevolking wordt dom en arm gehouden

 

1963

Abdelkrim overlijdt in Caïro ; er is geen eensgezindheid onder welke voorwaarden zijn gebeente naar Adjir kan terugkeren

 

       

Op zoek naar enkele lijnen in deze opeenvolging van data en gebeurtenissen:

  1. Abdelkrim denkt zeer internationaal in zijn strijd voor de bevrijding van de Rif en de emancipatie van zijn volk
  2. De Istiqlal-partij schaart zich in heel deze episode dicht bij de koning hoewel de koning zich niet comfortabel voelt met slechts één partij in het land
  3. Abdelkrim zal tot aan zijn dood niet buigen voor Rabat en een heerschappij van de makhzen
  4. De Rifstreek blijft op alle vlakken onderontwikkeld en doelbewust gemarginaliseerd , het is interessant om de akkoorden rond arbeidsmigratie tussen de Belgische en de Marokkaanse staat hierin te situeren
  5. In het verlengde van de onafhankelijkheid van Marokko woedt opnieuw een vuile oorlog in de Rifstreek

Zaterdag 3 januari 2015

Dagje Brussel in de gietende regen met de dichtste vrienden. Tentoonstelling Lascaux. Daarna naar de Brabantstraat. Marokkaanse koffie in gekend koffiehuis dichtbij ‘Gare du Nord’. CD’s uit de Rif gekocht in sfeervolle platenzaak. De muziek valt helaas tegen. En in het Egyptisch restaurant werkten eigenlijk alleen maar Marokkanen. Ik pols naar de plekken van herkomst van de obers, platenboeren en verkopers van oranje linzen en anijs in bulk. Oujda zegt Ali, Tanger zegt Mohamed en hij wenst me een goede reis bij het buitengaan, Nador zegt Walid en hij smeert me Milouda van Al Hoceima en Club Rif aan. Met de vrouwen is er af en toe ambras. We maken teveel lawaai, brullen te hard, reageren ongepast. We verbroederden met Gentse strop en kijken elkaar aan het eind van de dag weer vredevol in de ogen.

Zondag 4 januari 2015

Naar Marokko gaan zonder gedegen kennis van islam lijkt me geen goed idee. Ik herlees een stukje uit een eigen tekst ‘Zijn seculiere waarden universeel?’:

Spreekster Nahed Selim bijt de spits af met het schetsen van de Arabische lente en de gevolgen voor vrouwen. Lente had voor haar van meetafaan een te euforische klank, verkiezingen in Tunesië en Egypte zijn voor haar slechts ‘de eerste poort naar de democratie’.  Zoveel tijd na de omwentelingen op het Tahrirplein is ze stellig : de moslimbroeders hebben de revolutie van de jongeren weggekaapt. De oorspronkelijke leuzen op het plein waren sterk a-religieus : brood, waardigheid en sociale rechtvaardigheid. Tegelijk was de zwakte van de liberale krachten de afwezigheid van een politieke ideologie. De situatie vandaag : in het Egyptische parlement zitten er amper acht vrouwen van de 500 parlementsleden, zes koptische christenen , zeventig procent zijn islamisten en salafisten.” . Ik nam deel aan deze studievoormiddag in maart 2012.

Philippe Aloy zei recenter in Eeklo in zijn inleiding op de cursus ‘Van Mezquita tot Alhambra’ hetzelfde met andere woorden: ‘Atheïsme is een concept dat een moslim eenvoudigweg niet kent’. In de cursus lees je het als volgt : ‘Het principe van het absolute één-zijn van God, tawhid, gaat niet alleen over een ondeelbare en alomtegenwoordige God, maar geldt ook het menselijk bestaan waarbij al het menselijk handelen doordrongen moet zijn van het geloof.’ En : ‘Als alles tawhid is, betekent dat ook dat er geen scheiding kan zijn tussen het geloof en de samenleving’.

Gelukkig overhandigde Carine me een jaar geleden een interessante publicatie van Knack Historia (25 oktober 2013) ‘De grote zoektocht naar God’ met interessante wetenschappelijke bijdragen over Joden, Christenen en Moslims. Bij wijze van oefening besluit ik een verklarende woordenlijst aan te leggen die tipjes van de sluiers van de Islamitische boeken, tradities en hun profeten  kan oplichten.

Soenna

traditie

Mohammed

‘geprezen, lofwaardig’

Koran

opzegging

oemma

De gelovige gemeenschap

kalief

Opvolger van de profeet

Hadith

Woorden en daden van de profeet die elke gelovige in zijn leven moet navolgen

shahada

geloofsbelijdenis

madrassa

Koranschool

tarawih

Gebeden van de ramadan

mihrab

Gebedsnis die de richting van Mekka aangeeft

zakat

Aalmoes (één van de vijf zuilen)

medina

Arabisch voor ‘stad’

islam

Onderwerping of overgave aan de  wil van de enige echte God

moslim

Iemand die gehoorzaam is aan God

azan

Oproep tot gebed

fatwa

Juridisch advies dat door een rechtsgeleerde wordt uitgevaardigd

hadj

Bedevaart naar Mekka

hegira

Emigratie in 622 door de profeet naar Medina

imam

‘hij die voorgaat’ tijdens het gebed

khutba

De preek van de imam in de moskee op vrijdag

muezzin

Hij die oproept tot gebed van op de minaret

minaret

Toren waarop wordt opgeroepen tot gebed

moskee

Plaats waar men zich neerbuigt voor God

madhab

Rechtsschool

oelema

Schriftgeleerden die de koran en de hadith bestuderen

rasul

Boodschapper

sharia

‘de te volgen weg’

sunna

‘de manier waarop de profeet sprak en leefde’

Dinsdag 6 januari 2015

Donderwolken boven de reis. Sofie is zwaar ontstemd over de lengte van de trip, de omvang van het project dringt nu door, een blik op het reisschema werd kwaad onthaald. Daarbovenop laat Charlotte van Treinreiswinkel.nl weten dat er geen nachttreinen tijdens de week rijden van Luxemburg naar de grens met Spanje. Schema in de war. Zoeken naar andere oplossingen. Ik stel voor te treinen vanuit Valenciennes waar ik zelf naartoe kan fietsen. Via Ronse.

Wel enkele ferme doorbraken in de zoektocht naar muzikanten. Binnenkort een afspraak met Zohra van de Gentse cultuurtempel de Centrale, de dame van Tanger is gespecialiseerd in Arabische muziek. Zie geweldig uit naar de ontmoeting, op 27 januari sluit ik in de Centrale aan op een literair Marokkaans evenement. En via een oude Hertsbergse Chirovriendin bots ik op Luc Mishalle. Uit zijn mail kan ik meteen afleiden dat hij de ideale kerel is om me op weg te helpen:

“ Hallo Stefaan, Ja, ik ken nogal wat Marokkaanse musici. Zoek je specifiek berbers uit de streek Al Hoceima – Nador? Of vanalles? Kan je iets meer specifiëren ? Een tip: elke woensdagavond organiseren wij gnawa lessen in onze lokalen in Brussel. De lesgevers zijn bij de betere in België. Je bent steeds welkom. Er zijn soms ook repetities dakaa Marakchia met vrouwen. De meesten hier zijn uit de regio Tanger en ook wel wat uit de regio Fes. In Antwerpen is er wel een grote groep uit Nador. Tot ziens, laat maar weten, Luc”.    

Woensdag 7 januari 2015

Verschrikkelijk drama in Parijs.

Donderdag 22 januari 2015

Lange werkdag. Tot mijn eigen verrassing –soms leidt een fiets je naar plaatsen die je niet gepland had- ga ik nog een koffie drinken in het Marokkaans café in de Schoolstraat.

De kroeg zit goed vol. Er wordt wat onwennig naar me gestaard. Tot Ben van de Maanstraat verschijnt. We kennen elkaar maar ook weer niet echt. Hij dringt precies een beetje aan hoe het me is. Ik laat vallen dat ik binnenkort naar zijn moederland ga. Na drie à vier snelle vragen begint hij op zijn mobieltje te zoeken naar het telefoonnummer van zijn broer Ahmed die in Tanger woont. Als je in Tanger bent moet je zeker bij hem langsgaan en een bed op overschot heeft hij ook wel.

Enkele mannen aan een tafeltje verderop vangen iets op van het gesprek. Hoeveel kilometer zijt ge van plan? Ge weet toch dat er overal slechte en goede mensen zijn? En warempel: naast de ‘mannen van het spelletje’ zit er één die van Fès is. Hij noemt nog eens kort de topics op van zijn stad. Ben betaalt mijn koffie.

Ik zou graag iets met mijn reisverhaal doen in dit café. In het volle besef dat ze hier (misschien/wellicht) niet zitten op te wachten. Ben heeft nog nooit gehoord van Tahar Ben Yelloun, deze mannen zijn niet echt lezers. In mijn presentatie rond Marokko wou ik graag werken met de fantastische schrijvers die mijn  pad al kruisten. Maar ik zou het ook zeer simpel kunnen houden: puur beelden tonen, heel droog het reisverhaal laten passeren. Zonder het over de koning, over Abdelkrim, over de kolonisatie te hebben. Dan wordt het geen presentatie maar eerder een babbel, een gemoedelijk treffen waarbij een avonturier uit Lokeren zijn ervaringen komt delen. Dan ben ik gewoon participant tussen de participanten.

Vrijdag 23 januari 2015

Over boeken gesproken. Ben weer in een hevige leesfase belandt. Met het voornemen om vanaf 1 juli voor een half jaar van het net te gaan kan dat alleen maar toenemen.

Ben nog bezig in ‘De President’ van de Nederlander Khalid Boudou. Een aspergesteker wordt per toeval president en heeft aanvankelijk alleen maar goede voornemens. Maar na zijn plotselinge roeping van idealistische, sympathieke president verandert hij al snel in een echte politicus. “Zijn dagen worden bepaald door wantrouwen en angst en uiteindelijk gaat hij ook tot moorden over”, vertelt de achterflap. Boek vol metaforen leest uitstekend.

 Waar ik heel snel door was maar niettemin ook de moeite : ‘Papa, wat is een vreemdeling’, wellicht het dunste boekje van Tahar Ben Yelloun. Het gesprek met zijn dochter is erg raak en goed geschreven. Zoals mijn eigen dochter Mara momenteel alles moet weten over alle Koningen der Belgen en in een werkgroepje rond Leopold II zit (de wreedste der koningen, moesten we haar de afgehakte Congolese handen tonen ?, ja maar met mate denk ik) heeft de dochter van de schrijver een pak vragen over woorden als ‘racisme’, ‘allochtoon’, ‘vreemdeling’. Ze reflecteert over de vriendinnetjes in haar klas en vanuit die micro-samenleving maakt Tahar verbanden naar de grote mensenwereld.

Enkele pareltjes :

Over racisme:

‘Om racisme te bestrijden moet je elkaar uitnodigen? Dat is een goed idee. Elkaar leren kennen, met elkaar praten, lachen; proberen elkaars vreugde maar ook elkaars verdriet te delen, laten zien dat je vaak dezelfde zorgen hebt, dezelfde problemen. Dat zijn dingen waarmee je het racisme kunt tegengaan. Reizen kan ook een goed middel zijn om elkaar beter te leren kennen.’ (p.17)

Over fundamentalisme:

‘Fundamentalisten zijn fanatiekelingen. Een fanatiekeling is iemand die denkt dat hij de waarheid in pacht heeft. Vaak gaan fanatisme en godsdienst samen. Fundamentalisten komen in bijna alle godsdiensten voor. Ze voelen zich door de goddelijke geest gedreven. Ze zijn verblind en hartstochtelijk en willen anderen hun overtuiging opleggen. Ze zijn gevaarlijk omdat ze geen waarde hechten aan het leven van anderen. Ze zijn bereid in naam van hun God te doden of zelf te sterven, vaak worden ze door een leider gemanipuleerd’ (p.30). Hoe actueel kan een stuk tekst zijn?

Over de bescherming van de joden in Marokko tijdens de tweede wereldoorlog:

‘Toen Frankrijk door Duitsland werd bezet, heeft Mohammed V geweigerd de joden uit te leveren aan maarschalk Pétain, die ze opeiste om ze naar de concentratiekampen van de nazi’s te sturen, naar de hel dus. Hij heeft tegen Pétain gezegd: ‘Het zijn mijn onderdanen, het zijn Marokkaanse burgers. Ze zijn hier thuis en ze zijn hier veilig. Het is mijn plicht om ze te beschermen. ‘ (p.43)

Zijn Marokkanen nu racistisch of niet? vraagt zijn dochter op pagina 45 :

‘Er bestaan geen volken die in hun geheel wel of niet racistisch zijn. Marokkanen zijn net als iedereen. Onder hen zijn ook racistische en niet-racistische mensen.’

Zijn kolonialisten racisten?

‘Het zijn racisten en overheersers. Wanneer je door een ander land wordt overheerst, verlies je je vrijheid en je onafhankelijkheid. (…) Als een regering va een land eigenmachtig besluit gebieden in te lijven die haar niet toebehoren en haar regime daar met geweld handhaaft, dan wil dat zeggen dat zij de bewoners van dat gebied minacht, denkt dat hun cultuur niets waard is en dat zij het gebied nodig ‘beschaving’ moet bijbrengen. (p.47)

Zaterdag 24 januari 2015

Veel muziek en nog meer literatuur gepland. Het contact met Zohra van de Centrale opent een nieuwe wereld. Eéntje die ik toch graag voor een groot deel met Sofie wil delen.

Dinsdag eerstkomende is er ‘Vollenbak Marokko’ met als ondertitel ‘Literatuur, muziek en een goed gesprek’. Volgende zaterdag gaan we luisteren naar ‘Les fils d’Afrique’. De muziek evoceert een stuk geschiedenis waar ik niets van afweet:’Ooit werden mensen uit de gebieden ten zuiden van de Sahara in grote getale als slaven verkocht aan de heersende klasse van de Maghreb. Veel van de zwarte slaven groepeerden zich in broederschappen, die sindsdien instaan voor de ganouarituelen (oorspronkelijk een zuiverings-en genezingsritueel), waarbij de toehoorders in trance werden gebracht. ‘

En als we nog aan kaartjes gaan geraken zullen we kort voor het opstappen, inschepen, fietstrappen naar Marokko een concert op 28 maart meepikken waarbij de Brusselse Samia Sabri het repertoire van Oum Kalthoum brengt.

 Dinsdag 27 januari 2015

Migratie en verbeeldingskracht. Drie spraakmakende schrijvers. Een lage inkomprijs. Een gekende lokatie. De promo-machinerie van De Centrale. En toch een ontstellend lage opkomst. Waar is boekenminnend Vlaanderen?

Enkele dagen geleden merkte ik per toeval op dat de auteur die ik eerder toevallig in de bibliotheek plukte (hij zat in de buurt van Ben Yelloun, Bouazza, Benali …) ook in het panel vandaag zat en uit eigen werk zou voorlezen.

Voor mij was Khalid Boudou de ster van de avond. Een frisse presentatie, en vooral ook door de manier waarop hij met de enkele vragen uit een helaas haast lege zaal omging. Aan haast lege zalen zijn ook voordelen verbonden: je slaagt er makkelijk in een praatje te maken met de podiumgasten.

Khalid leest een lang en boeiend fragment uit zijn debuutroman ‘Het schnitzelparadijs’. In een korte eerste vraagstelling somt hij enkele fasen van zijn migratiegeschiedenis op: nostalgisch als eerste fase, daarna ging hij als jonge gast zijn kracht op Nederland richten en negeerde hij Marokko. Nu zijn familie in Marokko uitdunt gaat hij terug  op zoek naar zijn wortels.

Rachida Lamrabet schreef ‘Vrouwland’ maar ook ‘De man die niet begraven wilde worden’ waaruit ze een beklijvend stuk leest. Bij de dood van een jonge man schreeuwt de Marokkaanse familie dat “alleen zondaars worden verrast”. Voor hen staat het als een paal boven water dat de dode in de grond wordt gestopt zoals het hoort. Begraven worden in gewijde grond is een verscheurend thema in het boek.  Rachida gaat terug naar haar vroegste herinneringen over haar thuisland: “Ik dacht dat er geen verbinding mogeljjk was tussen Marokko en België, dat dit eeuwig twee gescheiden werelden moesten zijn en dat we slechts per toeval één keer per jaar van het ene land naar het andere geraakten”.

Fikry el Azzouzi met wortels in Temse schreef recent “Drerrie in de nacht”. Naima die naast me zit verduidelijkt dat ‘drerrie’ staat voor ‘lastige pubers’. Nu Fikry bezig is –het klinkt als een langetermijnproject- zijn eigen familiegeschiedenis te schrijven, wordt hij geconfronteerd met het rauwe en harde leven in de Rif. Zijn slapte. “Ik kan niet zonder luxe”, moet hij vaststellen. Zonder water, zonder elektriciteit, het is ijskoud in de ochtenden in de winter.

Na een muzikaal intermezzo is het groepsgesprek minstens even boeiend als de fragmenten. Ik noteer snel de quotes die me het meest bijblijven:

Rachida : ‘We maken deel uit van deze samenleving, ik schrijf over een realiteit van hier’. Tegelijk verbaast ze  zich over de kramp waarmee sommige ‘allochtone’ auteurs elke zweem van afkomst afzweren. En vooraleer ze vroeger door moet voor de trein naar Antwerpen: ‘Het moet gedaan zijn om te blijven geloven in een soort van wit sprookje, alsof we geen deel maken van de collectieve verhalen die onze samenleving vormen.’    

Fikry : ‘Ik had minder voeling met Streuvels, toch heb ik ook die gelezen. Maar Arabische en joodse schrijvers trokken me meer aan. Soms vragen mensen me wanneer ik nu eens een Vlaams verhaal ga schrijven, terwijl al mijn boeken over hedendaagse Vlaamse situaties gaan. Ik gebruik veel satire in mijn teksten maar voor veel lezers is dat vaak niet duidelijk.’

Khalid : ‘Het Schnitzelparadijs was een veel minder zwaarmoedig boek dan wat Bouazza, Benali en Kader Abdollah op dat moment al op de markt hadden gebracht. Daarom sloeg het ook zo goed aan. Als auteur met Marokkaanse wortels is het belangrijk dat je jezelf heel goed gaat kaderen, voor je het weet ben je een spreekbuis van de Marokkaanse gemeenschap. Ik wilde dingen behandelen als Khalid. Meepraten over de Nederlandse Spoorwegen, over het uit de bocht gaan van Rita Verdonk. ‘

De zaal mag ook vragen stellen. Ik wil weten of ‘De President’ naast de lichte toon ook een duidelijk politieke roman is? Dat is toch hoe ik hem lees. Khalid: ‘Ik verbaas me erover hoe tal van politici alleen maar trachten het volkshart te raken. Dat is bezig sinds Fortuyn maar heeft zich overgezet op alle partijen. Ik herinner me dat op een CDA-congres een beeld werd getoond van een man met tulband op een kameel die Amsterdam binnenreed. Maxime Verhaert waarschuwde in onverdekte termen dat dit Nederland te wachten staat. In mijn roman ‘De President’ draai ik het om. Een illegale aspergesteker wordt president en Zapland staat symbool voor Nederland’.

Een vraag van Naima aan Khalid levert het meest interessante van de avond op voor mij. Over de berberse identiteit: ‘We zijn een gefragmenteerd volk, er is niet zoiets als één warme omhelzing rond het Marokko-zijn zoals de Turken rond de Turkse vlag. Dat heeft voor-en nadelen. Je bent als Marokkaan veel vrijer in je zoektocht naar je identiteit. Eigenaardig genoeg is er onder Marokkanen soms een soort rivaliteit over waar je vandaan komt. Nador of Al Hoceima, er wordt aardig over gebakkeleid. We hebben geen verstikkend collectief gevoel. Marokkaanse jongeren kunnen dus alle kanten op en we mogen daar best dankbaar om zijn. ‘

Khalid is gefascineerd door de harde drugsoorlog die in Amsterdam bezig is. Deze context is veeleer socio-economisch van aard en niet religieus. De afgelopen maanden werden enkele jongeren afgeknald met nota bene Belgische kalasjnikovs. Waarom zijn we zo aan het verharden? Wat is er gaande?

We keuvelen nog wat na. Khalid raadt me aan eens te  googelen op ‘Joop Konijn’ die ook in Noord-Marokko fietste. Een gekke kunstenaar die er zelfs met een zelfgemaakt blikken vliegtuig naartoe vloog. Naima en Khalid blijken van dezelfde stad te zijn. Khalid geeft me een beschrijving van de regio. Het blijft wat onwezenlijk voor me om me van het landschap, de dorpsstructuur, de kleine bijgehuchten een voorstelling te maken.

Ik bedank Zohra voor de fijne avond en Naima voor het gezelschap. (Tussendoor ook nog wat gekeuvel met Annelies Verbeke die ik ooit in de gevangenis programmeerde. Dat ze me tien jaar geleden vertelde dat ze elke week een boek las was iets wat me toen ontzettend fascineerde. De ervaring in de gevangeniskapel is haar sterk bijgebleven).

Zondag 1 februari 2015

Bob geeft een boek.

Druilerige dag, maar warme Marokkaanse sferen. Bob van Natuurpunt stopt me na een gesprek met Harald Welzer ‘Zoeklicht op Marokko’ van Aster Berkhof toe uit … 1954. Ik weet nog niet goed wat ik van dit vergeelde cahier in een ‘Gulden Reeks van het Davidsfonds’ aan moet, maar na lezing van het hoofdstuk over Fès kan ik voorlopig alleen maar gefascineerd vaststellen dat de schrijver me in de ban heeft. Het is dan wel ontegensprekelijk een ‘tijdsdocument’, Marokko moet zelfs nog onafhankelijk worden, het leest als een reis van iemand die zich diep heeft ingegraven in tradities, cultuur, geschiedenis en het alledaagse leven van het platteland, de souks of de medina.

De toon is soms sterk bewonderend, soms irritant of vooringenomen betweterig of ‘paternalistisch’ zoals Bob me waarschuwde. Maar niettemin een goed geschreven pareltje. Wat dacht u van volgende passages ?

Fès is het werkelijke culturele middenpunt van Marokko. Daar leeft de oude Arabische beschaving voort, zoals die eens duizend jaar geleden tot in Europa toe geschitterd heeft en zoals zij nu nog onveranderd voortleeft in dat verrukkelijke middeleeuwse bijennest dat de medina van Fès is” (p.160)

Naar Fès hoeft het leven niet toe te stromen. Fès is het leven, van Fès stroomt het leven uit” (idem)

Medina betekent Arabische stad, maar je kan Fès geen stad noemen. Een stad betekent huizen en straten en te Fès onderscheid je geen huizen en straten. Fès ligt in een prachtig dal en het vult dat dal met een wemelende massa grijze, witte en okerkleurige stof (…) De straatjes zijn zo smal dat je bovenaan vaak slechts een streepje lucht ontwaart, en waar ze breder zijn, liggen ze toegedekt met een rieten vlechtwerk, waardoor de zon sproeiend een regen van lichtvlekjes strooit” (p.165)

“Twee vrienden van Idriss vertellen hoe in deze stad de oude neringen en gilden voortleven zoals in de Middeleeuwen, hoe de ambachtslieden hun werk doen bijna in volle straat, onder het oog van de kopers, hoe zij in corporaties gegroepeerd zijn, elk een ‘amin’ hebben, die de beroepsgeschillen beslecht en bovendien een opperste ‘mohtasseb’, die de kwaliteit van de vervaardigde producten controleert en de prijzen bepaalt. Die ambachten zijn ook per straat of wijk gegroepeerd. Zij vormen elk een eilandje in deze wemelende stad en kennen geen andere concurrentie dan de vaardigheid van hun meesterhand.” (p.166-167)

Met Ward keuvelen in het Grand Café van de Vooruit over zijn gesprek met Paul Verhaeghe die aan een nieuw boek over ‘autoriteit’ schrijft. Een uur later zitten we elk met onze wederhelften, de mijne grieperig, die van Ward springlevend op de eerste rij in de Centrale harirasoep te slurpen. Zohra had me met één mail overtuigd van dit bijzondere concert van de gnanoua. ‘Les fils d’Afrique’ gaan in een muzikale dialoog met de Braziliaanse Umbandareligie. Ooit werden mensen uit de gebieden ten zuiden van de Sahara in grote getale als slaven verkocht aan de heersende klasse van de Maghreb. Veel van die zwarte slaven groepeerden zich in broederschappen, die sindsdien instaan voor de gnanouarituelen (oorspronkelijk een zuiverings-en genezingsritueel), waarbij de toehoorders in trance werden gebracht. Opmerkelijke instrumenten zijn de qaraqeb en de guembri.

Het concert brengt ons inderdaad in een fijne extase. Het is kleurrijk, ritmisch, intussen krijgen we citroen en gezwollen dadels geserveerd. Mijn buurvrouw uit Cassablanca kent deze tradities en geeft ons veel extra duiding: ‘De Afrikaanse slaven waren een soort economische vluchtelingen uit Ghana, vandaar de naam. Hun liederen zijn in het Marokkaans en in Essaouira zijn er in de zomer nog tal van festivals die deze muziek in ere houden en alle mogelijke luister geven. De gnanoua werden in het huishouden of in de landbouw tewerkgesteld, het ging zowel om mannen als vrouwen”.

Vele Wikipedia-pagina’s en youtube-filmpjes de dag nadien bevestigen perfect het verhaal van mijn gesprekspartner. Samen met haar twee vriendinnen op leeftijd gaan ze met de nodige slangachtige handgebaren en ritmisch handengeklap helemaal op in het concert. Omdat we onze trein moeten halen, Sofie nog altijd griep heeft en we wellicht gewoon te nuchter zijn geraken we dan wel niet in trance, maar de culturele programmatie van Zohra is er wel degelijk één om te volgen.

Ook Aster Berkhof weidt een heel hoofdstuk in zijn ‘Zoeklicht op Marokko’ waar een Senegalees dorp overvallen wordt, geplunderd door Arabische slavenjagers:

“ … aan beide kanten van de stroom eindeloos uitgestrekt, de als met gouden zijde bedekte duinen van de Sahara, het lijkt alles sinds duizend jaar op die wijze te bestaan en het is zo rustig, zo vredig, zo zalig-loom dat het ondenkbaar is het langzaam-deinende, prinselijk-luierende leven van deze schone, gezonde natuurkinderen ooit enige wijziging te zien ondergaan. Maar op één van de de gouden heuveltoppen nabij het dorp is een ruiter opgedoken, als uit het niet te voorschijn komend. Hij draagt een wapperende witte mantel , om het hoofd een tulband en voor de mond een fijne, fladderende sluier. Wanneer zijn hand geheven wordt, springen vijftig andere ruiters op de heuvelkam, de stilte wordt als opengereten door een gierend gehuil en in een stofwolk stormt de horde naar het dorp toe. Stuivend rennen de paarden tussen de hutten, onder wilde angstkreten rennen vrouwen heen en weer, de knaapjes worden omgelopen, met zweepslagen weer opgedreven en verzameld in een van de kralen voor het vee. Onder de bomen worstelen de reuzen met de snelle, lenige ruiters, hun kracht evenaart die van een buffel, maar de ruiters flitsen als bliksems om hen heen en de zwepen gieren.” (…)

“… daar staan de mannen reeds, bloedend, als schuwe gekwetste dieren in een rij, aan polsen  en enkels gekluisterd” (p.55)

Dinsdag 3 februari 2015

Verjaardag. Slechts één werkafspraak. Zohra Boucharafat van de Centrale maakt me wegwijs in haar geboortestad Tanger, maar voelt zich net zo goed Gents, Europees, Spaans, Moors. “Gent en Tanger zijn mijn twee thuissteden”, zegt ze aan het begin van onze middagbabbel.

Ze peilt naar mijn appreciatie van het optreden van de gnaoua en de Marokkaans-Belgische-Nederlandse schrijvers-avond.

Tanger is voor haar een natuurlijk overvloeien van El Andalus in Marokko. Een hectische, kosmopolitische, altijd maar uitdeinende stad waarschuwt ze me. Café Hava, een befaamd pannekoekenhuis van de Marokkaanse Nederlander Kandinsky, heel erg trendy plaatsen, ze somt ze op zoals we in Gent de Mokabon, in Lokeren ‘A Piece of Cake’ of in Sint-Niklaas ‘Cremerie Foubert’ zouden aanprijzen. De film ‘Casablanca’ met Humphrey Bogart  is een deel in Tanger opgenomen, de zee is er altijd ontzettend nabij, de sfeer en de blauwe en witte kleurtinten zijn er onlosmakelijk met Spanje verbonden.

Ik heb wat losse vragen in mijn achterhoofd. Over de koning, de economie en de vegetarische keuken. Zestig procent van de Marokkaanse bevolking is onder de twintig jaar. De leeftijdspiramide is totaal omgekeerd dan hier in de Lage Landen. Toch zijn er ook veel economische toekomstmogelijkheden. In de horeca, in de ICT-branche, in de sector van de hernieuwbare energie. Waar het noorden van Marokko (én ook Tanger) onder de vorige koning erg stiefmoederlijk werd behandeld, is er nu een enorme economische ontwikkeling aan de gang onder Hassan II. Van Sietske de Boer en Abdel heb ik geleerd dat niet iedereen daar evenveel beter van wordt. 

Er is allerlei migratie aan de gang. Dat wil zeggen: uit alle mogelijke richtingen. Belgische Marokkanen naar Marokko, Spanjaarden naar Marokko, zwarte Afrikanen uit Mali, Senegal, Mauritanië, Ghana die zich over heel Marokko verspreiden. Als huishoudhulp, of bijvoorbeeld als kleine straathandelaars. Er zijn veel huidtinten in superdivers Marokko. Marokko als migratieland! Bij uitstek iets wat in onze Vlaamse perceptie zeer weinig vertrouwd klinkt.

Zohra maakt boeiende zijsprongen –ze lijkt wel een onuitputtelijke Marokkaanse Encyclopedie- naar het Marokkaanse jodendom (vooral berbers uit het zuiden), dode Marokkaanse soldaten op het kerkhof van Gembloux (WO II), Lucas Catherine, de van nature altijd al aanwezige vegetarische keuken. Kikkererwten, linzen, komijn … het is er altijd geweest en in armere tijden was het de reguliere dagelijkse kost.

 

Als ik peil naar haar lievelingsschrijver moet ze niet lang nadenken: Tahar Ben Yelloun. En over schrijvers gesproken gaat het met Hafid Bouazza helemaal niet zo goed, zijn lijf smekend naar drugs.

We wisselen ook praktische dingen uit: dat één euro met tien dirham overeenkomt en dat ze met Alia uit Kortrijk in contact staat, over haar vrijwilligerswerk bij ‘Via Nakhla’ (Arabisch voor Palmboom), over Tourkia uit Temse.  

Rond de oeroude aanwezigheid van de hamams in Marokko wil ze graag een project opzetten. Het zijn van oudsher belangrijke ontmoetingsplekken. Zohra ziet nog levendig beelden van allerlei kledij en schoonheidsproducten (traditionele en moderne cosmetica) die naar en  uit deze badplaatsen werden gesleept. Jonge meisjes werden er gekeurd, er was tijd voor de laatste nieuwtjes en ook: de roddel kon er in het pikkedonker welig tieren.

De opbouw van de hamam ging van warm naar heet naar zeer heet. En het hout dat voor de badplaats werd gestookt diende ook om het brood te bakken, allemaal verweven en toch strikt gescheiden. Met de komst van douches en privé-badkamers verliezen de hamams aan belang en er dreigt veel cultureel erfgoed verloren te gaan, wat Zohra’s hart doet breken. Op het goede moment, als er zich middelen aandienen wil ze hier graag een project rond opzetten.

“Wie kan hen verbieden naar de hammam te gaan, het publieke bad, waar alle vrouwen komen om zich te wassen? “ (Aster Berkhof, Zoeklicht op Marokko, p.153)

Een bevriende fietser komt erbij zitten. Zohra haalt herinneringen uit haar kindertijd op  aan de drieduizend kilometer verre tocht met haar familie, vader aan het stuur, in een colonne van vijf wagens die elkaar in Spanje kwijtraakten. Die later hergroepeerden. Een eindeloze tocht die heftige gevoelens opriep naarmate ze Almeria naderden.

Als ik terug ben uit Marokko spreken we opnieuw af. Om impressies te delen. Geuren, kleuren, beelden, smaken en geluiden. Maar misschien ook om een samenwerking op te zetten met muzikanten die Zohra kent en die kunnen inschuiven in een culturele happening met jongeren uit Lokeren, vrouwen uit Temse, gedetineerden uit Dendermonde.

Zondag 15 februari 2015

Van pure nieuwsgierigheid naar wikipedia gegaan om iets meer te weten over Aster Berkhof. Zijn levenslijn verklaart inderdaad veel en op www.schrijversgewijs.be valt nog veel meer te rapen dan op de gekende elektronische encyclopedie:

Jaren 50: Aster Berkhof is lange tijd een verwoed reiziger geweest en heeft daar in verschillende boeken verslag van gedaan.

  • Hij houdt van het leven, met het accent op de kleine geneugtes, terwijl hij maar al te goed beseft dat er een einde aan komt en “dat hij terug zal opgenomen worden in chaos van de kosmos”. Door veel te reizen, meent hij, verken je in feite jezelf en schrijven wordt dan een middel om de wereld op een kritische wijze te verduidelijken.
  • Aanvankelijk trok hij door West-Europa om vervolgens in 1952 Noord Afrika en in 1953 Noord-Amerika en Mexico te bezoeken. In 1955 maakt hij een wereldreis van 2 maanden waarin hij probeert in contact te komen met primitieve volkeren.
  • Al die reizen zijn terug te vinden in zijn reportages, verhalen en romans, die zich vaak afspelen in Denemarken, Noorwegen, Zweden, Engeland, Schotland, Spanje, Portugal, Tanger, Marokko, Algerije, Niger, Ivoorkust, Ghana, Dahomey, Nigeria, Kameroen, Gabon, Kongo-Brazzaville, Zuid-Afrika, Tanzania, Kenya, Ethiopië, Griekenland, Syrië, Irak, Pakistan, India, Birma, Thailand, Hong Kong, Japan, Hawai, De Verenigde Staten, Canada, Mexico, Guatemala, Nicaragua of Honduras.”

Berkhof wiens echte naam Lode van den Bergh is moet nu 95 jaar oud zijn en is tot en met een veelschrijver: hij schreef al zo’n 101 romans. Geboren in Rijkevorsel in de Kempen passeerde hij als journalist onder andere De Standaard en verloor zelfs zijn geloof toen hij het existentialisme van Albert Camus leerde kennen. Zijn engagement drukte zich onder andere uit in een boek dat een aanklacht vormde tegen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika.

Tot slot lees ik enkele mooie regels op de Wiki-pagina waarmee hij zich precies in het spoor van de Poolse Ryszard Kapucynsky nestelt:

In een interview met het dagblad De Morgen van 19 december 2007 verklaarde Aster Berkhof dat zijn oeuvre een product is van zijn drie voornaamste karaktereigenschappen: ongeduld, energie en nieuwsgierigheid". Deze hebben hem aangezet om zo veel mogelijk van de wereld te zien, (…) reisreportages te maken, les te geven, boeken te schrijven en veel te lezen. Hij houdt van het leven, met het accent op de kleine geneugtes, terwijl hij maar al te goed beseft dat er een einde aan komt en "dat hij terug zal opgenomen worden in chaos van de kosmos". Door veel te reizen, meent hij, verken je in feite jezelf en schrijven wordt dan een middel om de wereld op een kritische wijze te verduidelijken.”

Krokusverlof. Leesweekend. Van ‘Zoeklicht op Marokko’ valt veel te zeggen, maar je kan inderdaad niet ontkennen dat de schrijver het avontuur niet opzoekt. Dat hij niet met Mohamed Modaal en Fatima die op godverlaten plekken woont in gesprek gaat.   Zijn ‘Kameeltocht naar de tenten van de Reguibat-nomaden’ is ronduit hilarisch én fascinerend. Als ik nog eens in de Noorderkempen ben wil ik zeker zijn museum eens bezoeken.

Zondag 22 februari 2015

Brief aan de heren van de diplomatie :

“ Geachte,

Op 29/01/2015 was ik in contact met mevrouw Ktami van het Consulaat-Generaal van Hoboken te Antwerpen.

Ze bezorgde me uw coördinaten en raadde me aan u op de hoogte te stellen van een aanstaande fietsreis in het Noorden van Marokko.

Van 4 tot 15 april 2015 zal ik een fietstocht ondernemen in het Noorden van Marokko. Ik arriveer per boot met mijn fiets vanuit Motril in Nador (Ceuta) en fiets in eerste instantie naar Al Hoceima.

Daarna start ik mijn tocht over het Rifgebergte naar Fez en Meknez. Daar zal ik mijn vrouw en twee kinderen ontmoeten. Daarvoor reis ik alleen.

Na Fez zal ik verder alleen reizen richting Tanger. Daar neem ik rond 15 april de boot naar Zuid-Spanje.

Zijn er bepaalde veiligheidsvoorschriften die ik moet respecteren of zaken die ik in acht moet nemen bij deze trip?

Is het nuttig om mijn GSM-nummer bij uw diensten na te laten?

Indien ik op problemen zou stuiten van welke aard dan ook , met welke instantie neem ik dan best contact op?

Veel dank en hoogachtend,

Stefaan Segaert

Donderdag 12 maart 2015

Migratiepijn, het woord duikt voor het eerst in mijn leven op in een overleg met Karima als we zoeken naar een structuur voor een avond met de schrijfster Birsen Taspinar. Birsen is een hele straffe:  psychologe, antropologe, van Turkse origine (haar ouders groeiden op aan de onherbergzame grensstreek van Turkije en Georgië), zangeres en schrijfster van de roman ‘Moeders van de stilte’. In het vragenhalfuurtje vraag ik Birsen in welke mate migratiepijn universeel is voor alle migranten. Maar ze trekt het begrip nog verder open: de term slaat voor haar op het wegvallen van vertrouwde kaders VOOR ONS ALLEMAAL. De straat, de buren, de winkeliers, al het vertrouwde dat verdwijnt. (Is het vormingswerk daar voldoende mee bezig of zich daar voldoende van bewust?)

De vader van Karima arriveert vandaag in Marokko, zijn huis zou zich op de ‘zee-weg’ van Nador naar Al Hoceima bevinden. Ik wil er graag thee drinken, het voelt een beetje absurd aan om een verre buur uit de Maanstraat uiteindelijk op 3000 kilometer beter te willen leren kennen.

De man van Karima heeft geschiedenis en informatica in een lerarenopleiding gestudeerd. In het keuveluurtje na het boeiende relaas van Birsen zegt hij dat ik eigenlijk twintig jaar eerder had moeten afreizen. De streek was toen authentieker, het landschap minder geschonden. De sociaal-economische dynamiek verandert de regio onherroepelijk. Maar wie naar de toeristische ontwikkeling kijkt ziet dat de lokale bevolking daar niet per se veel beter van wordt. Hij voegt er aan toe dat alle berbers die zijn uitgeweken naar Tanger of Fez ‘alsnog’ van Al Hoceima, Temsaman, Imzouren of Nador zijn. Interne migranten dus.

Te plannen: reisschriftje aankopen en bankkaart aanpassen. Intussen: overal en voortdurend Marokko in mijn leven. Wafa waardeert mijn interesse in haar land, ze las geboeid mijn reisverhaal. Diana leent me een voortreffelijke syllabus uit, ‘De islamitische erfenis van al-Andaloes’ van Guy Stevens. In Aalst wordt ik aangetrokken door een spaghettizaak waar enkele schilderijen hangen van medina’s uit Essaouira en Marakech. Het klikt meteen met de restaurantuitbater. We geraken uitgebreid aan de praat terwijl hij me trakteert op muntthee en dadelreep uit Syrië. Op zijn Iphone traceert hij mijn reisroute en toont waar Berkane ligt. Tips: ‘ Als de auto’s toeteren , ga dan van de weg en even in het grint rijden. En als ze je met twee wagens kruisen, doe dat dan zeker’.

We wisselen kaartjes uit, ik moet ervandoor, naar Afghanistan deze keer. Maar het is al uitzien naar vrijdagavond. Voorzitters van Wase moskeebesturen  komen samen in Sint-Niklaas. Een voorrecht om erbij te kunnen zijn en een ideale werkplek om te netwerken rond de trip. Nog twee weken.  

Woensdag 25 maart 2015

Rollercoaster. Briljante lezing van Rik Coolsaet over ‘wereldpolitiek’ in Lokeren. Eye-opener : er zijn meer democratieën en er zijn minder oorlogen dan ooit. Rusland, China, Oekraïne, Israël, Palestina, Syrië, radicalisering, Huntington en Lode Zielens: de professor verveelde geen seconde.

Afstand Paris Nord en Paris Austerlitz uitmeten, traject naar Valenciennes uitstippelen, voorbereiden van een sessie met Marokkaanse gedetineerden in de gevangenis van Gent (gasten die al even weinig Marokkaans zijn als ik Lokeraar ben), nog naar Pieter van vzw Vrede mailen hoe het zit met de mate waarin Marokko zich van wapens bevoorraadt. Voorlicht vastdraaien, ketting smeren, boeken selecteren die meegaan en die thuisblijven.

Gaan mee : Liefde met een lok haar van Mohammed Mrabet, Het Huis van de moskee van Kader Abdolah, De Kracht van het nu van Eckhart Tolle, twee gidsen over Marokko en één over Zuid-Spanje.

Blijven thuis : Oriëntalisme van Edward Said, Le Roi Prédateur van Catherine Graciet en Eric Laurent.

Laatste uitwisseling deze morgen met Abdellatif, voorzitter van de moskee van Wetteren. Het is daar 25 graden zegt hij. Intussen ook 29 november in Temse kunnen prikken voor een namiddag in samenwerking met de vrouwenorganisatie Tourkia.

Nog zeven keer slapen en zaterdag met Sofie naar een optreden van Samia Sabri in de Centrale die Oum Kalthoum zingt.

 

Maandag ook nog een bakker uit Beveren bevragen die de streek goed kent. Bart De Wever heeft het intussen ferm verkorven bij de Marokkaanse berbers. De oproep van bruggen bouwen van Coolsaet heeft de burgemeester van Antwerpen nog op geen enkele manier bereikt. Zondag hard schreeuwen op Hart boven Hard.

 

Donderdag 26 maart 2015

Laatste vijftig pagina’s gelezen van Sietske de Boer over de Imazighen. Ze eindigt met meer actuele thema’s zoals de Berberse identiteit, de drugseconomie, het toerisme. Een opvallende passage : “Nog maar heel weinig toeristen komen naar de kust van de Middellandse zee van Marokko. Sommige oudere inwoners van Al Hoceima herinneren zich nog dat er dertig, veertig jaar geleden wel toeristen kwamen, Europeanen.”

Een mislukte aanslag én staatsgreep op koning Hassan II in 1972 heeft een zware slag toegebracht aan het toerisme. Al Hoceima werd terug een ‘stoffig dorp’ in de woorden van de schrijfster.

Intussen struikelen we in de krant over historische analyses en interessante beschouwingen over de berbers. Na het ontbijt van deze morgen steek ik de bijdragen van Rachida Aziz en Fauzaya Talhaoui in mijn Marokkaanse knipselmap. Mijn reis is nog nooit zo actueel geweest.

Zaterdag 28 maart 2015

Marokko in detail. Een sessie in de Nieuwewandeling.

We zijn hier wel samen om meneer Stefaan te helpen voor zijn reis naar Marokko’. Als de sessie overloopt in gezellig gekeuvel wijst Brahim zijn medekompanen terecht. We zitten met acht in de globe. Op tafel : een kopie van Noord-Marokko, een echte kaart van Marokko, een boek over Marokkaanse kunst. De deelnemers zijn van Tanger, Al Hoceima, Larache en Nador. Eén iemand is van Istanbul. 

Zoals ze vertellen en uitwisselen en mij tips geven blijken ze elke steen in Marokko te weten liggen. Ain Lahsen is een goede eet-en rustplaats nabij Tanger, op donderdag is er vers water in de hamam van Sidi Harazam. In de Brugse Poort kan je in de Bank Serbie geld wisselen en de boot naar Spanje neem je best op de plaats ‘Lmarsa’. Jebala , uitgesproken als <zjibili> is een honingdorp, de officiële taxi’s in Al Hoceima herken je aan hun lichtblauwe kleur en er is een verschil tussen Petit taxi en de gewone ritten buiten de stad. Treinen, taxi’s, fietspech, overnachten, een schorpioenenbeet … alles kan geregeld worden maar ga niet met de eerste de beste in zee drukken ze me op het hart alsof ze hun eigen familie heelhuids willen terugzien.

Het is prettig dat ze me zo sterk briefen rond veiligheid. Er zijn stedelijke apen die afgericht zijn om je beurs te ontvreemden. Er zijn honden maar enkel van de dolle honden die ’s avonds uit hun holen komen moet je bevreesd zijn. Wees op je hoede voor slangen en parkeerwachters zonder hoesje en eet niet alles wat ze je in de dorpen voorschotelen, je Belgische maag is er niet tegen bestand.

Wat zou ik graag als ik straks terug ben mijn ervaringen met hen delen. Het idee groeit om in de Brugse Poort te polsen bij de Vieze Gasten om een muzikale reis te programmeren.

Het is een magische namiddag, daar in die globe. Ga niet met een zwart T-shirt in de Riffijnse bergen fietsen of je smelt terplekke weg en vergeet de grotten van Herakleitos op vijftien kilometer van Tanger niet te bezoeken. Nourdine heeft er spijt van dat ik Larache niet kan combineren maar het zet op geen enkele manier een rem op zijn enthousiaste stortvloed aan tips.

Oum Kalthoum, Abdelkrim el Khatabi … ze kennen hun historische en culturele klassiekers. We ronden af over zuivere en bijna onverteerbare olijfolie, over de lange pijpjes die de oude mannen roken, over het bronwater van Bab Taza in Tetouan en Bab Berid in Chefchaouen.